Barrières voor intelligente transportsystemen

Intelligente transportsystemen (ITS) kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan een schoner, zuiniger en veiliger transportsysteem. Het gaat hierbij om toepassingen van informatie- en communicatietechnologieën in voertuigen en transportinfrastructuur die de transportefficiëntie verhogen, de verkeersveiligheid vergroten en het reiscomfort verhogen. Hoewel er veel nieuwe ITS-diensten worden ontwikkeld, verloopt de bredere marktpenetratie van deze diensten vaak langzaam door het bestaan van verschillende barrières. Als onderdeel van het Europese onderzoeksproject NEWBITS heeft CE Delft onderzoek gedaan naar de barrières (en faciliterende factoren) voor de marktintroductie van ITS-diensten. Voor verschillende marktsegmenten zijn de belangrijkste barrières en faciliterende factoren in beeld gebracht door middel van een literatuurstudie, interviews met enkele key stakeholders en een on-line survey onder internationale stakeholders. Belangrijkste conclusie van deze analyse is dat de barrières sterk verschillen tussen verschillende marktsegmenten en dat aanpak van de barrières dus ook een gedifferentieerde aanpak vereist.

Het rapport kan worden gedownload op http://newbits-project.eu/publications/deliverables/ 


Kosten van wind op zee

In het kader van de mogelijke verdere uitrol van wind op zee, zoals aangekondigd in de Energie-agenda, heeft het ministerie van Economische Zaken gevraagd naar de kosten van wind op zee op de verschillende beoogde uitrollocaties. In deze kostenupdate dienden de ervaringen van de uitkomsten van de tender Borssele III/IV alsmede de uitkomsten van de recente tenders voor windparken op zee in Duitsland meegewogen te worden. Er is niet alleen inzicht gevraagd in de kosten van windparken, maar ook in de kosten van de netaansluiting.

Het ECN-rapport 'Kosten wind op zee 2017' is hier te vinden.


Energietransitie en werkgelegenheid

Om het doel van het Parijse Klimaatakkoord te realiseren moet de energievoorziening radicaal verduurzamen. De eerste stappen zijn al zichtbaar, zoals de bouw van windturbines voor elektriciteit. Maar er zal ook veel moeten veranderen bij het vervoer, in de gebouwde omgeving, bij de industrie en de landbouw. Wat voor gevolgen heeft dat voor de economie, in het bijzonder de werkgelegenheid? Nederland heeft een belangrijke olie- en gassector. Kan die omschakelen naar duurzame energiebronnen? Wat verandert er in de bouw- en installatiesector? Hoe gaat de zware industrie de omschakeling maken? Het ECN-paper 'Energietransitie en werkgelegenheid' verkent de toekomst van de werkgelegenheid op basis van de ontwikkelingen die nu zichtbaar zijn.


Mini MKBA 100.000 hectare extra bos in Nederland

Op 26 oktober 2016 heeft de Staatssecretaris van Milieu met achttien partijen de intentieovereenkomst Actieplan Bos en Hout getekend. In dit plan is het voornemen opgenomen om 100.000 hectare (ha) extra bos aan te planten op verschillende locaties in Nederland.

Rijkswaterstaat ziet echter ook kansen om het extra bos aan te leggen op locaties langs de snelweg. Dit kan worden uitgewerkt in de vorm van een habitatstrook langs snelwegen of habitatbossen langs de circa 300 verzorgingsplaatsen (parkeerterreinen aan de snelweg) in Nederland. Rijkswaterstaat heeft CE Delft daarom verzocht een studie op hoofdlijnen uit te voeren waarin de welvaartseffecten (kosten en baten) van de aanleg van 100.000 ha extra bos zijn weergegeven bij drie genoemde verschillende vormen van invulling (gebieden Actieplan Bos en Hout, habitatstrook, habitatbossen).

In de studie is een mini MKBA uitgevoerd. Dit betekent dat de welvaartseffecten op hoofdlijnen in kaart zijn gebracht volgens het gedachtegoed van de MKBA-systematiek. De welvaartseffecten zijn voornamelijk kwalitatief uitgewerkt en kunnen daarmee dienen als aanzet voor een nadere uitwerking (kwantitatieve MKBA) om een preciezere analyse te maken.

De studie van CE Delft is hier te vinden. 


Donuteconomie

Van de bestseller 'Doughnut Economics', waarin Kate Raworth aan de hand van de metafoor van een Amerikaanse versnapering probeert een nieuw (socialer en planeetvriendelijker) economisch paradigma te creëren, is nu ook een Nederlandse vertaling verschenen.


Eigendomsrechten in energie- en CO2-markten

Op 15 februari promoveerde Thijs Jong aan de Rijksuniversiteit Groningen op het proefschrift 'Energy and carbon markets'. De algemene onderzoeksvraag in dit proefschrift luidt: Worden eigendomsrechten in de EU markten van CO2 en energie op een economisch efficiente wijze gewaardeerd, gebruikt, verhandeld, en beperkt? Drie empirische studies zijn hiertoe uitgevoerd:

1) Hoe aandeelhouders het EU ETS waarderen;

2) Hoe energiebedrijven emissierechten gebruiken en verhandelen; en

3) In hoeverre de wettelijke bevoegdheden van Nationale Regulerende Instanties op een lijn liggen met de beleidsdoelstellingen op de energiemarkten waar ze toezicht op houden.


Afschaffen subsidie op fossiele brandstoffen heeft beperkt effect op emissies

Het beëindigen van subsidies op fossiele brandstoffen kan een duidelijke bijdrage leveren aan het verkleinen van de wereld broeikasgasuitstoot, hoewel misschien minder dan soms gesuggereerd. Dit blijkt uit een publicatie in het tijdschrift Nature door een internationaal onderzoeksteam, waarvan ondermeer Detlef van Vuuren en David Gernaat (beiden UU en PBL) deel uitmaakten. Het onderzoek laat zien dat het verminderen van subsidies het meest effect heeft in landen die zelf in grote mate fossiele brandstoffen produceren. In de meeste regio’s zijn subsidies minder – en dus ook het afschaffen van de subsidies kleiner.


Transitieagenda's circulaire economie

Op 15 januari j.l. hebben Staatssecretaris Van Veldhoven (IenW) en Minister Wiebes (EZK) vijf transitieagenda’s uit het Grondstoffenakkoord naar de Tweede Kamer gestuurd. Concreet gaat het om agenda’s voor de volgende prioritaire sectoren en ketens: 1. biomassa en voedsel, 2. kunststoffen, 3. bouw, 4. maakindustrie en 5. consumptiegoederen. Doel van de agenda’s is om inzichtelijk te maken wat nodig is om de transitie naar de circulaire economie te versnellen. Hierbij wordt naar alle niveaus gekeken, van lokale en regionale circulaire initiatieven tot en met internationale gremia, organisaties en netwerken. Elke agenda bevat ontwikkelrichtingen voor de komende jaren, een actieagenda, een kennisagenda, een sociale agenda en een investeringsagenda. Klik hier om de aanbiedingsbrief aan de Tweede Kamer en de vijf transitieagenda’s te kunnen downloaden.

 

Onderzoek naar belemmeringen voor Circulaire Economie in de EU

Het Copernicus Instituut voor Duurzaam Ontwikkeling en Deloitte onderzochten belemmeringen voor de Circulaire Economie in de Europese Unie. Voor het onderzoek werden 153 bedrijven en 55 overheidsfunctionarissen geënqueteerd. Daarnaast zijn interviews gehouden met 47  ‘thought leaders’ op het gebied van de circulaire economie bij bedrijven, overheden, de academische wereld en NGO's, zoals Fairphone, Zero Waste Scotland, Springloop en de Duitse Raad voor Duurzame Ontwikkeling. De eerste resultaten zijn verschenen in een ‘white paper’ dat nog gevolgd gaat worden door een peer-reviewed artikel en hebben al geleid tot kamervragen (zie https://www.uu.nl/sites/default/files/breaking_the_barriers_to_the_circular_economy_white_paper_web.pdf).
Twee soorten belemmeringen sprongen eruit. Ten eerste culturele belemmeringen in de vorm van gebrek aan interesse en bewustzijn bij de consument, evenals een aarzelende bedrijfscultuur. Deze bevinding staat op gespannen voet met claims dat het concept van de circulaire economie een hype is en zou kunnen wijzen op een niche discussie onder professionals in duurzame ontwikkeling. Ten tweede kwamen marktbelemmeringen naar voren en dan met name lage prijzen voor primaire grondstoffen en hoge initiële investeringskosten voor circulaire bedrijfsmodellen. Overheidsinterventie kan nodig zijn om de marktbelemmeringen te slechten en daarmee vervolgens ook de culturele belemmeringen. De onderzoekers verwachten dat voor het overwinnen van culturele belemmeringen ook circulaire start-up bedrijven een belangrijke rol zullen spelen.


Organisch stadsafval kansrijk als buffer voor wind- en zonne-energie

Wind en zon zijn de energiebronnen van de toekomst, ook voor de stad. Onder extreme omstandigheden, als de energievraag groot is en het aanbod juist laag, is er een buffer nodig. Organisch afval uit eigen stad kan daarvoor zorgen. Onderzoekers van Wageningen University & Research ontwikkelden een wetenschappelijk model waarmee kan worden berekend hoe steden in 2050 hun energie opwekken. Zij gebruikten Amsterdam als casestudie en berekenden dat de stad medio deze eeuw volledig zelfvoorzienend kan zijn en geen energie hoeft in te kopen. Er moet dan wel vol worden ingezet op een combinatie van windenergie en zonne-energie, in combinatie met energie uit biomassa. De 1400 ton organisch afval die Amsterdam in 2050 dagelijks produceert is voldoende om dan als buffer te fungeren. De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het tijdschrift Biomass and Bioenergy.


Energietransitie in de industrie: kostbaar maar haalbaar

De CO2-emissies van de Nederlandse industrie kunnen in 2040 gedaald zijn met 60% en in 2050 met 85 tot 95% door het grootschalig ontwikkelen en toepassen van nieuwe technologieën, processen en grondstoffen. De kosten van het uitvoeren van de zes meest veelbelovende 'decarbonisatie'-opties worden geschat op €21 miljard tot €23 miljard in 2040, en ongeveer €55 miljard in 2050. Dat staat in een recent rapport van McKinsey&Company.


Themanummer ESB over emissies en energietransitie 

Het oktober-nummer van ESB (Economisch Statistische Berichten) is gewijd aan Emissies en Transities. Of, zoals Jasper Lukkezen het in zijn hoofdredactioneel aangeeft: moeten we betalen voor het beperken van de CO2-uitstoot? Diverse bijdragen gaan over het Europese emissiehandelssysteem, wat een optimale prijs is voor een CO2-belasting, over de vraag hoe het ETS kan bijdragen aan de energietransitie, en wat de relatie is tussen economische groei en de uitstoot van CO2. En een interessante bijdrage met de paradoxale kop: ‘schonere energiesector leidt tot meer vervuiling van de industrie'. Conclusie van de hoofredacteur: “de meest voor de hand liggende oplossing om de CO2-uitstoot te beperken en de energietransitie een flinke slinger te geven, is het verlagen van het emissieplafond waardoor de prijs van de CO2-certificatien omhoog schiet en het waterbedeffect een kleinere rol speelt”. Maar, zo verzucht hij, “dit lijkt niet haalbaar”, onder verwijzing naar diverse bijdragen. Kortom: een ‘verplicht nummer’ voor de milieueconoom.


De rol van verzekeringen bij het beperken van overstromingsrisico's

Op 16 november promoveerde Paul Hudson aan de VU op het proefschrift 'The Use of Insurance to Improve Flood Reslience'. Hij onderzocht hoe verzekeringen en risicobeperking bij huishoudens gecombineerd kunnen worden om een samenleving te creëren die beter bestand is tegen overstromingen. Premiekortingen voor huishoudens die beschermende maatregelen nemen blijken een effectieve stimulans om zulke maatregelen te treffen, effectiever dan een hoog eigen risico. Vanuit het solidariteitsprincipe stelt Hudson voor dat huishoudens met lage inkomens door de overheid geholpen worden met het aanschaffen van een overstromingsverzekering door subsidie te verlenen, bijvoorbeeld in de vorm van tijdelijke vouchers. Ook adviseert hij dat huishoudens met lage overstromingsrisico’s via de premie een deel van het risico van de huishoudens met hoge overstromingsrisico’s betalen. Overheden en verzekeringsbedrijven zouden op dit punt samen moeten werken. Het verplicht stellen van het afsluiten van een overstromingsrisicoverzekering zorgt ervoor dat de verzekeringsmaatschappij een hoge dekkingsgraad kan garanderen, maar beperkt de keuzevrijheid van consumenten. Het proefschrift is hier te vinden.


Klimaatbeleid in het regeerakkoord 2017

In TPE Digitaal analyseert Reyer Gerlagh de beleidsvoornemens van het nieuwe kabinet op het gebied van klimaat (zie ook elders in dit nummer). Hij constateert dat er veel geld wordt uitgetrokken voor koolstofafvang en -opslag (CCS) en voor het compenseren van de kosten van vroegtijdige sluiting van kolencentrales. Gerlagh wijst erop dat zulke maatregelen leiden tot een lagere CO2-prijs, terwijl die juist omhoog zou moeten om 'groene' investeringen te stimuleren. Deze keuze lijkt "te worden bepaald door het minimaliseren van politieke kosten, in plaats van een focus op het minimaliseren van de maatschappelijke kosten", aldus de auteur.


Monitoring vergroening Nederlandse economie

De overheid heeft het CBS gevraagd de vergroening van de Nederlandse economie te monitoren om het beleid op dit vlak te kunnen evalueren. Om de groene groei te kunnen meten heeft het CBS een raamwerk ontwikkeld met zes thema’s en 37 beleidsrelevante indicatoren. Een nieuwe webpublicatie geeft de huidige stand van zaken weer voor elk van de indicatoren. Deze publicatie is de digitale opvolger van het rapport Green growth in the Netherlands 2015”.


WNF: Europese landbouwsubsidies houden natuurverlies in stand

Subsidies uit het Europees landbouwbeleid houden het natuurverlies in Nederland in stand. Het merendeel van de 750 miljoen euro die Nederlandse boeren jaarlijks ontvangen uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) gaat naar gebieden waar de druk op natuur door de landbouw het grootst is. Die conclusie trekt het Wereld Natuur Fonds (WNF) uit onderzoek van Wageningen Environmental Research (Alterra), dat in opdracht van het WNF is uitgevoerd door Anne van Doorn.


Netbeheerders en energietransitie

In een recent rapport van Ecorys wordt aandacht besteed aan de rol van netbeheerders bij de energietransitie. Geconstateerd wordt dat juist op de terreinen die van belang zijn voor de energietransitie het inzicht in de prestaties van netbeheerders met bijbehorende prestatie-eisen ontbreekt. Het rapport bevat voorstellen voor verbetering van het inzicht in de prestaties van netbeheerders op deze terreinen.

 

 

Ministerie I&M: Duurzaam doen begint in eigen huis

Drie prioriteiten binnen het duurzaamheidsbeleid van de Nederlandse overheid zijn klimaat en energie, circulaire economie en duurzaamheid verankeren in alle werkprocessen, cultuur en in alle relevante interne en externe opdrachten, zoals die voor ruimtelijke infrastructuurprojecten (MIRT). In het duurzaamheidsverslag 2016 van het ministerie van Infrastructuur en Milieu staan doelen en resultaten vermeld op het terrein van CO2 uitstoot (2016: 28% minder dan 2009; 2030: volledig klimaat- en energieneutraal), energiegebruik (2016: 3% minder dan in 2009) en circulaire economie (2030: 100% circulair werken). Het ministerie zet bijvoorbeeld in op het verduurzamen van alle vormen van de eigen mobiliteit (o.a. schonere brandstoffen voor de schepen van de Rijksrederij, compensatie van iedere gevlogen kilometer en elektrificering van het eigen wagenpark). Minder energiegebruik wordt gerealiseerd met bijvoorbeeld led-verlichting in tunnels, langs (vaar)wegen en in kantoren. Voor wat betreft de circulaire economie werkt het ministerie toe naar ‘100% circulair in 2030’. Er zijn verschillende pilots gestart, zoals met de Fairphone, biobased koffiebekers, circulair ontwerpen (InnovA58). Het duurzaamheidsverslag is te vinden op: https://www.ienmduurzaamheidsverslag.nl.


Nederlands bedrijfsleven profiteert van groei elektrisch vervoer 

Elektrisch rijden is een duurzame innovatie die economische kansen biedt voor het Nederlandse bedrijfsleven. Afgelopen november verwelkomde Nederland als tweede Europees land -na Noorwegen- de 100.000e elektrische personenauto en ongeveer een kwart van dat totaal werd in 2016 geregistreerd. Mede dankzij de Rijksbijdrage laadinfrastructuur steeg het aantal publieke laadpunten van 7.400 naar bijna 12.000, een stijging van ruim 60%. Het Nederlandse bedrijfsleven profiteert van deze groei in Nederland en daarbuiten. Zo zijn Nederlandse bedrijven onder meer internationaal actief in laadinfrastructuur, laaddienstverlening, productie van componenten en productie van lichte elektrische voertuigen, waaronder elektrische scooters. De werkgelegenheid binnen de elektrisch vervoersector in Nederland is toegenomen met bijna 900 nieuwe voltijdbanen.

Deze cijfers komen uit het Jaarverslag Elektrisch Vervoer 2016 dat RVO.nl in opdracht van het ministerie van Economische Zaken (EZ) heeft gepubliceerd (zie http://www.rvo.nl/actueel/nieuws/nederlandse-bedrijfsleven-profiteert-van-groei-elektrisch-vervoer-2016.


Grote steden ondervinden extra veel schade door klimaatverandering

In een recent artikel in Nature Climate Change gaan Francisco Estrada, Wouter Botzen en Richard Tol in op de specifieke effecten van klimaatverandering in grote steden, zoals het 'urban heat island effect', en schatten de economische gevolgen daarvan voor de 1692 grootste steden ter wereld. Ze concluderen dat adaptatiestrategieën op stedelijk niveau aanzienlijke netto baten kunnen opleveren voor de meeste van deze steden.

 

Inleiding tot de milieueconomie

De derde editie van het handboek 'Inleiding tot de milieueconomie' van Stef Proost (CES - KU Leuven) en Sandra Rousseau (CEDON - KU Leuven) is uit. De behandeling van de kernmodellen in de milieueconomie en het overzicht van de werking van verschillende milieubeleidsinstrumenten werd op verschillende punten uitgebreid en aangepast. Zo omvat het handboek nu een hoofdstuk over indicatoren voor duurzame ontwikkeling en wordt het beheer van visbestanden en commons meegenomen. De werking van marktgerichte instrumenten wordt ook bekeken wanneer er marktmacht is, wanneer bedrijven een overtreding zelf kunnen rapporteren of wanneer er ruimtelijke effecten van vervuiling zijn en emissies niet steeds dezelfde impact op het leefmilieu hebben. De methoden voor het waarderen van natuur en leefmilieu worden meer diepgaand behandeld en het hoofdstuk over klimaat reflecteert de huidige stand van zaken. 


Tussenbalans van de Leefomgeving 2017

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) brengt sinds 2010 iedere twee jaar de Balans van de Leefomgeving uit. Op verzoek van de Eerste Kamer heeft het PBL in dit 'niet-Balans-jaar' voor Prinsjesdag een zogeheten Tussenbalans 2017 opgesteld met actuele en in het oog springende ontwikkelingen op het gebied van de leefomgeving. In deze Tussenbalans presenteert PBL een actualisatie van de Balans-indicatoren en trekt het enkele voorlopige conclusies. De overkoepelende conclusie is dat een toenemende uitstoot van broeikasgassen nu de economie groeit en de onverminderde druk van de landbouw op milieu en natuur lijken aan te geven dat de gezochte ontkoppeling tussen economische groei en milieudruk nog niet is bereikt. Dit is een voorlopig beeld op basis van de actualisatie van een deel van de indicatoren uit de Balans 2016. Nadere analyses van dit beeld zijn te vinden in de zojuist verschenen Nationale Energieverkenning 2017 en in de volgende Balans van de Leefomgeving die rond Prinsjesdag 2018 zal verschijnen.


Circulair-economische verkenningen

Het tijdschrift 'The Journal of Industrial Ecology' heeft een speciaal nummer uitgebracht over Exploring the Circular Economy, geredigeerd door (onder anderen) José Potting van het PBL. Met artikelen over:

  • Circular economy strategies and hazardous materials
  • The introduction of the concept among the S&P 500
  • The possibility of running the economy on recycled materials
  • Current levels of circularity in the economy and recycling systems
  • Circular product design
  • Performance indicators for circularity
  • Rebound effects of circularity
  • Industrial symbiosis in the circular economy
  • Circularity in the built environment
  • Circular strategies for lithium-ion batteries, tantalum (coltan) and beverage packaging
  • Social dimensions of a circular economy

Circulaire economie in Europa

Er bestaat geen blauwdruk voor het implementeren van een circulaire economie. De complexiteit en de noviteit van de transitie van een lineair naar een circulair economisch model vormt een grote uitdaging. Het is daarom van belang dat kennis en inzichten inzake de implementatie van een circulaire economie worden gedeeld tussen relevante stakeholders. Met de publicatie van het document ‘Europe goes Circular:Outlining the implementation of a circular economy in the European area’ draagt het Europees netwerk van milieu- en duurzaamheidsadviesraden (EEAC Network) bij aan deze kennisuitwisseling. Het document biedt naast beknopte updates van de implementatieprocessen in verschillende Europese landen ook informatie over de rol en de opvattingen van de milieu- en duurzaamheidsadviesraden met betrekking tot de implementatie van een circulaire economie. De EEAC-werkgroep Circular Economy lanceerde het document tijdens het World Circular Economy Forum in Helsinki in Juni 2017. De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (Rli) is voorzitter van de EEAC Working Group on circular economy.


Economische beschrijving van het gebruik van de Noordzee

Als onderdeel van de Nederlandse implementatie van de Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie heeft het CBS in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een update gemaakt van de economische beschrijving van het gebruik van het mariene milieu. Deze analyse geeft weer welke economische belangen er spelen met betrekking tot het Nederlands Continentaal Plat, uitgedrukt in de sociaaleconomische kernvariabelen productievolume, toegevoegde waarde en werkgelegenheid. Naast economische activiteiten op zee, zoals scheepvaart, olie- en gasproductie, visserij, en offshore windenergieproductie, zijn ook economische activiteiten in zeehavens en in kustgebieden beschreven. Dit is gedaan voor de jaren 2005, 2010 en 2014. Op deze manier wordt inzicht geboden in de recente ontwikkelingen in het economisch belang van de Noordzee en de verschillende economische sectoren die daarvan afhankelijk zijn.

Dit rapport staat op de onlangs vernieuwde NAMWA-website, waar ook alle andere publicaties te vinden zijn die voortvloeien uit de economische analyses van het gebruik van water in het kader van de Kaderrichtlijn Water en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie.


Besparingseffecten van slimme meters met feedbacksystemen en slimme thermostaten

In het kader van het Energieakkoord is eind 2016 afgesproken dat aan energiebesparing in de gebouwde omgeving een extra impuls gegeven wordt door middel van een taakstellend convenant tussen marktpartijen, netbeheerders en de overheid. Dit convenant dient een markt voor energiebesparing op gang te brengen en een besparing te realiseren van 10 PJ in 2020. De netbeheerders gaan zorgen, in samenwerking met aanbieders van systemen en diensten die de consument inzicht geven in het energiegebruik, dat deze mogelijkheden eenvoudig worden ontsloten tijdens het plaatsen van de slimme meter, of een ander natuurlijk moment indien gebruikers al een slimme meter hebben. Energieleveranciers, installateurs en andere marktpartijen bieden slimme thermostaten en andere besparingsproducten en -diensten aan huishoudens en kleinzakelijke gebruikers aan. Het Ministerie van EZ heeft ECN gevraagd hoeveel feedbacksystemen en slimme thermostaten nodig zijn om 10 PJ additionele besparing te realiseren. Hoewel er weinig goede actuele onderzoeken zijn, is de conclusie is dat om 10 PJ te besparen er 6,9 miljoen woningen van een verbeterd verbruiks- en kostenoverzicht moeten worden voorzien, of 3,3 miljoen woningen van een in home display, of 4,3 miljoen woningen van een slimme thermostaat. Het ECN-rapport is hier te vinden.


De salderingsregeling: Effecten van een aantal hervormingsopties

In dit rapport bespreekt ECN de effecten van verschillende varianten voor hervorming van de salderingsregeling, met name de gevolgen voor zonnestroominstallaties. Er is gekeken naar drie sectoren: koopwoningen, huurwoningen en de gebouwen in de dienstensector. Het rapport gaat in op de gevolgen voor de business case van zonnestroominstallaties, uitgedrukt in terugverdientijden en netto maandelijkse opbrengsten, de gevolgen voor de toekomstige groei van zonnestroom en de gevolgen voor de overheidskosten.


Voortgang Emissiehandel 2017

De Nederlandse bedrijven die aan het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) deelnemen, hebben sinds de start van het EU ETS in 2005 4% minder broeikasgassen uitgestoten. Hun emissie bedroeg in 2016 94 Mton CO2-equivalenten; in 2005 was dat nog 98 Mton. Deze daling geeft geen indicatie van de omvang van eventueel genomen reductiemaatregelen omdat daartoe de uitstoot afgezet moet worden tegen productievolumes. Wel is duidelijk dat de reductie van de uitstoot van N2O (lachgas) in de chemische industrie voor een groot deel bijdraagt aan de daling. N2O is naast CO2 en PFK een van de drie broeikasgassen die onder het EU ETS vallen. 

In 2016 was de gemiddelde veilingprijs EUR 5,26. Dit is bijna 30% lager dan in 2015, toen de gemiddelde veilingprijs EUR 7,58 was. Aan het begin van de 3e fase van het EU ETS maakte de veilingprijs sterke schommelingen mee. Deze schommelingen werden veroorzaakt door politieke ontwikkelingen rond het ‘backloading’ besluit en lage gerapporteerde emissiecijfers. Vanaf april 2014 steeg de veilingprijs geleidelijk, in ongeveer anderhalf jaar van EUR 4 naar bijna EUR 9. Marktpartijen schrijven deze ontwikkeling toe aan (het perspectief op) het besluit over de invoering van de marktstabiliteitsreserve in het EU ETS per 2019. In januari 2016 daalde de veilingprijs scherp. Volgens marktanalisten is deze daling toe te schrijven aan meerdere factoren, zoals een zachte winter, dalende energieproductie en de omschakeling naar hernieuwbare energie. Ook het blijvende besef van het grote overschot aan emissierechten in het EU ETS dient als verklaring voor de lage prijs. In juni 2016 deed zich een tweede prijsval voor. Die wordt over het algemeen toegeschreven aan het effect van de uitkomst van het referendum in het Verenigd Koninkrijk over het EU-lidmaatschap. Markten verwachtten in eerste instantie dat Brexit leidt tot meer onzekerheid over de vraag naar emissierechten, de uitkomst van de herziening van het EU ETS na 2020 en andere variabelen.

De veiling (de primaire markt) is overigens niet de enige plek waar emissierechten verhandeld worden. Daarnaast vindt ook veel spot- en termijnhandel (de secundaire markt) in emissierechten plaats. De prijs op de secundaire markt wijkt over het algemeen heel weinig af van de veilingprijs. 

Het rapport 'Voortgang Emissiehandel 2017' van de Nederlandse Emissieautoriteit is hier te downloaden. 


Evaluatie fiscale vrijstellingen bos en natuur

Wageningen Economic Research heeft in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken een evaluatie uitgevoerd van zes fiscale vrijstellingen op het gebied van bos en natuur. Het betreft drie vrijstellingen voor de inkomstenbelasting (bosbouwvrijstelling, vrijstelling voor vergoedingen in bos- en natuurbeheer en vrijstelling van natuur bij voordeel uit sparen en beleggen) en drie vrijstellingen van de overdrachtsbelasting (vrijstelling overdrachtsbelasting natuurgronden, vrijstelling overdrachtsbelasting Wet Inrichting Landelijk Gebied (WILG) en vrijstelling van Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL)). De zes genoemde vrijstellingen zijn goed bekend bij en aantrekkelijk voor de onderscheiden doelgroepen, vooral ten aanzien van de administratieve lasten. Ook de uitvoeringskosten voor de overheid zijn gering. Deze evaluatie gaat nader in op de doeltreffendheid en doelmatigheid van de vrijstellingen.


Veel informatie over binnenlandse klimaatfinanciering in Europa ontbreekt

Trinomics heeft in opdracht van het Europees Milieuagentschap een studie gedaan naar de stand van zaken op het gebied van binnenlandse klimaatfinanciering in Europa (zowel voor mitigatie als adaptatie). Op veel terreinen blijkt er nog een aanzienlijk gebrek aan informatie te zijn. Het rapport bevat aanbevelingen voor prioriteiten om deze lacunes te dichten.


Groen energielabel zorgt voor hogere verkoopprijs woningen

Koopwoningen met een energielabel A of B leveren ruim € 6.000 meer op. Daarnaast staan ze gemiddeld een maand korter in de verkoop. Dit blijkt uit een onderzoek rond de impact van energielabels van Tilburg University. De onderzoekers bestudeerden ruim 62.000 woningen die in de eerste helft van 2017 werden verkocht. 


Baten van water

In opdracht van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) heeft VITO een rapport geschreven over de diverse baten van water, opgezet vanuit een ecosysteemdienstenbenadering. Het rapport ‘Water, een kostbaar goed’ is hier te downloaden. 


Groter risico voor windparken op zee door lagere subsidies

Naar aanleiding van het verschijnen van de Nationale Energieverkenning (zie elders in dit nummer) constateert een artikel in het Financieele Dagblad dat de kans aanzienlijk is vergroot dat de grote windparken voor de kust van Nederland bij Borssele uiteindelijk niet worden gebouwd. Dat heeft te maken met het vooruitzicht van lagere subsidies nu de kosten van wind op zee sterker dalen dan voorzien. Investeerders zullen de finale investeringsbeslissing pas ruim na de subsidie- en vergunningstoekenning zullen nemen, hetgeen ertoe kan leiden dat zij toch van de bouw van een park afzien.


Klimaatgerelateerde financiële risico’s

Financiële instellingen moeten in toenemende mate rekening houden met de risico’s die gepaard gaan met klimaatverandering en de overgang naar een klimaatneutrale economie. In het rapport 'De Nederlandse financiële sector veilig achter de dijken?' focust De Nederlandsche Bank (DNB) op de impact van klimaatrisico’s op de Nederlandse financiële sector. Deze impact is veelzijdig en dient zich steeds nadrukkelijker aan. DNB gaat klimaatrisico’s daarom steviger verankeren in haar toezicht met als uiteindelijke doel om duurzame financiële stabiliteit te bewerkstelligen.

 



 

 

 

 

 


 

Pleidooi voor milieubelastingen in EU-landbouwbeleid

In een brief aan het tijdschrift ‘Nature’ pleit Frank Berendse, emeritus hoogleraar aan de Landbouwuniversiteit Wageningen, voor belastingen op het gebruik van bestrijdingsmiddelen, antibiotica en geïmporteerd veevoer. Deze belastingen zouden moeten worden geïntroduceerd in het kader van de hervorming van het EU-landbouwbeleid. Op deze manier kan de concurrentiepositie van boeren die op een duurzame manier werken volgens Berendse worden versterkt.


Macro-economische en andere baten van energie-efficiëntie

In het rapport 'The Macroeconomic and Other Benefits of Energy Efficiency' wordt geprobeerd de diverse baten van energie-efficiëntie te kwantificeren en wordt aangetoond dat, voor de EU als geheel en voor de meeste lidstaten, de baten van een programma voor energie-efficiëntie in gebouwen groter zijn dan de kosten. Aan dit rapport voor de Europese Commissie is ondermeer meegewerkt door ECN.


BUF (Bruto Utrechts Fietsproduct) en 'bikeonomics'

De fiets levert Utrecht jaarlijks 250 miljoen euro aan maatschappelijke baten op. De stad zou dat bedrag kwijt zijn aan onder meer zorg, luchtkwaliteitsmaatregelen en vertragingen in het verkeer wanneer alle fietsers de auto zouden nemen. Dat becijferen onderzoeksbureau Decisio en Soigneur in het Bruto Utrechts Fietsproduct (BUF) dat met steun van de gemeente Utrecht tot stand kwam. Utrecht is de eerste stad waar de directe en sociaal-economische waarde van de fiets inzichtelijk is gemaakt.

http://decisio.nl/nieuwsblog/2017/fiets-levert-utrecht-250-miljoen-op/


Statistieken over duurzaam voedsel en vleesconsumptie

In 2015 steeg het aandeel duurzamer voedsel naar 8% marktaandeel. Zie de Monitor Duurzaam Voedsel die Wageningen Economic Research (voorheen LEI) jaarlijks maakt in opdracht van het Ministerie van EZ: http://www.agrimatie.nl/ThemaResultaat.aspx?subpubID=2232&themaID=2810.

Hetzelfde Wageningen Economic Research vond in opdracht van Wakker Dier dat de vleesconsumptie de laatste vijf jaar is gedaald van 80,9 tot 75,4 kilo per persoon per jaar: https://www.wakkerdier.nl/uploads/media_items/2016-rapport-vleesconsumptie-2005-2015-def.original.pdf.


Nieuwsbrief Milieurekeningen

De nieuwste editie van de Nieuwsbrief Milieurekeningen van het CBS is sinds kort online beschikbaar: https://www.cbs.nl/-/media/_pdf/2017/15/nieuwsbriefmilieurekeningen2016nr12.pdf.


Verhandelbare aardbevingscertificaten 

Minne Dulleman en Edwin Woerdman hebben een nieuw marktinstrument bedacht om de aardbevingsschade door gaswinning in Groningen te compenseren. Aardbevingscertificaten geven huiseigenaren recht op een jaarlijkse vergoeding door de NAM en de overheid om zowel woningschade als verminderd woongenot te vergoeden. Verhuisbewegingen worden bevorderd doordat de certificaten in heel Nederland verhandelbaar zijn. Het idee is uitgewerkt in een artikel in ESB van 9 maart 2017.


Bereidheid om te betalen voor kippenwelzijn

In een recent artikel rapporteren Machiel Mulder en Sigourney Zomer over een onderzoek naar de bereidheid van Nederlanders om te betalen voor kippenwelzijn. Bij 87,5% van de respondenten bleek die bereidheid groter te zijn dan het prijsverschil tussen kippen met een hoger welzijnsniveau en kippen uit de reguliere pluimveehouderij. De auteurs concluderen dat de markt verbeterd kan worden door het consumentenvertrouwen in het systeem van labeling te vergroten.

 

 

 

Ga direct naar alle artikelen over:

nME icon overheid groot 3d4

Overheid

nME icon bedrijfsleven2 groot

Bedrijfsleven

nME icon onderzoek groot

Onderzoek

nME icon opinie2 groot

Opinie en debat