Inleiding tot de milieueconomie

De derde editie van het handboek 'Inleiding tot de milieueconomie' van Stef Proost (CES - KU Leuven) en Sandra Rousseau (CEDON - KU Leuven) is uit. De behandeling van de kernmodellen in de milieueconomie en het overzicht van de werking van verschillende milieubeleidsinstrumenten werd op verschillende punten uitgebreid en aangepast. Zo omvat het handboek nu een hoofdstuk over indicatoren voor duurzame ontwikkeling en wordt het beheer van visbestanden en commons meegenomen. De werking van marktgerichte instrumenten wordt ook bekeken wanneer er marktmacht is, wanneer bedrijven een overtreding zelf kunnen rapporteren of wanneer er ruimtelijke effecten van vervuiling zijn en emissies niet steeds dezelfde impact op het leefmilieu hebben. De methoden voor het waarderen van natuur en leefmilieu worden meer diepgaand behandeld en het hoofdstuk over klimaat reflecteert de huidige stand van zaken. 


Tussenbalans van de Leefomgeving 2017

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) brengt sinds 2010 iedere twee jaar de Balans van de Leefomgeving uit. Op verzoek van de Eerste Kamer heeft het PBL in dit 'niet-Balans-jaar' voor Prinsjesdag een zogeheten Tussenbalans 2017 opgesteld met actuele en in het oog springende ontwikkelingen op het gebied van de leefomgeving. In deze Tussenbalans presenteert PBL een actualisatie van de Balans-indicatoren en trekt het enkele voorlopige conclusies. De overkoepelende conclusie is dat een toenemende uitstoot van broeikasgassen nu de economie groeit en de onverminderde druk van de landbouw op milieu en natuur lijken aan te geven dat de gezochte ontkoppeling tussen economische groei en milieudruk nog niet is bereikt. Dit is een voorlopig beeld op basis van de actualisatie van een deel van de indicatoren uit de Balans 2016. Nadere analyses van dit beeld zijn te vinden in de zojuist verschenen Nationale Energieverkenning 2017 en in de volgende Balans van de Leefomgeving die rond Prinsjesdag 2018 zal verschijnen.


Circulair-economische verkenningen

Het tijdschrift 'The Journal of Industrial Ecology' heeft een speciaal nummer uitgebracht over Exploring the Circular Economy, geredigeerd door (onder anderen) José Potting van het PBL. Met artikelen over:

  • Circular economy strategies and hazardous materials
  • The introduction of the concept among the S&P 500
  • The possibility of running the economy on recycled materials
  • Current levels of circularity in the economy and recycling systems
  • Circular product design
  • Performance indicators for circularity
  • Rebound effects of circularity
  • Industrial symbiosis in the circular economy
  • Circularity in the built environment
  • Circular strategies for lithium-ion batteries, tantalum (coltan) and beverage packaging
  • Social dimensions of a circular economy

Circulaire economie in Europa

Er bestaat geen blauwdruk voor het implementeren van een circulaire economie. De complexiteit en de noviteit van de transitie van een lineair naar een circulair economisch model vormt een grote uitdaging. Het is daarom van belang dat kennis en inzichten inzake de implementatie van een circulaire economie worden gedeeld tussen relevante stakeholders. Met de publicatie van het document ‘Europe goes Circular:Outlining the implementation of a circular economy in the European area’ draagt het Europees netwerk van milieu- en duurzaamheidsadviesraden (EEAC Network) bij aan deze kennisuitwisseling. Het document biedt naast beknopte updates van de implementatieprocessen in verschillende Europese landen ook informatie over de rol en de opvattingen van de milieu- en duurzaamheidsadviesraden met betrekking tot de implementatie van een circulaire economie. De EEAC-werkgroep Circular Economy lanceerde het document tijdens het World Circular Economy Forum in Helsinki in Juni 2017. De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (Rli) is voorzitter van de EEAC Working Group on circular economy.


Economische beschrijving van het gebruik van de Noordzee

Als onderdeel van de Nederlandse implementatie van de Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie heeft het CBS in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een update gemaakt van de economische beschrijving van het gebruik van het mariene milieu. Deze analyse geeft weer welke economische belangen er spelen met betrekking tot het Nederlands Continentaal Plat, uitgedrukt in de sociaaleconomische kernvariabelen productievolume, toegevoegde waarde en werkgelegenheid. Naast economische activiteiten op zee, zoals scheepvaart, olie- en gasproductie, visserij, en offshore windenergieproductie, zijn ook economische activiteiten in zeehavens en in kustgebieden beschreven. Dit is gedaan voor de jaren 2005, 2010 en 2014. Op deze manier wordt inzicht geboden in de recente ontwikkelingen in het economisch belang van de Noordzee en de verschillende economische sectoren die daarvan afhankelijk zijn.

Dit rapport staat op de onlangs vernieuwde NAMWA-website, waar ook alle andere publicaties te vinden zijn die voortvloeien uit de economische analyses van het gebruik van water in het kader van de Kaderrichtlijn Water en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie.


Besparingseffecten van slimme meters met feedbacksystemen en slimme thermostaten

In het kader van het Energieakkoord is eind 2016 afgesproken dat aan energiebesparing in de gebouwde omgeving een extra impuls gegeven wordt door middel van een taakstellend convenant tussen marktpartijen, netbeheerders en de overheid. Dit convenant dient een markt voor energiebesparing op gang te brengen en een besparing te realiseren van 10 PJ in 2020. De netbeheerders gaan zorgen, in samenwerking met aanbieders van systemen en diensten die de consument inzicht geven in het energiegebruik, dat deze mogelijkheden eenvoudig worden ontsloten tijdens het plaatsen van de slimme meter, of een ander natuurlijk moment indien gebruikers al een slimme meter hebben. Energieleveranciers, installateurs en andere marktpartijen bieden slimme thermostaten en andere besparingsproducten en -diensten aan huishoudens en kleinzakelijke gebruikers aan. Het Ministerie van EZ heeft ECN gevraagd hoeveel feedbacksystemen en slimme thermostaten nodig zijn om 10 PJ additionele besparing te realiseren. Hoewel er weinig goede actuele onderzoeken zijn, is de conclusie is dat om 10 PJ te besparen er 6,9 miljoen woningen van een verbeterd verbruiks- en kostenoverzicht moeten worden voorzien, of 3,3 miljoen woningen van een in home display, of 4,3 miljoen woningen van een slimme thermostaat. Het ECN-rapport is hier te vinden.


De salderingsregeling: Effecten van een aantal hervormingsopties

In dit rapport bespreekt ECN de effecten van verschillende varianten voor hervorming van de salderingsregeling, met name de gevolgen voor zonnestroominstallaties. Er is gekeken naar drie sectoren: koopwoningen, huurwoningen en de gebouwen in de dienstensector. Het rapport gaat in op de gevolgen voor de business case van zonnestroominstallaties, uitgedrukt in terugverdientijden en netto maandelijkse opbrengsten, de gevolgen voor de toekomstige groei van zonnestroom en de gevolgen voor de overheidskosten.


Voortgang Emissiehandel 2017

De Nederlandse bedrijven die aan het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) deelnemen, hebben sinds de start van het EU ETS in 2005 4% minder broeikasgassen uitgestoten. Hun emissie bedroeg in 2016 94 Mton CO2-equivalenten; in 2005 was dat nog 98 Mton. Deze daling geeft geen indicatie van de omvang van eventueel genomen reductiemaatregelen omdat daartoe de uitstoot afgezet moet worden tegen productievolumes. Wel is duidelijk dat de reductie van de uitstoot van N2O (lachgas) in de chemische industrie voor een groot deel bijdraagt aan de daling. N2O is naast CO2 en PFK een van de drie broeikasgassen die onder het EU ETS vallen. 

In 2016 was de gemiddelde veilingprijs EUR 5,26. Dit is bijna 30% lager dan in 2015, toen de gemiddelde veilingprijs EUR 7,58 was. Aan het begin van de 3e fase van het EU ETS maakte de veilingprijs sterke schommelingen mee. Deze schommelingen werden veroorzaakt door politieke ontwikkelingen rond het ‘backloading’ besluit en lage gerapporteerde emissiecijfers. Vanaf april 2014 steeg de veilingprijs geleidelijk, in ongeveer anderhalf jaar van EUR 4 naar bijna EUR 9. Marktpartijen schrijven deze ontwikkeling toe aan (het perspectief op) het besluit over de invoering van de marktstabiliteitsreserve in het EU ETS per 2019. In januari 2016 daalde de veilingprijs scherp. Volgens marktanalisten is deze daling toe te schrijven aan meerdere factoren, zoals een zachte winter, dalende energieproductie en de omschakeling naar hernieuwbare energie. Ook het blijvende besef van het grote overschot aan emissierechten in het EU ETS dient als verklaring voor de lage prijs. In juni 2016 deed zich een tweede prijsval voor. Die wordt over het algemeen toegeschreven aan het effect van de uitkomst van het referendum in het Verenigd Koninkrijk over het EU-lidmaatschap. Markten verwachtten in eerste instantie dat Brexit leidt tot meer onzekerheid over de vraag naar emissierechten, de uitkomst van de herziening van het EU ETS na 2020 en andere variabelen.

De veiling (de primaire markt) is overigens niet de enige plek waar emissierechten verhandeld worden. Daarnaast vindt ook veel spot- en termijnhandel (de secundaire markt) in emissierechten plaats. De prijs op de secundaire markt wijkt over het algemeen heel weinig af van de veilingprijs. 

Het rapport 'Voortgang Emissiehandel 2017' van de Nederlandse Emissieautoriteit is hier te downloaden. 


Evaluatie fiscale vrijstellingen bos en natuur

Wageningen Economic Research heeft in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken een evaluatie uitgevoerd van zes fiscale vrijstellingen op het gebied van bos en natuur. Het betreft drie vrijstellingen voor de inkomstenbelasting (bosbouwvrijstelling, vrijstelling voor vergoedingen in bos- en natuurbeheer en vrijstelling van natuur bij voordeel uit sparen en beleggen) en drie vrijstellingen van de overdrachtsbelasting (vrijstelling overdrachtsbelasting natuurgronden, vrijstelling overdrachtsbelasting Wet Inrichting Landelijk Gebied (WILG) en vrijstelling van Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL)). De zes genoemde vrijstellingen zijn goed bekend bij en aantrekkelijk voor de onderscheiden doelgroepen, vooral ten aanzien van de administratieve lasten. Ook de uitvoeringskosten voor de overheid zijn gering. Deze evaluatie gaat nader in op de doeltreffendheid en doelmatigheid van de vrijstellingen.


Veel informatie over binnenlandse klimaatfinanciering in Europa ontbreekt

Trinomics heeft in opdracht van het Europees Milieuagentschap een studie gedaan naar de stand van zaken op het gebied van binnenlandse klimaatfinanciering in Europa (zowel voor mitigatie als adaptatie). Op veel terreinen blijkt er nog een aanzienlijk gebrek aan informatie te zijn. Het rapport bevat aanbevelingen voor prioriteiten om deze lacunes te dichten.


Groen energielabel zorgt voor hogere verkoopprijs woningen

Koopwoningen met een energielabel A of B leveren ruim € 6.000 meer op. Daarnaast staan ze gemiddeld een maand korter in de verkoop. Dit blijkt uit een onderzoek rond de impact van energielabels van Tilburg University. De onderzoekers bestudeerden ruim 62.000 woningen die in de eerste helft van 2017 werden verkocht. 


Baten van water

In opdracht van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) heeft VITO een rapport geschreven over de diverse baten van water, opgezet vanuit een ecosysteemdienstenbenadering. Het rapport ‘Water, een kostbaar goed’ is hier te downloaden. 


Groter risico voor windparken op zee door lagere subsidies

Naar aanleiding van het verschijnen van de Nationale Energieverkenning (zie elders in dit nummer) constateert een artikel in het Financieele Dagblad dat de kans aanzienlijk is vergroot dat de grote windparken voor de kust van Nederland bij Borssele uiteindelijk niet worden gebouwd. Dat heeft te maken met het vooruitzicht van lagere subsidies nu de kosten van wind op zee sterker dalen dan voorzien. Investeerders zullen de finale investeringsbeslissing pas ruim na de subsidie- en vergunningstoekenning zullen nemen, hetgeen ertoe kan leiden dat zij toch van de bouw van een park afzien.


Klimaatgerelateerde financiële risico’s

Financiële instellingen moeten in toenemende mate rekening houden met de risico’s die gepaard gaan met klimaatverandering en de overgang naar een klimaatneutrale economie. In het rapport 'De Nederlandse financiële sector veilig achter de dijken?' focust De Nederlandsche Bank (DNB) op de impact van klimaatrisico’s op de Nederlandse financiële sector. Deze impact is veelzijdig en dient zich steeds nadrukkelijker aan. DNB gaat klimaatrisico’s daarom steviger verankeren in haar toezicht met als uiteindelijke doel om duurzame financiële stabiliteit te bewerkstelligen.

 



 

 

 

 

 


 

Ministerie I&M: Duurzaam doen begint in eigen huis

Drie prioriteiten binnen het duurzaamheidsbeleid van de Nederlandse overheid zijn klimaat en energie, circulaire economie en duurzaamheid verankeren in alle werkprocessen, cultuur en in alle relevante interne en externe opdrachten, zoals die voor ruimtelijke infrastructuurprojecten (MIRT). In het duurzaamheidsverslag 2016 van het ministerie van Infrastructuur en Milieu staan doelen en resultaten vermeld op het terrein van CO2 uitstoot (2016: 28% minder dan 2009; 2030: volledig klimaat- en energieneutraal), energiegebruik (2016: 3% minder dan in 2009) en circulaire economie (2030: 100% circulair werken). Het ministerie zet bijvoorbeeld in op het verduurzamen van alle vormen van de eigen mobiliteit (o.a. schonere brandstoffen voor de schepen van de Rijksrederij, compensatie van iedere gevlogen kilometer en elektrificering van het eigen wagenpark). Minder energiegebruik wordt gerealiseerd met bijvoorbeeld led-verlichting in tunnels, langs (vaar)wegen en in kantoren. Voor wat betreft de circulaire economie werkt het ministerie toe naar ‘100% circulair in 2030’. Er zijn verschillende pilots gestart, zoals met de Fairphone, biobased koffiebekers, circulair ontwerpen (InnovA58). Het duurzaamheidsverslag is te vinden op: https://www.ienmduurzaamheidsverslag.nl.


Nederlands bedrijfsleven profiteert van groei elektrisch vervoer 

Elektrisch rijden is een duurzame innovatie die economische kansen biedt voor het Nederlandse bedrijfsleven. Afgelopen november verwelkomde Nederland als tweede Europees land -na Noorwegen- de 100.000e elektrische personenauto en ongeveer een kwart van dat totaal werd in 2016 geregistreerd. Mede dankzij de Rijksbijdrage laadinfrastructuur steeg het aantal publieke laadpunten van 7.400 naar bijna 12.000, een stijging van ruim 60%. Het Nederlandse bedrijfsleven profiteert van deze groei in Nederland en daarbuiten. Zo zijn Nederlandse bedrijven onder meer internationaal actief in laadinfrastructuur, laaddienstverlening, productie van componenten en productie van lichte elektrische voertuigen, waaronder elektrische scooters. De werkgelegenheid binnen de elektrisch vervoersector in Nederland is toegenomen met bijna 900 nieuwe voltijdbanen.

Deze cijfers komen uit het Jaarverslag Elektrisch Vervoer 2016 dat RVO.nl in opdracht van het ministerie van Economische Zaken (EZ) heeft gepubliceerd (zie http://www.rvo.nl/actueel/nieuws/nederlandse-bedrijfsleven-profiteert-van-groei-elektrisch-vervoer-2016.


Grote steden ondervinden extra veel schade door klimaatverandering

In een recent artikel in Nature Climate Change gaan Francisco Estrada, Wouter Botzen en Richard Tol in op de specifieke effecten van klimaatverandering in grote steden, zoals het 'urban heat island effect', en schatten de economische gevolgen daarvan voor de 1692 grootste steden ter wereld. Ze concluderen dat adaptatiestrategieën op stedelijk niveau aanzienlijke netto baten kunnen opleveren voor de meeste van deze steden.

 

De geopolitiek van de circulaire economie

Het tijdschrift Internationale Spectator heeft een themanummer gewijd aan 'de geopolitiek van de internationale economie'. Hierin staan drie vragen centraal:

  • Draagt de circulaire economie bij aan het verkleinen van afhankelijkheden van vitale grondstoffen voor Nederland en de Europese Unie?
  • Levert de circulaire economie concurrentievoordelen op voor Nederland en Europa? En wat zijn de consequenties voor andere landen daarvan?
  • Draagt een ‘moreel leiderschap’ van Nederland en Europa op het gebied van de circulaire economie bij aan de internationale diplomatie rond het behoud van mondiale publieke goederen?

Zie https://www.internationalespectator.nl/pub/2017/1/.


Vaardigheden voor vergroening van de Vlaamse economie

Een recent verschenen OECD-rapport besteedt aandacht aan de vaardigheden, kennis en competenties die nodig zijn voor een vergroenende economie in Vlaanderen. Er wordt specifiek gekeken naar drie sectoren: voedingsmiddelen, bouw en chemicaliën.


EZ en DNB pleiten voor hogere CO2-prijs

Zowel vanuit het Ministerie van Economische Zaken (EZ) als vauit De Nederlandsche Bank (DNB) verschenen recentelijk pleidooien voor maatregelen om de prijs van CO2-uitstoot te verhogen en zo te zorgen voor prikkels die investeren in energiebesparing en schonere energie aantrekkelijk maken. EZ-topambtenaar Maarten Camps deed dit in het traditionele ESB-nieuwjaarsartikel en DNB deed dit in een artikel in DNB-bulletin.


Schaarse grondstoffen worden niet op tijd vanzelf duurder

Op 17 oktober 2016 promoveerde Theo Henckens aan de Universiteit Utrecht op het proefschrift ‘Managing raw materials scarcity: safeguarding the availability of geologically scarce mineral resources’. Henckens stelt hierin een internationale aanpak voor die ervoor moet zorgen dat de wereldbevolking op een duurzame manier omgaat met schaarse grondstoffen. Zijn belangrijkste maatregel is een kunstmatige vermindering van de winning van de meest schaarse grondstoffen. Daardoor zal de prijs van die grondstof naar verwachting stijgen. De gebruikers zullen dan automatisch gaan zoeken naar alternatieven. Een cruciale voorwaarde voor het slagen van deze aanpak is dat grondstoflanden gecompenseerd worden voor hun verlies aan inkomsten. Zie https://www.uu.nl/nieuws/ertsreserves-drogen-op. Artikelen over het onderzoek zijn ook verschenen in het tijdschrift Milieu (nr. 8/2016) en in Resources Policy.


Fiscale stimulering van elektrische auto's

Op 3 november 2016 promoveerde Alexandros Dimitropoulos aan de VU op een proefschrift over (fiscaal) stimuleringsbeleid rond elektrische auto's. Het onderzoek is gefinancierd uit het NWO-onderzoeksprogramma 'Energietransities'. Het volledige proefschrift is hier te vinden.


Effecten van tolheffing

Op 9 januari 2017 is Ioannis Tikoudis aan de VU gepromoveerd op een onderzoek naar tolheffing op wegen. Tolheffing kan een oplossing zijn voor het terugdringen van maatschappelijk onwenselijke effecten van verkeer, zoals CO2-uitstoot en files. Maar tolheffing staat niet op zichzelf en heeft effecten op bijvoorbeeld de regionale arbeidsmarkt. Tikoudis onderzocht verschillende interacties tussen stedelijke tolsystemen en bijvoorbeeld de belastingen op inkomen uit arbeid en onroerendgoedbelastingen. Het proefschrift ‘Urban second-best road pricing: spatial general equilibrium perspectives’ is hier te vinden.


Duurzaam waterbeheer in het stroomgebied van de Nijl

Op 25 januari 2017 is Tewodros Kahsay aan de VU gepromoveerd op het proefschrift ‘Towards Sustainable Water Resources Management in the Nile River Basin. A Global Computable General Equilibrium Analysis’. Hierin worden de economische gevolgen geanalyseerd van verschillende manieren om Nijlwater te beheren en te verdelen voor het hele Nijl-stroomgebied. Zie https://www.vu.nl/nl/nieuws-agenda/agenda/2017/jan-mrt/25jan_tn-kahsay.aspx.


Brede welvaart

Op allerlei fronten staat ‘brede welvaart’, dat wil zeggen welvaartsbepaling die naast BNP factoren als milieu en gezondheid meeneeemt, in de belangstelling. Rabobank en Universiteit Utrecht hebben samen een brede welvaartsindicator ontwikkeld. In het volgende nummer van deze Nieuwsbrief, dat eind april zal verschijnen, zal een artikel hierover gepubliceerd worden. Informatie over dit onderzoek is beschikbaar op: https://www.rabobank.com/nl/about-rabobank/in-society/prosperity/index.html.


Ondernemen met natuurlijk kapitaal in de voedselsector

In de publicatie 'Ondernemen met natuurlijk kapitaal in de voedselsector' analyseert het PBL de businessmodellen van de innovatieve ondernemers en de betekenis van deze bedrijven voor de verduurzaming van het voedselsysteem als geheel. Voor het onderzoek zijn interviews en workshops gehouden met 15 kleine innovatieve voedselbedrijven. De kleine voedselbedrijven kunnen vooralsnog geen complete verduurzaming van de sector bewerkstelligen. Hun marktaandeel is beperkt en niet alle oplossingen zijn op grotere schaal toe te passen. Toch spelen deze innovatieve ondernemers een belangrijke rol: ze dagen de grote bedrijven in de voedselsector uit tot innovatie en verduurzaming. Zonder deze kracht zal de voedselsector minder snel veranderen, terwijl de noodzaak om te verduurzamen groot is. De kostprijs van duurzamer geproduceerd voedsel is vaak hoger dan van gangbare producten. Toch is verlaging van de kostprijs alleen niet voldoende om duurzame productie rendabel te maken. Voor een levensvatbaar verdienmodel moeten de ondernemers ook op andere aspecten van hun bedrijf innoveren. De overheid kan de ontwikkeling naar duurzame voedselbedrijven stimuleren, bijvoorbeeld door instrumenten voor innovatie beschikbaar te stellen.

 

 

 


 

 



Pleidooi voor milieubelastingen in EU-landbouwbeleid

In een brief aan het tijdschrift ‘Nature’ pleit Frank Berendse, emeritus hoogleraar aan de Landbouwuniversiteit Wageningen, voor belastingen op het gebruik van bestrijdingsmiddelen, antibiotica en geïmporteerd veevoer. Deze belastingen zouden moeten worden geïntroduceerd in het kader van de hervorming van het EU-landbouwbeleid. Op deze manier kan de concurrentiepositie van boeren die op een duurzame manier werken volgens Berendse worden versterkt.


Macro-economische en andere baten van energie-efficiëntie

In het rapport 'The Macroeconomic and Other Benefits of Energy Efficiency' wordt geprobeerd de diverse baten van energie-efficiëntie te kwantificeren en wordt aangetoond dat, voor de EU als geheel en voor de meeste lidstaten, de baten van een programma voor energie-efficiëntie in gebouwen groter zijn dan de kosten. Aan dit rapport voor de Europese Commissie is ondermeer meegewerkt door ECN.


BUF (Bruto Utrechts Fietsproduct) en 'bikeonomics'

De fiets levert Utrecht jaarlijks 250 miljoen euro aan maatschappelijke baten op. De stad zou dat bedrag kwijt zijn aan onder meer zorg, luchtkwaliteitsmaatregelen en vertragingen in het verkeer wanneer alle fietsers de auto zouden nemen. Dat becijferen onderzoeksbureau Decisio en Soigneur in het Bruto Utrechts Fietsproduct (BUF) dat met steun van de gemeente Utrecht tot stand kwam. Utrecht is de eerste stad waar de directe en sociaal-economische waarde van de fiets inzichtelijk is gemaakt.

http://decisio.nl/nieuwsblog/2017/fiets-levert-utrecht-250-miljoen-op/


Statistieken over duurzaam voedsel en vleesconsumptie

In 2015 steeg het aandeel duurzamer voedsel naar 8% marktaandeel. Zie de Monitor Duurzaam Voedsel die Wageningen Economic Research (voorheen LEI) jaarlijks maakt in opdracht van het Ministerie van EZ: http://www.agrimatie.nl/ThemaResultaat.aspx?subpubID=2232&themaID=2810.

Hetzelfde Wageningen Economic Research vond in opdracht van Wakker Dier dat de vleesconsumptie de laatste vijf jaar is gedaald van 80,9 tot 75,4 kilo per persoon per jaar: https://www.wakkerdier.nl/uploads/media_items/2016-rapport-vleesconsumptie-2005-2015-def.original.pdf.


Nieuwsbrief Milieurekeningen

De nieuwste editie van de Nieuwsbrief Milieurekeningen van het CBS is sinds kort online beschikbaar: https://www.cbs.nl/-/media/_pdf/2017/15/nieuwsbriefmilieurekeningen2016nr12.pdf.


Verhandelbare aardbevingscertificaten 

Minne Dulleman en Edwin Woerdman hebben een nieuw marktinstrument bedacht om de aardbevingsschade door gaswinning in Groningen te compenseren. Aardbevingscertificaten geven huiseigenaren recht op een jaarlijkse vergoeding door de NAM en de overheid om zowel woningschade als verminderd woongenot te vergoeden. Verhuisbewegingen worden bevorderd doordat de certificaten in heel Nederland verhandelbaar zijn. Het idee is uitgewerkt in een artikel in ESB van 9 maart 2017.


Bereidheid om te betalen voor kippenwelzijn

In een recent artikel rapporteren Machiel Mulder en Sigourney Zomer over een onderzoek naar de bereidheid van Nederlanders om te betalen voor kippenwelzijn. Bij 87,5% van de respondenten bleek die bereidheid groter te zijn dan het prijsverschil tussen kippen met een hoger welzijnsniveau en kippen uit de reguliere pluimveehouderij. De auteurs concluderen dat de markt verbeterd kan worden door het consumentenvertrouwen in het systeem van labeling te vergroten.

 

 

 

Nieuw Nederlandstalig studieboek milieueconomie

'Milieu en milieubehoud. Economische benadering', geschreven door Aviel Verbruggen en Steven van Passel, biedt een inleiding tot de economische benadering van milieuvragen en de aansluitende beleidsaanpak. De auteurs behandelen de belangrijkste aspecten, met vernieuwende bijdragen zoals: verduidelijking van de inhoud van duurzame ontwikkeling, weergave van de kosten-batenafweging met afzonderlijke aandacht voor de publieke en de privésferen en verklaring van de EU-emissiehandel.


Handreiking financiering duurzame energieprojecten waterschappen

Dit rapport bevat aanbevelingen voor waterschappen rond financiering van duurzame energieprojecten. Procesmatige en evaluatie-aspecten worden besproken. De methoden om rentabiliteit te berekenen (terugverdientijd, netto contante waarde, interne rentevoet en ‘life cycle costs’) en de gebruikte voorbeelden gaan uit van de financiën van de waterschappen zelf en zijn dus niet gebaseerd op maatschappelijke kosten-batenanalyse.


Adoptie van en weerstand tegen energiebesparingsmaatregelen

Mark Olsthoorn is op 29 juli j.l. gepromoveerd aan de Grenoble École de Management op het proefschrift "Yes, but no: adoption and rejection of demandside energy innovations". Het proefschrift verkent adoptie en weerstand tegen adoptie van maatregelen op het gebied van vraagsturing en energie-efficientie in de industrie-, handel en diensten- en huisvestingssectoren.

Het proefschrift is te downloaden via: https://www.researchgate.net/publication/307575463_Yes_but_no_adoption_and_rejection_of_demand-side_energy_innovations_Introduction


Index voor Duurzame Economische Welvaart (ISEW) voor Vlaanderen, 1990-2014

In opdracht van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) heeft de Universiteit Gent een actualisering uitgevoerd van de Index voor Duurzame Economische Welvaart (ISEW) voor Vlaanderen. De ISEW wordt berekend als het verschil tussen de baten en de kosten van economische activiteiten. De kosten van economische activiteiten die binnen de ISEW worden meegenomen hebben betrekking op het verlies van ecosysteemdiensten: enerzijds door de degradatie van de leefomgeving (water- en luchtverontreiniging, klimaatverandering en de aantasting van de ozonlaag) en anderzijds door de uitputting van natuurlijk kapitaal. De ISEW voor Vlaanderen toont dat de duurzame economische welvaart per capita in de regio ongeveer even sterk toenam in de bestudeerde periode 1990-2014 als het Bruto Regionale Product (BRP) per capita. In deze periode nam de ISEW/capita toe met 27,4 %, terwijl het BRP/capita toenam met 31,9 %.


Versnellen van de energietransitie vergt forse investeringen en zorgt voor BBP-groei

Een recent rapport van McKinsey toont aan dat het mogelijk is om in Nederland de CO2-emissies drie tot vier keer sneller te verminderen dan tot nu toe is gerealiseerd. Het nemen van de juiste maatregelen  leidt niet alleen tot CO2-reductie, maar kan bovendien gunstige effecten voor de Nederlandse economie hebben. Voorbeelden van potentieel aantrekkelijke gebieden om in te investeren zijn: elektrisch transport, duurzame gebouwen, offshore wind, innovatie in energie-opslag en transport, transformatie van de zware industrie, en innovatie in koolstofafvang en -opslag.


Keuzes voor schonere brandstoffen in Afrikaanse huishoudens

Op 13 september is Bianca van der Kroon aan de VU gepromoveerd op het proefschrift 'Climbing the African Energy Ladder'. Daarin heeft ze met behulp van keuze-experimenten het brandstofgebruik voor koken in Afrikaanse huishoudens onderzocht. Er blijkt geen sprake te zijn van een simpele lineaire 'ladder' waarbij steeds schonere technieken worden gebruikt naarmate het inkomen stijgt. Huishoudens streven vooral naar een brede 'portfolio' van brandstoffen, waarin naast 'moderne' energiedragers als LPG ook traditionele biomassa zoals hout en houtskool een rol blijft spelen. Dit heeft implicaties voor beleid dat zich richt op de verspreiding van 'schone' kooktoestellen.


Effecten van een circulaire economie op ontwikkelingslanden

Op 17 mei heeft het PBL een workshop gehouden over de effecten van een circulaire economie in de EU en Nederland op ontwikkelingslanden. Het verslag van deze workshop is onlangs verschenen. Beangrijkste bevindingen:

  • De effecten kunnen zowel positief als negatief zijn, afhankelijk van het specifieke product en de specifieke context.

  • Om de effecten te kunnen beoordelen is een systeembrede benadering nodig, waarbij de hele keten en alle stakeholders worden betrokken, en moet met scenarioanalyses worden gewerkt.

  • Samenhang en synergie in het beleid vergt vroegtijdige toepassing van effectbeoordeling. Ontwikkelingslanden kunnen anticiperen op mogelijke negatieve effecten door een beleid van 'groene groei', wetgeving en handhaving.

  • Om een helder beeld te krijgen van de potentiële effecten van specifiek beleid is een onderzoeksagenda nodig met aandacht voor de omvang van mogelijke 'reboundeffecten', lessen die geleerd zijn uit bestaande processen, de voorwaarden waaronder de effecten positief kunnen zijn, en scenario-ontwikkeling.


Arme en kwetsbare bevolkingsgroepen onvoldoende beschermd tegen overstromingen

Huidige kosten-batenanalyses van investeringen in hoogwaterbescherming zijn veelal gebaseerd op te beperkte definities van risico en maatschappelijke welvaart, waarbij geen recht gedaan wordt aan het brede sociale welvaartsbegrip zoals dat in de economische welvaartstheorie is beoogd. Deze analyses pakken te nadelig uit voor arme en kwetsbare bevolkingsgroepen die daardoor onvoldoende beschermd worden, vooral in ontwikkelingslanden. Dit stelt Jarl Kind (Deltares) in recent onderzoek samen met VU-IVM, dat gepubliceerd is in WIREs Climate Change.


Geldstromen naar natuur en landschap

De afgelopen 15 jaar is er veel veranderd in het Nederlandse natuurbeleid, zoals de decentralisatie en de herijking van het natuurnetwerk. Het PBL onderzocht of deze ontwikkelingen hebben geleid tot veranderingen in de geldstromen naar natuur. De uitgaven lijken niet fors te zijn gedaald. Wel zijn er forse verschuivingen in de geldstromen. Het onderzoek richt zich op de periode tussen 1999 en 2013, waarbij voor de jaren 2003 en 2013 de meest gedetailleerde data beschikbaar zijn. Naast de generieke analyse van de geldstromen is voor 4 natuurorganisaties een gedetailleerde vergelijking gemaakt van de inkomstenbronnen in 2013 ten opzichte van 2003. Het gaat om Natuurmonumenten, de Provinciale Landschappen, Vogelbescherming Nederland en Wereldnatuurfonds. In 2013 bedroegen de uitgaven voor natuur en landschap in Nederland zo’n € 901 miljoen ofwel € 54 per Nederlander of 0,14% van het BBP. De beschikbare middelen voor natuur- en landschapsbeheer zijn in de periode 2003-2013 ongeveer op hetzelfde niveau gebleven. Ongeveer 55% van de directe uitgaven aan natuur en landschap werd in 2013 gedaan door de overheid. Dit is zelfs 75% als we ook de indirecte uitgaven meerekenen van de overheid aan natuurorganisaties en bedrijven. Van de publieke partijen is de Rijksoverheid de grootste financier, al vond door de decentralisatie wel een verschuiving plaats richting provincies. Ook in de bestemming van het geld vonden verschuivingen plaats. Het aandeel van het geld voor inrichting en beheer nam toe van 40% in 1999-2003 naar 50% in 2011-2013. De uitgaven voor verwerving van nieuwe natuurgebieden daalden gestaag, van € 307 miljoen in 2000 naar € 57 miljoen in 2013. De 4 onderzochte natuurorganisaties hadden alle in 2013 meer te besteden dan in 2003. De terreinbeherende organisaties hebben in die periode ook beduidend meer grond in hun bezit gekregen. De samenstelling van de inkomsten is echter veranderd en inkomsten uit contributies en donaties zijn gestegen, zeker voor de niet-terreinbeherende organisaties WNF en Vogelbescherming.


Versnelling Duurzame Veehouderij

De Commissie Duurzame Veehouderij van de Sociaal-Economische Raad heeft eind oktober onder voorzitterschap van kroonlid Ed Nijpels een advies uitgebracht over versnelling van een duurzame veehouderij. De noodzakelijke versnelling van de verduurzaming van de veehouderij is alleen mogelijk indien er krachtige regie, maatwerk en passende financiering komt. De Nederlandse veehouderij is een wereldspeler van betekenis. De sector levert, mede door een sterke exportpositie, een belangrijke bijdrage aan onze economie en werkgelegenheid en is internationaal toonaangevend waar het gaat om innovatiekracht en het ontwikkelen van nieuwe kennis. Tegelijkertijd staat de economische positie van een grote groep veehouders onder zware druk, onder meer vanwege lage (wereld)marktprijzen voor hun producten. Bovendien veroorzaakt de sector forse milieudruk en risico’s voor de gezondheid van mensen en het welzijn van dieren.


Een nieuwe kijk op de waarde van reistijd

Onderzoek laat zien dat zowel woon-werk als zakelijke reizigers de reistijd in het openbaar vervoer gebruiken als werktijd, en als tijd om te ontspannen en genieten van de reis. Het openbaar vervoer en, zodra de zelfrijdende auto op de markt komt, de auto bieden een groot potentieel aan maatschappelijke baten in de vorm van productief en aangenaam aan te wenden reistijd. Maar deze maatschappelijke baten van reiscomfort blijven vaak onderbelicht in maatschappelijke kosten-batenanalyses (MKBA’s) wat zijn weerslag kan hebben op investeringsbeslissingen van infrastructuurprojecten. In een recente notitie wordt een nieuwe praktische toepassing beschreven om veranderingen in reiscomfort voor treinreizigers te waarderen, uit te drukken in geld en mee te nemen in de MKBA.

 

Ga direct naar alle artikelen over:

nME icon overheid groot 3d4

Overheid

nME icon bedrijfsleven2 groot

Bedrijfsleven

nME icon onderzoek groot

Onderzoek

nME icon opinie2 groot

Opinie en debat