Ministerie I&M: Duurzaam doen begint in eigen huis

Drie prioriteiten binnen het duurzaamheidsbeleid van de Nederlandse overheid zijn klimaat en energie, circulaire economie en duurzaamheid verankeren in alle werkprocessen, cultuur en in alle relevante interne en externe opdrachten, zoals die voor ruimtelijke infrastructuurprojecten (MIRT). In het duurzaamheidsverslag 2016 van het ministerie van Infrastructuur en Milieu staan doelen en resultaten vermeld op het terrein van CO2 uitstoot (2016: 28% minder dan 2009; 2030: volledig klimaat- en energieneutraal), energiegebruik (2016: 3% minder dan in 2009) en circulaire economie (2030: 100% circulair werken). Het ministerie zet bijvoorbeeld in op het verduurzamen van alle vormen van de eigen mobiliteit (o.a. schonere brandstoffen voor de schepen van de Rijksrederij, compensatie van iedere gevlogen kilometer en elektrificering van het eigen wagenpark). Minder energiegebruik wordt gerealiseerd met bijvoorbeeld led-verlichting in tunnels, langs (vaar)wegen en in kantoren. Voor wat betreft de circulaire economie werkt het ministerie toe naar ‘100% circulair in 2030’. Er zijn verschillende pilots gestart, zoals met de Fairphone, biobased koffiebekers, circulair ontwerpen (InnovA58). Het duurzaamheidsverslag is te vinden op: https://www.ienmduurzaamheidsverslag.nl.


Nederlands bedrijfsleven profiteert van groei elektrisch vervoer 

Elektrisch rijden is een duurzame innovatie die economische kansen biedt voor het Nederlandse bedrijfsleven. Afgelopen november verwelkomde Nederland als tweede Europees land -na Noorwegen- de 100.000e elektrische personenauto en ongeveer een kwart van dat totaal werd in 2016 geregistreerd. Mede dankzij de Rijksbijdrage laadinfrastructuur steeg het aantal publieke laadpunten van 7.400 naar bijna 12.000, een stijging van ruim 60%. Het Nederlandse bedrijfsleven profiteert van deze groei in Nederland en daarbuiten. Zo zijn Nederlandse bedrijven onder meer internationaal actief in laadinfrastructuur, laaddienstverlening, productie van componenten en productie van lichte elektrische voertuigen, waaronder elektrische scooters. De werkgelegenheid binnen de elektrisch vervoersector in Nederland is toegenomen met bijna 900 nieuwe voltijdbanen.

Deze cijfers komen uit het Jaarverslag Elektrisch Vervoer 2016 dat RVO.nl in opdracht van het ministerie van Economische Zaken (EZ) heeft gepubliceerd (zie http://www.rvo.nl/actueel/nieuws/nederlandse-bedrijfsleven-profiteert-van-groei-elektrisch-vervoer-2016.


Grote steden ondervinden extra veel schade door klimaatverandering

In een recent artikel in Nature Climate Change gaan Francisco Estrada, Wouter Botzen en Richard Tol in op de specifieke effecten van klimaatverandering in grote steden, zoals het 'urban heat island effect', en schatten de economische gevolgen daarvan voor de 1692 grootste steden ter wereld. Ze concluderen dat adaptatiestrategieën op stedelijk niveau aanzienlijke netto baten kunnen opleveren voor de meeste van deze steden.

 

Pleidooi voor milieubelastingen in EU-landbouwbeleid

In een brief aan het tijdschrift ‘Nature’ pleit Frank Berendse, emeritus hoogleraar aan de Landbouwuniversiteit Wageningen, voor belastingen op het gebruik van bestrijdingsmiddelen, antibiotica en geïmporteerd veevoer. Deze belastingen zouden moeten worden geïntroduceerd in het kader van de hervorming van het EU-landbouwbeleid. Op deze manier kan de concurrentiepositie van boeren die op een duurzame manier werken volgens Berendse worden versterkt.


Macro-economische en andere baten van energie-efficiëntie

In het rapport 'The Macroeconomic and Other Benefits of Energy Efficiency' wordt geprobeerd de diverse baten van energie-efficiëntie te kwantificeren en wordt aangetoond dat, voor de EU als geheel en voor de meeste lidstaten, de baten van een programma voor energie-efficiëntie in gebouwen groter zijn dan de kosten. Aan dit rapport voor de Europese Commissie is ondermeer meegewerkt door ECN.


BUF (Bruto Utrechts Fietsproduct) en 'bikeonomics'

De fiets levert Utrecht jaarlijks 250 miljoen euro aan maatschappelijke baten op. De stad zou dat bedrag kwijt zijn aan onder meer zorg, luchtkwaliteitsmaatregelen en vertragingen in het verkeer wanneer alle fietsers de auto zouden nemen. Dat becijferen onderzoeksbureau Decisio en Soigneur in het Bruto Utrechts Fietsproduct (BUF) dat met steun van de gemeente Utrecht tot stand kwam. Utrecht is de eerste stad waar de directe en sociaal-economische waarde van de fiets inzichtelijk is gemaakt.

http://decisio.nl/nieuwsblog/2017/fiets-levert-utrecht-250-miljoen-op/


Statistieken over duurzaam voedsel en vleesconsumptie

In 2015 steeg het aandeel duurzamer voedsel naar 8% marktaandeel. Zie de Monitor Duurzaam Voedsel die Wageningen Economic Research (voorheen LEI) jaarlijks maakt in opdracht van het Ministerie van EZ: http://www.agrimatie.nl/ThemaResultaat.aspx?subpubID=2232&themaID=2810.

Hetzelfde Wageningen Economic Research vond in opdracht van Wakker Dier dat de vleesconsumptie de laatste vijf jaar is gedaald van 80,9 tot 75,4 kilo per persoon per jaar: https://www.wakkerdier.nl/uploads/media_items/2016-rapport-vleesconsumptie-2005-2015-def.original.pdf.


Nieuwsbrief Milieurekeningen

De nieuwste editie van de Nieuwsbrief Milieurekeningen van het CBS is sinds kort online beschikbaar: https://www.cbs.nl/-/media/_pdf/2017/15/nieuwsbriefmilieurekeningen2016nr12.pdf.


Verhandelbare aardbevingscertificaten 

Minne Dulleman en Edwin Woerdman hebben een nieuw marktinstrument bedacht om de aardbevingsschade door gaswinning in Groningen te compenseren. Aardbevingscertificaten geven huiseigenaren recht op een jaarlijkse vergoeding door de NAM en de overheid om zowel woningschade als verminderd woongenot te vergoeden. Verhuisbewegingen worden bevorderd doordat de certificaten in heel Nederland verhandelbaar zijn. Het idee is uitgewerkt in een artikel in ESB van 9 maart 2017.


Bereidheid om te betalen voor kippenwelzijn

In een recent artikel rapporteren Machiel Mulder en Sigourney Zomer over een onderzoek naar de bereidheid van Nederlanders om te betalen voor kippenwelzijn. Bij 87,5% van de respondenten bleek die bereidheid groter te zijn dan het prijsverschil tussen kippen met een hoger welzijnsniveau en kippen uit de reguliere pluimveehouderij. De auteurs concluderen dat de markt verbeterd kan worden door het consumentenvertrouwen in het systeem van labeling te vergroten.

 

 

 

Nieuw Nederlandstalig studieboek milieueconomie

'Milieu en milieubehoud. Economische benadering', geschreven door Aviel Verbruggen en Steven van Passel, biedt een inleiding tot de economische benadering van milieuvragen en de aansluitende beleidsaanpak. De auteurs behandelen de belangrijkste aspecten, met vernieuwende bijdragen zoals: verduidelijking van de inhoud van duurzame ontwikkeling, weergave van de kosten-batenafweging met afzonderlijke aandacht voor de publieke en de privésferen en verklaring van de EU-emissiehandel.


Handreiking financiering duurzame energieprojecten waterschappen

Dit rapport bevat aanbevelingen voor waterschappen rond financiering van duurzame energieprojecten. Procesmatige en evaluatie-aspecten worden besproken. De methoden om rentabiliteit te berekenen (terugverdientijd, netto contante waarde, interne rentevoet en ‘life cycle costs’) en de gebruikte voorbeelden gaan uit van de financiën van de waterschappen zelf en zijn dus niet gebaseerd op maatschappelijke kosten-batenanalyse.


Adoptie van en weerstand tegen energiebesparingsmaatregelen

Mark Olsthoorn is op 29 juli j.l. gepromoveerd aan de Grenoble École de Management op het proefschrift "Yes, but no: adoption and rejection of demandside energy innovations". Het proefschrift verkent adoptie en weerstand tegen adoptie van maatregelen op het gebied van vraagsturing en energie-efficientie in de industrie-, handel en diensten- en huisvestingssectoren.

Het proefschrift is te downloaden via: https://www.researchgate.net/publication/307575463_Yes_but_no_adoption_and_rejection_of_demand-side_energy_innovations_Introduction


Index voor Duurzame Economische Welvaart (ISEW) voor Vlaanderen, 1990-2014

In opdracht van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) heeft de Universiteit Gent een actualisering uitgevoerd van de Index voor Duurzame Economische Welvaart (ISEW) voor Vlaanderen. De ISEW wordt berekend als het verschil tussen de baten en de kosten van economische activiteiten. De kosten van economische activiteiten die binnen de ISEW worden meegenomen hebben betrekking op het verlies van ecosysteemdiensten: enerzijds door de degradatie van de leefomgeving (water- en luchtverontreiniging, klimaatverandering en de aantasting van de ozonlaag) en anderzijds door de uitputting van natuurlijk kapitaal. De ISEW voor Vlaanderen toont dat de duurzame economische welvaart per capita in de regio ongeveer even sterk toenam in de bestudeerde periode 1990-2014 als het Bruto Regionale Product (BRP) per capita. In deze periode nam de ISEW/capita toe met 27,4 %, terwijl het BRP/capita toenam met 31,9 %.


Versnellen van de energietransitie vergt forse investeringen en zorgt voor BBP-groei

Een recent rapport van McKinsey toont aan dat het mogelijk is om in Nederland de CO2-emissies drie tot vier keer sneller te verminderen dan tot nu toe is gerealiseerd. Het nemen van de juiste maatregelen  leidt niet alleen tot CO2-reductie, maar kan bovendien gunstige effecten voor de Nederlandse economie hebben. Voorbeelden van potentieel aantrekkelijke gebieden om in te investeren zijn: elektrisch transport, duurzame gebouwen, offshore wind, innovatie in energie-opslag en transport, transformatie van de zware industrie, en innovatie in koolstofafvang en -opslag.


Keuzes voor schonere brandstoffen in Afrikaanse huishoudens

Op 13 september is Bianca van der Kroon aan de VU gepromoveerd op het proefschrift 'Climbing the African Energy Ladder'. Daarin heeft ze met behulp van keuze-experimenten het brandstofgebruik voor koken in Afrikaanse huishoudens onderzocht. Er blijkt geen sprake te zijn van een simpele lineaire 'ladder' waarbij steeds schonere technieken worden gebruikt naarmate het inkomen stijgt. Huishoudens streven vooral naar een brede 'portfolio' van brandstoffen, waarin naast 'moderne' energiedragers als LPG ook traditionele biomassa zoals hout en houtskool een rol blijft spelen. Dit heeft implicaties voor beleid dat zich richt op de verspreiding van 'schone' kooktoestellen.


Effecten van een circulaire economie op ontwikkelingslanden

Op 17 mei heeft het PBL een workshop gehouden over de effecten van een circulaire economie in de EU en Nederland op ontwikkelingslanden. Het verslag van deze workshop is onlangs verschenen. Beangrijkste bevindingen:

  • De effecten kunnen zowel positief als negatief zijn, afhankelijk van het specifieke product en de specifieke context.

  • Om de effecten te kunnen beoordelen is een systeembrede benadering nodig, waarbij de hele keten en alle stakeholders worden betrokken, en moet met scenarioanalyses worden gewerkt.

  • Samenhang en synergie in het beleid vergt vroegtijdige toepassing van effectbeoordeling. Ontwikkelingslanden kunnen anticiperen op mogelijke negatieve effecten door een beleid van 'groene groei', wetgeving en handhaving.

  • Om een helder beeld te krijgen van de potentiële effecten van specifiek beleid is een onderzoeksagenda nodig met aandacht voor de omvang van mogelijke 'reboundeffecten', lessen die geleerd zijn uit bestaande processen, de voorwaarden waaronder de effecten positief kunnen zijn, en scenario-ontwikkeling.


Arme en kwetsbare bevolkingsgroepen onvoldoende beschermd tegen overstromingen

Huidige kosten-batenanalyses van investeringen in hoogwaterbescherming zijn veelal gebaseerd op te beperkte definities van risico en maatschappelijke welvaart, waarbij geen recht gedaan wordt aan het brede sociale welvaartsbegrip zoals dat in de economische welvaartstheorie is beoogd. Deze analyses pakken te nadelig uit voor arme en kwetsbare bevolkingsgroepen die daardoor onvoldoende beschermd worden, vooral in ontwikkelingslanden. Dit stelt Jarl Kind (Deltares) in recent onderzoek samen met VU-IVM, dat gepubliceerd is in WIREs Climate Change.


Geldstromen naar natuur en landschap

De afgelopen 15 jaar is er veel veranderd in het Nederlandse natuurbeleid, zoals de decentralisatie en de herijking van het natuurnetwerk. Het PBL onderzocht of deze ontwikkelingen hebben geleid tot veranderingen in de geldstromen naar natuur. De uitgaven lijken niet fors te zijn gedaald. Wel zijn er forse verschuivingen in de geldstromen. Het onderzoek richt zich op de periode tussen 1999 en 2013, waarbij voor de jaren 2003 en 2013 de meest gedetailleerde data beschikbaar zijn. Naast de generieke analyse van de geldstromen is voor 4 natuurorganisaties een gedetailleerde vergelijking gemaakt van de inkomstenbronnen in 2013 ten opzichte van 2003. Het gaat om Natuurmonumenten, de Provinciale Landschappen, Vogelbescherming Nederland en Wereldnatuurfonds. In 2013 bedroegen de uitgaven voor natuur en landschap in Nederland zo’n € 901 miljoen ofwel € 54 per Nederlander of 0,14% van het BBP. De beschikbare middelen voor natuur- en landschapsbeheer zijn in de periode 2003-2013 ongeveer op hetzelfde niveau gebleven. Ongeveer 55% van de directe uitgaven aan natuur en landschap werd in 2013 gedaan door de overheid. Dit is zelfs 75% als we ook de indirecte uitgaven meerekenen van de overheid aan natuurorganisaties en bedrijven. Van de publieke partijen is de Rijksoverheid de grootste financier, al vond door de decentralisatie wel een verschuiving plaats richting provincies. Ook in de bestemming van het geld vonden verschuivingen plaats. Het aandeel van het geld voor inrichting en beheer nam toe van 40% in 1999-2003 naar 50% in 2011-2013. De uitgaven voor verwerving van nieuwe natuurgebieden daalden gestaag, van € 307 miljoen in 2000 naar € 57 miljoen in 2013. De 4 onderzochte natuurorganisaties hadden alle in 2013 meer te besteden dan in 2003. De terreinbeherende organisaties hebben in die periode ook beduidend meer grond in hun bezit gekregen. De samenstelling van de inkomsten is echter veranderd en inkomsten uit contributies en donaties zijn gestegen, zeker voor de niet-terreinbeherende organisaties WNF en Vogelbescherming.


Versnelling Duurzame Veehouderij

De Commissie Duurzame Veehouderij van de Sociaal-Economische Raad heeft eind oktober onder voorzitterschap van kroonlid Ed Nijpels een advies uitgebracht over versnelling van een duurzame veehouderij. De noodzakelijke versnelling van de verduurzaming van de veehouderij is alleen mogelijk indien er krachtige regie, maatwerk en passende financiering komt. De Nederlandse veehouderij is een wereldspeler van betekenis. De sector levert, mede door een sterke exportpositie, een belangrijke bijdrage aan onze economie en werkgelegenheid en is internationaal toonaangevend waar het gaat om innovatiekracht en het ontwikkelen van nieuwe kennis. Tegelijkertijd staat de economische positie van een grote groep veehouders onder zware druk, onder meer vanwege lage (wereld)marktprijzen voor hun producten. Bovendien veroorzaakt de sector forse milieudruk en risico’s voor de gezondheid van mensen en het welzijn van dieren.


Een nieuwe kijk op de waarde van reistijd

Onderzoek laat zien dat zowel woon-werk als zakelijke reizigers de reistijd in het openbaar vervoer gebruiken als werktijd, en als tijd om te ontspannen en genieten van de reis. Het openbaar vervoer en, zodra de zelfrijdende auto op de markt komt, de auto bieden een groot potentieel aan maatschappelijke baten in de vorm van productief en aangenaam aan te wenden reistijd. Maar deze maatschappelijke baten van reiscomfort blijven vaak onderbelicht in maatschappelijke kosten-batenanalyses (MKBA’s) wat zijn weerslag kan hebben op investeringsbeslissingen van infrastructuurprojecten. In een recente notitie wordt een nieuwe praktische toepassing beschreven om veranderingen in reiscomfort voor treinreizigers te waarderen, uit te drukken in geld en mee te nemen in de MKBA.

 

De geopolitiek van de circulaire economie

Het tijdschrift Internationale Spectator heeft een themanummer gewijd aan 'de geopolitiek van de internationale economie'. Hierin staan drie vragen centraal:

  • Draagt de circulaire economie bij aan het verkleinen van afhankelijkheden van vitale grondstoffen voor Nederland en de Europese Unie?
  • Levert de circulaire economie concurrentievoordelen op voor Nederland en Europa? En wat zijn de consequenties voor andere landen daarvan?
  • Draagt een ‘moreel leiderschap’ van Nederland en Europa op het gebied van de circulaire economie bij aan de internationale diplomatie rond het behoud van mondiale publieke goederen?

Zie https://www.internationalespectator.nl/pub/2017/1/.


Vaardigheden voor vergroening van de Vlaamse economie

Een recent verschenen OECD-rapport besteedt aandacht aan de vaardigheden, kennis en competenties die nodig zijn voor een vergroenende economie in Vlaanderen. Er wordt specifiek gekeken naar drie sectoren: voedingsmiddelen, bouw en chemicaliën.


EZ en DNB pleiten voor hogere CO2-prijs

Zowel vanuit het Ministerie van Economische Zaken (EZ) als vauit De Nederlandsche Bank (DNB) verschenen recentelijk pleidooien voor maatregelen om de prijs van CO2-uitstoot te verhogen en zo te zorgen voor prikkels die investeren in energiebesparing en schonere energie aantrekkelijk maken. EZ-topambtenaar Maarten Camps deed dit in het traditionele ESB-nieuwjaarsartikel en DNB deed dit in een artikel in DNB-bulletin.


Schaarse grondstoffen worden niet op tijd vanzelf duurder

Op 17 oktober 2016 promoveerde Theo Henckens aan de Universiteit Utrecht op het proefschrift ‘Managing raw materials scarcity: safeguarding the availability of geologically scarce mineral resources’. Henckens stelt hierin een internationale aanpak voor die ervoor moet zorgen dat de wereldbevolking op een duurzame manier omgaat met schaarse grondstoffen. Zijn belangrijkste maatregel is een kunstmatige vermindering van de winning van de meest schaarse grondstoffen. Daardoor zal de prijs van die grondstof naar verwachting stijgen. De gebruikers zullen dan automatisch gaan zoeken naar alternatieven. Een cruciale voorwaarde voor het slagen van deze aanpak is dat grondstoflanden gecompenseerd worden voor hun verlies aan inkomsten. Zie https://www.uu.nl/nieuws/ertsreserves-drogen-op. Artikelen over het onderzoek zijn ook verschenen in het tijdschrift Milieu (nr. 8/2016) en in Resources Policy.


Fiscale stimulering van elektrische auto's

Op 3 november 2016 promoveerde Alexandros Dimitropoulos aan de VU op een proefschrift over (fiscaal) stimuleringsbeleid rond elektrische auto's. Het onderzoek is gefinancierd uit het NWO-onderzoeksprogramma 'Energietransities'. Het volledige proefschrift is hier te vinden.


Effecten van tolheffing

Op 9 januari 2017 is Ioannis Tikoudis aan de VU gepromoveerd op een onderzoek naar tolheffing op wegen. Tolheffing kan een oplossing zijn voor het terugdringen van maatschappelijk onwenselijke effecten van verkeer, zoals CO2-uitstoot en files. Maar tolheffing staat niet op zichzelf en heeft effecten op bijvoorbeeld de regionale arbeidsmarkt. Tikoudis onderzocht verschillende interacties tussen stedelijke tolsystemen en bijvoorbeeld de belastingen op inkomen uit arbeid en onroerendgoedbelastingen. Het proefschrift ‘Urban second-best road pricing: spatial general equilibrium perspectives’ is hier te vinden.


Duurzaam waterbeheer in het stroomgebied van de Nijl

Op 25 januari 2017 is Tewodros Kahsay aan de VU gepromoveerd op het proefschrift ‘Towards Sustainable Water Resources Management in the Nile River Basin. A Global Computable General Equilibrium Analysis’. Hierin worden de economische gevolgen geanalyseerd van verschillende manieren om Nijlwater te beheren en te verdelen voor het hele Nijl-stroomgebied. Zie https://www.vu.nl/nl/nieuws-agenda/agenda/2017/jan-mrt/25jan_tn-kahsay.aspx.


Brede welvaart

Op allerlei fronten staat ‘brede welvaart’, dat wil zeggen welvaartsbepaling die naast BNP factoren als milieu en gezondheid meeneeemt, in de belangstelling. Rabobank en Universiteit Utrecht hebben samen een brede welvaartsindicator ontwikkeld. In het volgende nummer van deze Nieuwsbrief, dat eind april zal verschijnen, zal een artikel hierover gepubliceerd worden. Informatie over dit onderzoek is beschikbaar op: https://www.rabobank.com/nl/about-rabobank/in-society/prosperity/index.html.


Ondernemen met natuurlijk kapitaal in de voedselsector

In de publicatie 'Ondernemen met natuurlijk kapitaal in de voedselsector' analyseert het PBL de businessmodellen van de innovatieve ondernemers en de betekenis van deze bedrijven voor de verduurzaming van het voedselsysteem als geheel. Voor het onderzoek zijn interviews en workshops gehouden met 15 kleine innovatieve voedselbedrijven. De kleine voedselbedrijven kunnen vooralsnog geen complete verduurzaming van de sector bewerkstelligen. Hun marktaandeel is beperkt en niet alle oplossingen zijn op grotere schaal toe te passen. Toch spelen deze innovatieve ondernemers een belangrijke rol: ze dagen de grote bedrijven in de voedselsector uit tot innovatie en verduurzaming. Zonder deze kracht zal de voedselsector minder snel veranderen, terwijl de noodzaak om te verduurzamen groot is. De kostprijs van duurzamer geproduceerd voedsel is vaak hoger dan van gangbare producten. Toch is verlaging van de kostprijs alleen niet voldoende om duurzame productie rendabel te maken. Voor een levensvatbaar verdienmodel moeten de ondernemers ook op andere aspecten van hun bedrijf innoveren. De overheid kan de ontwikkeling naar duurzame voedselbedrijven stimuleren, bijvoorbeeld door instrumenten voor innovatie beschikbaar te stellen.

 

 

 


 

 



Themanummer ESB over 'Groene groei'

Het tijdschrift Economisch Statistische Berichten heeft in juli een themanummer over 'Groene groei' uitgebracht (nr. 4739), met daarin de volgende bijdragen:

  • Perspectief op groene groei (Marjan Hofkes en Harmen Verbruggen)
  • Groene a-groei en de klimaatuitdaging (Jeroen van den Bergh)
  • Naar een circulaire economie (Bert Scholtens)
  • Zespuntenplan voor duurzame groei (Rick van der Ploeg)
  • Milieubeleidsstrategieën, groene groei en welvaart (Thomas van der Pol en Gerbert Romijn)
  • Instrumenten voor energie- en klimaatbeleid (Herman Vollebergh, Gusta Renes en Frank Dietz)
  • Vergroening van aanschafbeleasting voor auto's in de EU (Thomas Michielsen, Inge van den Bijgaart, Reyer Gerlagh en Hans Nijland)

In ESB 4740 staat een reactie van Reyer Gerlagh ('Groene groei als coördinatieprobleem'). De ESB-special en de reactie van Gerlagh zijn samen herdrukt naar aanleiding van een door het Centraal Planburau georganiseerde workshop over 'De effectiviteit van circulair-economisch beleid', die op 15 september werd gehouden. Zie https://www.esb.nu/kort/20020301/herdruk-groene-groei.


Themanummer Milieu over 'Groene welvaart'

In Milieu, tijdschrift van Netwerk van Milieuprofessionals VVM (www.vvm.info), is het septembernummer (nr.5, 2016) gewijd aan Groene Welvaart, met artikelen van onder andere Arnold Heertje (Natuur en milieu worden weggecijferd), Stephan Slingerland (Welvaartsdebat komt telkens terug), Olav-Jan van Gerwen en Frank Dietz (Welvaart heeft geen kleur).


Groene belastingen als alternatief voor aardgasbaten

SEO Economisch Onderzoek heeft in opdracht van Milieudefensie onderzocht hoeveel het kost het om de gasproductie uit het Groningenveld vanaf 2030 stil te leggen en of groene belastingen kunnen fungeren als alternatieve inkomstenbron. Conclusie: de inkomstenderving ten opzichte van de huidige verwachtingen is maximaal in 2030 en bedraagt dan € 3,8 miljard per jaar. Groene belastingen zijn een veelbelovende manier om extra inkomsten voor de schatkist te genereren. 39 mogelijke maatregelen zijn beoordeeld op vier criteria: technische uitvoerbaarheid, opbrengstzekerheid, vergroening en kostenverdeling. Maatregelen met de hoogste scores op één van de criteria zijn samengebracht in pakketten die elk voldoende inkomsten genereren om de lagere aardgasbaten te compenseren. Het potentieel aan groene belastingmaatregelen blijkt vele malen groter te zijn dan de verwachte reductie van aardgasbaten. Zie http://www.seo.nl/pagina/article/alternatieven-voor-aardgasbaten/.


Economische gevolgen van overstromingen

Op 14 juni jongstleden promoveerde Elco Koks aan de VU op het proefschrift 'Economic modelling for flood risk assessment'. Daarin staat de vraag centraal in hoeverre de (sociaal)economische gevolgen van overstromingen kunnen worden opgenomen in de modellering van overstromingsrisico’s en hoe hiermee de strategieën voor overstromingsmanagement verbeterd kunnen worden. Het proefschrift besteedt veel aandacht aan de indirecte economische effecten van overstromingen en aan ruimtelijke en temporele aspecten.


Toepassingspotentieel en macro-economische effecten van CO2-opvang en -opslag

23 September j.l. is Barbara Kölbl aan de Universiteit Utrecht gepromoveerd op het proefschrift 'Deployment potential and macro-economic impacts of Carbon Dioxide Capture and Storage in the future energy system'. De potentiële inzet van CCS is onderzocht op mondiaal niveau tot het jaar 2100. De gevoeligheidsanalyse hierop beperkt zich tot 2050. De analyse van economische effecten is toegespitst op de West-Europese energiesector in 2050. Uit het onderzoek blijkt dat CCS een belangrijke mitigatiestrategie is en dat er tot 2100 voldoende opslagcapaciteit is. Het proefschrift kan gedownload worden via: http://dspace.library.uu.nl/handle/1874/339521.


Uitputting van ertsreserves

Theo Henckens is op 17 oktober gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht op een proefschrift over de uitputting van ertsreserves. De promovendus concludeert dat vijftien van de onderzochte 65 mineralen niet duurzaam gewonnen worden. Voor vier van deze vijftien is onderzocht of en vastgesteld dat, technisch gezien, duurzame winning mogelijk is. Het prijsmechanisme zal echter onvoldoende sturend zijn. Elementen voor een internationaal verdrag tot duurzaam gebruik van schaarse delfstoffen worden voorgesteld.Het proefschrift met titel ‘Managing raw materials scarcity: safeguarding the availability of geologically scarce mineral resources for future generations’ kan gedownload worden via: http://dspace.library.uu.nl/handle/1874/339827.


Betalingsbereidheid van drinkwaterklanten

In een artikel in Vakblad H2O (H2O online) wordt verslag gedaan van een betalingsbereidheidsonderzoek naar verbeteringen in drinkwaterlevering. Het onderzoek is gedaan door KWR Watercycle Research Institute en Vitens. De conclusie is: "... dat een meerderheid van de drinkwaterklanten de voorkeur geeft aan gelijkblijvende of zelfs iets hogere kosten voor een betere kwaliteit van kraanwater en dienstverlening, ten opzichte van een lichte of grote afname van de kosten bij een gelijkblijvende of afnemende kwaliteit. Dit is anders dan het soms dominante beeld doet vermoeden, Voor een groot aantal verbeteringen zijn veel klanten zelfs bereid extra te betalen, al zijn de verschillen tussen klanten met verschillende perspectieven groot. Het meest acceptabel vindt men een kostenstijging voor de realisatie van een zo natuurlijk mogelijke inrichting van waterwingebieden, het verbeteren van de drinkwatervoorziening in ontwikkelingslanden en het stimuleren van waterhergebruik. Verbeteringen die leiden tot meer inzicht in de kwaliteit, storingen, of het individueel watergebruik worden veelal wel aangemerkt als goede ideeën, maar hiervoor is men duidelijk minder bereid extra te betalen. Kijken we naar de betalingsbereidheid voor concrete verbeteringen als minder kalk in het kraanwater, de productie van kraanwater met 100% duurzame energie en een hogere kwaliteit, dan zien we dat deze significant hoger is dan de betalingsbereidheid voor een hogere druk uit de leidingen of minder storingen in de kraanwaterlevering. De wens voor met name minder kalk en meer duurzaam water leeft niet alleen bij huishoudelijke klanten, maar ook bij (groot)zakelijke. Anders dan de huishoudelijke klant zijn zij in de regel echter enkel bereid extra te betalen voor verbeteringen die hen uiteindelijk ook geld kunnen besparen." Het artikel is hier te vinden: http://vakbladh2o.nl/index.php/h2o-online/recente-artikelen/entry/de-waarde-van-klantonderzoek-een-studie-naar-de-betalingsbereidheid-van-drinkwaterklanten.


Op weg naar de circulaire auto

ABN AMRO heeft samen met Circle Economy een studie gepubliceerd over de auto-industrie. Zij verwachten dat deze sector verandert en in een stroomversnelling zal komen, omdat de consument anders naar mobiliteit kijkt. De groeiende vraag naar bedrijfsmodellen als ‘Car-as-a-Service’ en autodelen – een stijging van 300 procent in 2 jaar – bewijst dat de auto vaker als dienst wordt beschouwd. Met als gevolg een verschuiving van eigendom, een hogere bezettingsgraad en daardoor een kortere levensduur van auto’s. Deze optelsom vereist een radicale innovatie van auto-ontwerp en materiaalgebruik, waardoor circulariteit in de sector prioriteit moet worden. Dit staat echter nog niet hoog op de agenda van de auto-industrie en haar toeleveranciers, vanwege de grote beleidsdruk om brandstofverbruik en CO2-emissies te verlagen. De studie is te downloaden via https://insights.abnamro.nl/2016/08/op-weg-naar-de-circulaire-auto/


Klimaatbeleid voor de lange termijn

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) heeft een 'policy brief' uitgebracht over het klimaatbeleid voor de lange termijn. Daarin stelt de WRR voor om een ambitieus emissiebudget voor broeikasgassen vast te leggen in een nationale klimaatwet. Die wet voorziet tevens in de instelling van een Klimaatautoriteit voor advisering, monitoring, coördinatie en maatschappelijke dialoog. Belangrijke randvoorwaarden zijn een publieke investeringsbank en versterking van klimaatrelevante kennisinfrastructuur. Een toekomstbestendig reguleringskader biedt op decentraal niveau ruimte voor de ontwikkeling van nieuwe technieken en businessconcepten. Op Europees niveau is versterking van een emissiehandelssysteem nodig. Grootschalige inpassing van hernieuwbare energiebronnen vraagt om Europese coördinatie van de elektriciteitsmarkten en van grensoverschrijdende energie-infrastructuur. Zie http://www.wrr.nl/publicaties/publicatie/article/klimaatbeleid-voor-de-lange-termijn-van-vrijblijvendheid-naar-verankerd-5/.


Circulaire economie maakt doelen klimaatakkoord Parijs bereikbaar

In een recente publicatie betogen Circle Economy en Ecofys dat de mondiale introductie van een circulaire economie ervoor kan zorgen dat de emissiereductiedoelstellingen voor broeikasgassen die in Parijs zijn afgesproken haalbaar worden. Zie http://www.ecofys.com/files/files/circle-economy-ecofys-2016-circular-economy-white-paper.pdf.


Milieustatistieken, milieurekeningen en beleid

In Nederland worden al tientallen jaren milieustatistieken gemaakt. Daartoe behoren ook de milieurekeningen, die een koppeling maken tussen milieu en economie. Over de ontwikkeling en toepassing van milieustatistieken en milieurekeningen heeft het PBL een notitie uitgebracht ten behoeve van het WAVES-programma van de Wereldbank (Wealth Accounting and the Valuation of Ecosystem Services). Zie http://www.pbl.nl/publicaties/van-statistiek-naar-beleid.

 

 

 

 

 

 

 

 

Ga direct naar alle artikelen over:

nME icon overheid groot 3d4

Overheid

nME icon bedrijfsleven2 groot

Bedrijfsleven

nME icon onderzoek groot

Onderzoek

nME icon opinie2 groot

Opinie en debat