Deze website gebruikt analytische cookies om inzicht te krijgen in de populariteit van de aangeboden artikelen (webstatistieken). Persoonlijke gegevens van bezoekers worden niet vastgelegd.

De Europese Commissie (EC) heeft een voorstel gedaan ter herziening van de Richtlijn Energiebelastingen. CE Delft heeft, in samenwerking met Ecofys, voor de ministeries van I&M en Financiën de gevolgen voor de energiebelastingtarieven, het milieu en de economie in kaart gebracht.

Aanleiding

In de Europese Unie zijn de belastingen op energieproducten en elektriciteit geharmoniseerd via de Richtlijn Energiebelastingen. Desondanks kent de EU een grote verscheidenheid aan belastingen op energieproducten, elektriciteit, CO2 en andere broeikasgassen. De Europese Commissie (EC) heeft daarom een voorstel gedaan ter herziening van deze Richtlijn (zie ook elders in dit nummer).

De EC stelt onder meer voor om de grondslag van de minimumtarieven te wijzigen: een deel wordt gebaseerd op energie-inhoud en een deel op CO2-uitstoot. Een belangrijke aanpassing daarbij is dat de energiecomponent wordt belast op basis van de energie-inhoud (gigajoules) van de brandstof, terwijl op dit moment is een groot deel van de minimumtarieven nog gedefinieerd is op basis van liters of kilogrammen.

CE Delft heeft in samenwerking met Ecofys voor de ministeries van I&M en Financiën de gevolgen van dit voorstel voor Nederland in kaart gebracht. De studie betreft een verkenning van de effecten van het EC-voorstel op de Nederlandse energiebelastingentarieven, het milieu en de economie. Daarnaast is ook een vergelijking gemaakt van de belastingen op energie ten opzichte van 8 Europese landen [1].

Binnen deze studie is budgetneutraliteit het uitgangspunt geweest. Budgetneutraliteit is hierbij zo ingevuld dat eventuele verhogingen van belastingtarieven op energie als gevolg van de nieuwe minimumtarieven en de gewijzigde structuur van de richtlijn worden gecompenseerd binnen dezelfde brandstofgroep. In dit artikel presenteren wij de uitkomsten van één van de drie doorgerekende scenario's, dat uitgaat van het CO2-minimumtarief (20 €/ton CO2) van het voorstel van de EC.

Resultaten

Gevolgen voor energiebelastingtarieven

De belangrijkste gevolgen van budgetneutrale implementatie van minimumtarieven van 20 €/ton CO2 voor de energiebelasting op aardgas staan in Figuur 1 en voor de accijnzen op motorbrandstoffen in Figuur 2.

  

Figuur 1      De huidige tarieven en de gevolgen van het EC-voorstel voor de energiebelasting op aardgas (niet ETS-bedrijven) onder randvoorwaarde van budgetneutraliteit

 

Figuur 2   De huidige tarieven en de gevolgen van het EC-voorstel voor accijnzen op motorbrandstoffen onder randvoorwaarde van budgetneutraliteit

 

De belangrijkste gevolgen van deze budgetneutrale implementatiewijze voor Nederland zijn:

  •  Een verschuiving binnen de energiebelasting op aardgas van kleinverbruik naar midden- en grootverbruik, aangezien de huidige tarieven vanaf schijf 3 onder de nieuwe minimumtarieven voor aardgas liggen.
  • Een verschuiving van de accijns op benzine naar diesel. Diesel kent per liter een relatief hoge energie- en koolstofinhoud en zal naar rato worden belast. Benzine, met een lagere energieinhoud, wordt minder belast ten opzichte van huidige situatie.
  • Het accijnstarief van LPG gaat fors omhoog. De energie-inhoud is lager dan die van benzine.
  • Een hoger accijnstarief voor biodiesel ten opzichte van bestaande tarieven. Op grond van het CO2-voordeel wordt biodiesel, in tegenstelling tot de huidige situatie, wel goedkoper dan conventionele diesel.
  • Een verlaging van de accijns op bio-ethanol ten opzichte van de bestaande accijnstarieven. Ook wordt bio-ethanol op grond van het CO2-voordeel goedkoper ten opzichte van de nieuwe benzineaccijns.
  • Voor zware stookolie en kerosine zijn de gevolgen vrijwel nihil, omdat een aanzienlijk deel van de gebruikers van deze brandstoffen is vrijgesteld van accijnsbetalingen door internationale verdragen. Wel is het zo dat kerosineaccijns op binnenlandse vluchten, waarvoor geen vrijstelling geldt, omhoog gaat.
  • 

Gevolgen voor milieu en economie

De gevolgen van de voorgestelde minimumtarieven voor de CO2-uitstoot voor milieu en economie zijn kwalitatief bepaald. Aangezien energie gemiddeld niet zwaarder belast zal worden vanwege de randvoorwaarde van budgetneutraliteit, verwachten wij over de gehele linie bescheiden effecten op energiebesparing. Wel kan het zo zijn dat verschillende groepen meer of minder prijsgevoelig kunnen reageren op verhoging of verlaging van de specifieke tarieven. 

Verder verwachten wij dat de effecten van het richtlijnvoorstel in macroeconomische zin bescheiden zullen zijn. Het voorstel zal bijdragen aan een gelijker speelveld voor de belasting van verschillende brandstoffen en zal een aantal vrijheidsgraden op nationaal niveau aanzienlijk inperken. Doordat een aantal vervoerswijzen vrijgesteld is van accijns (internationaal vervoer per vliegtuig en binnenvaart), kan concurrentie met deze vervoersmodaliteiten in sommige gevallen (bijv. vervoer over weg versus binnenvaart) wel verstorend werken en gepaard gaan met economische verliezen voor wegvervoer en winst voor alternatieve modaliteiten.


 Het rapport 'Gevolgen van herziening van de Energiebelastingrichtlijn voor Nederland' is samengesteld door Martijn Blom en Arno Schroten (beide CE Delft) en Fieke Geurts (Ecofys). Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Martijn Blom, e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of tel 015-2150150.


Noot 

[1] Hier gaan we verder niet op vanwege de omvang van het artikel.