Deze website gebruikt analytische cookies om inzicht te krijgen in de populariteit van de aangeboden artikelen (webstatistieken). Persoonlijke gegevens van bezoekers worden niet vastgelegd.

In de strijd tegen lasten voor het bedrijfsleven is de Nederlandse regering al meer dan tien jaar bezig met het schrappen van zogenaamde nationale koppen. Nationale regels die verder gaan dan wat Europa vereist moeten niet geïntroduceerd of gecontinueerd worden. Is dit macro-economisch echter wel verstandig?

In de coalitieovereenkomst tussen CDA, VVD en D66 in 2003 werd nog geschreven dat "De ontkoppeling van economische groei en milieudruk, die de afgelopen jaren tot stand is gebracht, dient te worden gehandhaafd". Sinds die tijd is de aandacht van de regering voor nationale koppen echter steeds groter geworden. Ten aanzien van de milieubescherming hebben we in het recente verleden veel voorbeelden kunnen zien van het verlagen van de beschermingsniveau van het milieu, zoals het niet langer beschermen van nationale natuurwaarden door het juridische instrumentarium van de Habitatrichtlijn of het toepassen van een planmatige aanpak in zones met een slechte luchtkwaliteit. Krantenartikelen met titels zoals 'Nederland is op slot' hebben zeker hun doel bereikt. De meest gebruikte argumenten om nationale koppen te voorkomen of te schrappen zijn gerelateerd aan de wens om lasten voor het bedrijfsleven, de burgers en de overheid zo laag mogelijk te houden, om de economie te stimuleren en om de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven te beschermen.

Maar is dit altijd zo? In een recent proefschrift over het bestaan van nationale koppen bij twaalf EU-milieurichtlijnen zijn enkele voorbeelden van nationale koppen aangetroffen die leken te leiden tot economische groei. In het kader van het zogenaamde IPPC-vergunningsregime zijn er voorbeelden uit het verleden en het heden waarin de regering nationale koppen gerechtvaardigd heeft door het feit dat ze tot minder administratieve lasten of tot de versterking van de concurrentie binnen Nederland konden leiden. In het kader van de afvalverwerkingsector zijn er voorbeelden van verbrandingsinstallaties die hun diensten verkopen aan buitenlandse bedrijven en overheden die hun afval moeten verbranden, maar niet genoeg capaciteit in hun eigen land hebben of het goedkoper vinden om hun afval in Nederland te laten verbranden. Een van de mogelijke medeoorzaken van het ' exporteren' van afvalverbrandingsdiensten lijkt het feit dat Nederland sinds de jaren zeventig verder is gegaan dan het wat Europa vereiste ten aanzien van het voorkomen en hergebruiken van afval. Recentere voorbeelden van hogere nationale doelen en strengere regels zijn eveneens te vinden. Ook in de Verenigde Koninkrijk zijn er studies die aangeven dat soms nationale koppen, daar 'gold-plating' genoemd, meer baten dan kosten met zich meebrengen. Dergelijke bevindingen zijn in lijn met die economische stroming die te herleiden is naar de economen Porter en Van der Linde die in 1995 hebben gepostuleerd dat "Properly designed environmental regulation can trigger innovation that may partially or more than fully offset the costs of complying with them." In het kader van nationale koppen zouden we kunnen stellen dat 'goed ontworpen strengere milieumaatregelen kunnen leiden tot meer baten dan kosten'.

Er zijn nog te weinig studies die de relatie tussen nationale koppen en economische groei hebben onderzocht. Sterker nog, de Nederlandse regering gebruikt, anders dan de Britse, geen kosten-batenanalyse om te bepalen of nationale koppen onwenselijk zijn. Juridische hervormingen van milieumaatregelen waren in het verleden gekenmerkt door een constante staat van haast. Thans lijkt dit niet anders te zijn. Denk aan de vorige jaar voorgestelde natuurwet en nu aan de discussie rondom een omgevingswet. Hervormingen moeten volgens de regering binnen enkelen jaren, indien niet maanden (!), klaar zijn. Een gevolg hiervan is dat de tijd voor kosten-batenanalyses met betrekking tot nationale koppen ontbreekt.

Nu de economische crisis voorbij is, kan er hopelijk meer rust komen, zodat het mogelijk wordt om de huidige gang van zaken met betrekking tot nationale koppen te veranderen. Besluiten betreffende nationale koppen zouden gebaseerd moeten zijn op een transparante kosten-batenanalyse. Aan de maatschappij en de politiek de taak om te bepalen hoe zo'n kosten-batenanalyse eruit moet zien.


 

Het proefschrift 'Gold plating of EU Environmental Law' (2013) is te in te zien en te leen bij de Koninklijke Biblioteek.

Voor vragen: Lorenzo Squintani, Universitair Docent Europees Recht,Rijksuniversiteit Groningen, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..