De Rijksnatuurvisie ziet een belangrijke rol weggelegd voor bedrijven om natuur te beschermen. In de praktijk zien we inmiddels steeds meer ondernemers die natuur meenemen in hun businesscase. Anderzijds zijn er ook talrijke ondernemers die deze stap (nog) niet hebben gemaakt. Om de ambitie van het Rijk waar te maken, is het nodig dat er een breed gedragen visie ontstaat bij bedrijven dat natuurvriendelijk ondernemerschap de toekomst heeft. Onderzoekers van LEI en Alterra hebben de biologische landbouw, het particulier landgoedbezit en de recreatiesector onder de loep genomen – alle drie ‘grondgebonden’ sectoren met een directe band met natuur – om te verkennen in hoeverre natuurinclusief ondernemen een gegeven is, of kan worden, voor een grote groep ondernemers.

Natuurinclusief ondernemen: van theorie naar praktijk

De onderliggende vraag in het onderzoek is of natuurvriendelijk ondernemen een nichemarkt is en blijft, of dat we een transitie kunnen verwachten waardoor deze vorm van ondernemen ‘mainstream’ wordt. Om deze vraag te kunnen beantwoorden, is onder meer gebruik gemaakt van inzichten uit de marketingtheorie en de transitietheorie. Deze inzichten zijn gebruikt om de mogelijkheden voor natuurinclusief ondernemen in de drie grondgebonden sectoren de duiden.

De eerste sector, de biologische landbouw, is meer nog dan de gangbare landbouw afhankelijk van natuurlijke processen. In de sector is veel aandacht voor een gezonde bodem (inclusief een gevarieerd bodemleven), en natuurlijke plaagbestrijders. Binnen de biologische landbouw is de natuur per definitie het uitgangspunt voor het productieproces en daarom is natuurinclusief ondernemen binnen deze sector een vanzelfsprekendheid. Maar dit is geen transitie van de laatste jaren, maar een wezenlijk kenmerk van de biologische landbouw vanaf de start.

Voor particulier landgoedbezit is houtproductie, landbouw en jacht het traditionele verdienmodel. Natuurbeheer kan, voor sommige landgoederen, een aanvullend verdienmodel zijn, maar wel een dat sterk afhankelijk is van overheidsbijdragen. Uit verschillende onderzoeken naar ‘groene’ verdienmodellen voor landgoedeigenaren komt naar voren dat maatwerk geboden is. Voor een verdienmodel met natuur moeten landgoedeigenaren op zoek gaan naar een niche in de markt, passend bij de specifieke kenmerken van hun landgoed.

Recreatieondernemers zoeken de laatste jaren steeds nadrukkelijker de verbinding tussen recreatie en natuur. Het landschap wordt (h)erkend als drager van hun bedrijfsvoering. Daar komt bij dat natuurkampeerterreinen en kamperen bij de boer in de lift zitten. Voor de recreatiesector is het de verwachting dat ‘lichtgroen’, dat wil zeggen zichtbaar en beleefbaar groen (natuur als decor), voor een grote groep ondernemers belangrijk is of wordt. Maar ‘donkergroen’, dat wil zeggen natuur als basis (bijvoorbeeld met aandacht voor natuurdoelsoorten), blijft naar verwachting een nichemarkt.

Kansen voor ondernemers

De belangenorganisaties voor de biologische landbouw, particulier landgoedbezit en de recreatiesector zijn positief over de beleidsvisie gericht op natuurinclusief ondernemen. Maar ze wijzen er ook op dat de regelgeving vaak nog achterblijft. Recente wetswijzigingen hebben zelfs een averechts effect op natuurinclusief ondernemen door biologische boeren. Het afschaffen van het melkquotum en openbare aanbesteding van grond hebben geleid tot een hogere grondprijs en daardoor tot intensivering, in plaats van de gewenste vergroening en verduurzaming door boeren. En door de decentralisatie van het natuurbeleid is de bureaucratie toegenomen, met name voor landgoedeigenaren. De bewustwording onder recreatieondernemers over de rol van natuur voor het bedrijf is de laatste jaren toegenomen. Maar starre regelgeving maakt recreatieondernemers huiverig om grond te gebruiken voor tijdelijke natuur, uit angst hun bedrijf op slot te zetten.

Naast ‘groen en duurzaam’ blijft er vraag naar ‘goedkoop en gemakkelijk’, en zijn er ondernemers die daar op inspelen. Consumenten zijn wispelturig, en veranderen gemakkelijk van voorkeur. Naast een beperkte groep ‘consequent groene consumenten’, zijn er veel consumenten die slechts een deel van de tijd voor groen kiezen. Daardoor bestaat het risico dat groen een niche blijft, en mainstreaming van natuurinclusief ondernemen niet vanzelf tot stand komt. In 2016 richten we ons vervolgonderzoek dan ook met name op mogelijke maatregelen, interventies en instrumenten vanuit de overheid om natuurinclusief ondernemen te bevorderen.


Klik hier om het WUR-LEI rapport ‘Natuurinclusief ondernemen: van koplopers naar mainstreaming?' te downloaden. Meer informatie bij LEI-Wageningen. Marie-Jose Smits (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.).

Ga direct naar alle artikelen over:

nME icon overheid groot 3d4

Overheid

nME icon bedrijfsleven2 groot

Bedrijfsleven

nME icon onderzoek groot

Onderzoek

nME icon opinie2 groot

Opinie en debat