Permanente, geologische opslag van CO2 (CCS) afkomstig van bijvoorbeeld gasgestookte elektriciteitscentrales kan de uitstoot van CO2 op grote schaal reduceren en is noodzakelijk om de klimaatdoelstellingen te bereiken. Maar CCS is niet winstgevend zonder overheidssubsidies en wordt in Europa enkel in Noorwegen toegepast. CO2 enhanced oil recovery (CO2-EOR), i.e. het gebruik van CO2 voor de productie van olie alvorens het permanent op te slaan in het oliereservoir, zou de toepassing van CCS kunnen stimuleren omwille van de extra olie-inkomsten. Zou, want wanneer er rekening gehouden wordt met prijsonzekerheden in een economische haalbaarheidsstudie, dan is het duidelijk dat bij lage CO2 prijzen (0 €/ton), de olieprijs minstens 130 €/bbl moet bedragen alvorens een investering in CO2-EOR economisch haalbaar is.

Marktonzekerheden verhogen het prijsniveau dat noodzakelijk is om de kosten van CO2-EOR te dekken

Voor de berekening van de economische haalbaarheid wordt er vaak gebruik gemaakt van een netto contante waarde (NCW) berekening, gevolgd door een sensitiviteitsanalyse om de impact van onzekerheden te bestuderen. De NCW-benadering veronderstelt echter dat een investeringsbeslissing een keuze is tussen nu investeren (NCW>0) of nooit investeren (NCW<0) en houdt geen rekening met de flexibiliteit in het beslissingsproces. De reële optie theorie doet dit wel door de investeringsbeslissing te bekijken als een optie tot investeren en integreert marktprijsonzekerheden in de haalbaarheidsanalyse.

Voor toepassing van CO2-EOR moet een elektriciteitsproducent investeren in een CO2-captatie-eenheid en een olieproducent in een CO2-injectie-eenheid en pijplijntransport van CO2. Bij toepassing van de reele optie theorie bedraagt de minimum CO2-prijs waarbij een elektriciteitsproducent bereid is om te investeren in een CO2-captatie-eenheid 40 €/ton, terwijl deze bij een NCW-analyse 30 €/ton bedraagt. Figuur 1 toont de grenzen waarbij een investering in CO2-EOR haalbaar is voor de olieproducent bij een NCW-benadering en bij een reële optie analyse (ROA). CO2 wordt gebruikt als input voor het productieproces en wordt beschouwd als een kost. Wanneer de CO2-kost gelijk is aan 0 €/ton, zal de olieproducent volgens de NCW-analyse bereid zijn te investeren in CO2-EOR bij een olieprijs van 50 €/bbl. Indien marktonzekerheid geintegreerd wordt in de analyse, is de minimum olieprijs dubbel zo groot.

Figuur 1. Minimum olieprijs volgens een NCW benadering (volle lijn) en de reele optie theorie (stippellijn)

Hoge CO2-prijzen stimuleren olieproductie

CCS is haalbaar bij een CO2-prijs van 60 €/ton. Bij CO2-prijzen < 60 €/ton, is olieproductie noodzakelijk om CO2-captatie, -transport en -opslag te bekomen. De investeringskosten in CCS worden dan verdeeld tussen de elektriciteitsproducent en de olieproducent. Hoge CO2-prijzen daarentegen zullen olieproductie verder stimuleren, iets wat als onwenselijk beschouwd kan worden. Indien de CO2-prijs hoger is dan 60 €/ton, zal de CO2-producent bereid zijn de olieproducent te betalen om de permanente opslag van CO2 te garanderen. Op die manier vermijdt de CO2-producent de kosten van CO2-transport en CO2-opslag, wordt de CO2-kost voor de olieproducent negatief en wordt olieproductie gestimuleerd.

Beleidsaanbevelingen

Bij lage CO2-prijzen (< 40€/ton) en lage olieprijzen (< 60 €/bbl) zal CO2-EOR en handel in CO2 niet plaatsvinden zonder overheidsingrijpen. Een belasting op CO2 verkleint de onzekerheid voor investeerders en verlaagt de noodzakelijke CO2-prijs van 40 €/ton naar 30 €/ton. Een dergelijke belasting zal interageren met het Europese CO2-handelssysteem en leiden tot lagere CO2 marktprijzen. Bij lage olieprijzen zal een verhoging van de CO2-uitstootkosten onvoldoende zijn voor de adoptie van CO2-EOR. Enkel wanneer de kost van CO2-transport wegvalt (via publieke financiering of gebruik van bestaande pijplijnen), zal CO2-EOR haalbaar zijn bij olieprijzen van 60 €/bbl.

Bij lage CO2 prijzen (< 40€/ton) en hoge olieprijzen (> 100 €/bbl), stimuleert olieproductie CO2-captatie. Vastgelegde contracten met olieproducenten zullen de onzekerheid doen dalen en de investeringsbereidheid van CO2-producenten verhogen.

Bij hoge CO2 prijzen (> 60€/ton) en lage olieprijzen (< 60 €/bbl) zal er geen handel in CO2 plaatsvinden. De CO2-prijs is voldoende hoog voor CCS. Toch kan de CO2-producent er voordeel bij halen om de CO2 op te slaan in het oliereservoir. Door de reeds bestaande olieproductie zijn de karakteristieken van het reservoir beter gekend. Een databank binnen een regulerend kader kan ervoor zorgen dat de baten van geologische informatie gewaardeerd worden en activiteiten in de ondergrond stimuleren.

Bij hoge CO2 prijzen (> 60€/ton) en hoge olieprijzen (> 100 €/bbl) zal er handel in CO2 plaatsvinden. Publieke overheden moeten er zich bewust van zijn dat CO2-captatie olieproductie stimuleert indien dit gebeurt binnen het kader van CO2-EOR. Het is daarom belangrijk om voor specifieke velden na te gaan wat de CO2-intensiteit van de opgepompte olie is, of te eisen dat deze lager is dan zonder CO2-stimulatie.


Referentie: Compernolle, T., Welkenhuysen, K., Huisman, K., Piessens, K. & Kort, P., 2017. Off-shore enhanced oil recovery in the North Sea: The impact of price uncertainty on the investment decisions. Energy Policy, 101, 123-137
Inlichtingen: Tine Compernolle, e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

Ga direct naar alle artikelen over:

nME icon overheid groot 3d4

Overheid

nME icon bedrijfsleven2 groot

Bedrijfsleven

nME icon onderzoek groot

Onderzoek

nME icon opinie2 groot

Opinie en debat