Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft de effecten van de verschillende verkiezingsprogramma’s op de leefomgeving geanalyseerd. De VVD, PvdA, SP, D66, ChristenUnie, GroenLinks en Vrijzinnige Partij hebben het PBL gevraagd hun maatregelenpakketten te analyseren. De analyse maakt inzichtelijk dat er iets te kiezen valt: partijen verschillen duidelijk in de mate waarin ze willen afwijken van het huidige beleid.

De geconcretiseerde maatregelpakketten van politieke partijen zijn geanalyseerd op hun effecten op drie leefomgevingsthema’s: mobiliteit & bereikbaarheid, landbouw & natuur en energie & klimaat. Binnen elk thema is een set indicatoren vastgesteld die de effecten van de voorgestelde maatregelenpakketten voldoende representeren en waarvan de effecten binnen de beschikbare periode met het beschikbare instrumentarium bepaald konden worden. De analyse geeft ook inzicht in de kosten. Het PBL heeft de maatregelen in samenhang bekeken: zo kunnen maatregelen op het gebied van mobiliteit of landbouw ook effect hebben op het gebied van energie en klimaat. De maatregelenpakketten zijn afgezet tegen het huidige beleid (basispad) met 2030 als zichtjaar. Deze analyse beoogt partijen en kiezers te informeren over de effecten van de verschillende beleidsvoornemens.

Minder files

PvdA, SP, D66, ChristenUnie, GroenLinks en Vrijzinnige Partij kiezen voor beprijzing van het autorijden, in combinatie met andere maatregelen zoals minder geld voor wegen en meer geld voor openbaar vervoer en fiets. Beprijzing levert een sterke vermindering van files op, maar maakt reizen duurder waardoor de bereikbaarheid van banen toch afneemt. De uitstoot van CO2 wordt verminderd. De VVD kiest niet voor beprijzing, maar voor investeringen in weginfrastructuur. Ondanks de kleinere afname van de files, is dit gunstiger voor de bereikbaarheid van banen.

Biodiversiteit verbetert, krimp van de veestapel

PvdA, SP, D66, ChristenUnie en GroenLinks laten de omvang van de veestapel krimpen. De mate waarin de veestapel krimpt in de voorstellen varieert, evenals wie de lasten daarvan draagt: de sector zelf of de overheid. De emissie van ammoniak neemt vooral af bij SP en GroenLinks. De emissie van broeikasgassen in de landbouwsector neemt vooral af bij de SP, GroenLinks, ChristenUnie en D66 en in minder mate ook bij PvdA en Vrijzinnige Partij. Alle partijen willen de combinatie landbouw en natuur versterken. PvdA, SP, D66, GroenLinks en de ChristenUnie maken extra geld vrij voor natuur, D66 en GroenLinks het meest. In combinatie met het terugdringen van de milieudruk uit de landbouw verbetert de biodiversiteit variërend van 0-5% bij de VVD en Vrijzinnige Partij tot 20-25% bij D66 en GroenLinks.

Verschillende tempo’s op weg naar energietransitie

Vooral GroenLinks, ook D66 en ChristenUnie en in mindere mate de SP en de PvdA realiseren ten opzichte van het basispad een sterke daling van de emissie van broeikasgassen. Zij doen dit onder andere door te investeren in energiebesparing en in hernieuwbare energie. Deze vijf partijen plus de Vrijzinnige Partij nemen ook maatregelen die direct of indirect leiden tot het sluiten van kolencentrales. Maatregelen van D66, ChristenUnie, en GroenLinks, en in beperkte mate ook van PvdA, leiden tot het afvangen en opslaan van CO2 (ccs).

Naast emissiereductie in 2030 betekent een overgang naar een duurzame energievoorziening op lange termijn ook een vérgaande transitie in verschillende sectoren. GroenLinks, D66 en ChristenUnie nemen extra maatregelen om deze transitie te faciliteren. De PvdA en SP doen dit ook, maar in mindere mate. De Vrijzinnige Partij en de VVD doen dit beperkt.

Nationale kosten

Er zijn grote verschillen in de kosten van deze maatregelenpakketten. De extra kosten voor bedrijven, burgers en overheden samen lopen uiteen van 0,5 tot 16,4 miljard euro per jaar. De meeste extra kosten worden gemaakt in de sector industrie en energie en in de gebouwde omgeving. Een sterkere daling van de emissies van broeikasgassen gaat gepaard met duidelijk hogere uitgaven aan met name hernieuwbare energie en energiebesparing.

Er is gezorgd voor consistentie tussen de analyses van het PBL en het CPB, zowel bij de ingediende maatregelenpakketten als bij de geraamde effecten. Zo heeft het CPB de PBL-informatie over de kosten gebruikt bij de doorrekening van de economische effecten.

De uitkomsten van deze analyse zijn niet in beton gegoten. Bij bijvoorbeeld een hogere of juist lagere economische groei, snellere of minder snelle technologische ontwikkeling, meer of minder internationaal klimaatbeleid, kan de wereld in 2030 anders zijn. Dat kan ook zijn weerslag hebben op de effecten van maatregelen; dit geldt dan voor alle partijen op een vergelijkbare manier. Daarmee verschaft de analyse – op basis van de kennis en modellen van nu – inzicht in hoe de programma’s van politieke partijen onderling verschillen in hun effecten.


Klik hier om het PBL-rapport ‘Analyse Leefomgevingseffecten verkiezingsprogramma’s’ te downloaden.

Meer informatie: Hans Hilbers (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.).

 

 

 

Ga direct naar alle artikelen over:

nME icon overheid groot 3d4

Overheid

nME icon bedrijfsleven2 groot

Bedrijfsleven

nME icon onderzoek groot

Onderzoek

nME icon opinie2 groot

Opinie en debat