Socialiseren van de kosten voor de twee grootste warmtenetten van Nederland levert de eigenaren een voordeel op van tussen de €100 en €330 per afnemer. In bijna alle doorgerekende varianten leidt dit wel tot extra lasten voor aangeslotenen op een gasnet.

De aanleg van warmtenetten vergt flinke investeringen. En omdat de kosten - anders dan bij elektriciteit en gas - niet worden verrekend over alle afnemers, komen vooral grote projecten maar moeizaam van de grond. Het socialiseren van de kosten van warmtenetten (en ook de zware elektriciteitsaansluiting) kan het voordeel hebben dat sneller de transitie plaatsvindt naar een klimaatneutraal verwarmde woningvoorraad.

CE Delft bracht in kaart wat de financiële voordelen kunnen zijn van socialisatie van de kosten van het warmtenet in de regio Amsterdam en de warmterotonde in Zuid-Holland. De verkenning is opgesteld in opdracht van de Amsterdam Economic Board en is ondersteund door het Programmabureau Warmte en Koude Zuid-Holland.

Definitie van socialiseren

Met socialiseren wordt in deze studie bedoeld dat niet elke individuele afnemer betaalt op basis van de kosten van het warmtenet waarop hij is aangesloten, maar op basis van gemiddelde netkosten van een grotere groep netgebruikers. De grotere basis voor kostentoerekening kan gevonden worden binnen de groep van alle warmte-afnemers of de groep gas- én warmte-afnemers in Nederland. Bij deze laatste niet-gedifferentieerde vorm van toerekening betalen warmte-afnemers mee aan gas en andersom. De huidige tariefsystematiek en het toezicht daarop zijn georganiseerd voor gas- en elektriciteitsnetten afzonderlijk.

Verschillen in tariefsystematiek

In de gas- en elektriciteitsmarkt worden de jaarlijkse netkosten per energiesoort verdeeld over de aansluitingen van gas- respectievelijk elektriciteitsnetten (gesocialiseerd). De Autoriteit Consument & Markt (ACM) reguleert de nettarieven. In de warmtemarkt worden de netkosten grotendeels gedragen door de specifieke warmtegebruiker, met een maximum dat gebaseerd is op de gasprijs. Bij warmte maken de netwerkkosten een groter aandeel uit van de totale kosten van warmtelevering dan bij gas. Als gevolg hiervan moeten warmteleveranciers een deel van hun kapitaallasten ten gevolg van de hoge investeringen terugverdienen via de variabele prijs per eenheid warmte (gigajoule, GJ).

Verschillende varianten

De effecten voor huishoudens van het socialiseren van de warmtenetten zijn berekend in vier varianten. Daarbij is in beeld gebracht wat huishoudens nu aan netkosten voor warmte en gas uitgeven, en wat zij in verschillende varianten van socialiseren kwijt zijn. Warmtebedrijven kunnen zelf beslissen in hoeverre ze deze extra opbrengst gebruiken voor de aanleg van infrastructuur, of teruggeven aan de klant.

Figuur 1: Jaarlijkse lasten huishoudens voor net t.b.v. warmte, €

De eerste variant betreft socialisatie van nieuwe transportnetten over alle warmte- en gasafnemers. Dit levert een gemiddeld voordeel op van jaarlijks €100 per warmteklant (ter vergelijking: de netkosten bedragen nu gemiddeld €730 per afnemer). Tegelijkertijd betalen gasafnemers een tientje per jaar meer. In de tweede variant worden alle kosten van nieuwe projecten gesocialiseerd, dus ook die voor distributienetten. Het voordeel per warmteklant is dan aanzienlijk groter; deze gaat dan ca. € 250 betalen, terwijl huishoudens met een gasaansluiting juist €40 meer betalen. In een derde variant worden ook de jaarlijkse kapitaallasten van bestaande warmtenetten meegenomen, wat leidt tot een voordeel waarbij aangeslotenen uiteindelijk €285 betalen. De vierde variant gaat uit van socialisatie van nieuwe netten over twee miljoen bestaande warmteaansluitingen. In dat geval kan het nettarief met maximaal €330 per jaar dalen.

Argumentenkaart

In de verkenning is ook geïnventariseerd wat de argumenten voor en tegen socialiseren van warmtenetkosten zijn. Onderstaand figuur toont de resultaten. Naast de argumenten dat het financieel voordeel voor producent/consument (business case) verbetert; leidt tot een rechtvaardige toedeling van kosten (ook netverzwaring t.b.v. elektrificatie is nu gesocialiseerd ) en tot een gelijk speelveld leidt (keuze voor aan te leggen infrastructuur), zijn er ook nadelen. Deze liggen op het vlak van een doelmatige infrastructuur, de prikkel tot besparing en de lastenverhoging bij andere netgebruikers.

  

Figuur 2: Argumentenkaart voor en tegen socialisering van netkosten

Conclusie

De varianten gericht op socialiseren van warmtenetkosten zorgen voor een meer vergelijkbare toerekening en nemen specifieke risico’s voor investeringen in warmtenetten deels weg door vaste kosten te verlagen. Op dit moment hebben leveranciers van warmte soms moeite een business case rond te krijgen ten gevolge van hoge vaste kosten. Voor warmte-afnemers geldt het 'niet meer dan anders' (NMDA) beginsel: zij betalen (gemiddeld) niet meer voor warmte dan ze zouden hebben betaald als ze op het gasnet waren aangesloten. De analyse laat zien dat vanwege de NMDA-systematiek er geen garantie is dat warmte als product scherper geprijsd kan worden.


Klik hier voor de rapportage van het onderzoek.

Meer informatie: Martijn Blom (CE Delft, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.).

Ga direct naar alle artikelen over:

nME icon overheid groot 3d4

Overheid

nME icon bedrijfsleven2 groot

Bedrijfsleven

nME icon onderzoek groot

Onderzoek

nME icon opinie2 groot

Opinie en debat