In de studie 'Ondernemen met natuurlijk kapitaal in de voedselsector' analyseert het PBL de businessmodellen van de innovatieve ondernemers en de betekenis van deze bedrijven voor de verduurzaming van het voedselsysteem als geheel. Voor het onderzoek zijn interviews en workshops gehouden met 15 kleine innovatieve voedselbedrijven. De onderzoekers bediscussieerden de resultaten met stakeholders uit het gangbare voedselsysteem en beleidsmakers. De kleine voedselbedrijven kunnen vooralsnog geen complete verduurzaming van de sector bewerkstelligen. Toch spelen deze innovatieve ondernemers een belangrijke rol: ze dagen de grote bedrijven in de voedselsector uit tot innovatie en verduurzaming.

Hoe kunnen innovatieve duurzame ondernemers in de voedselsector omgaan met natuurlijk kapitaal en de productie en waardecreatie daarvan realiseren in hun producten en diensten? Kunnen zij een financieel haalbaar businessmodel opzetten en tegelijkertijd een positief effect op natuurlijk kapitaal realiseren? Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) onderzocht best practices om te leren hoe ondernemers dat doen en welke strategische keuzes ze daarvoor maken, om daar inspiratie uit te halen voor de verduurzaming van het voedselsysteem. Daarbij onderzocht het PBL ook of deze manier van ondernemen een positief effect heeft op het natuurlijk kapitaal (meervoudige waardecreatie). Drie perspectieven stonden daarbij centraal: het ondernemersperspectief, het systeemperspectief (samenhang tussen de ondernemersvraag en het voedselsysteem in Nederland) en het beleidsperspectief (met handelingsperspectieven voor de Rijksoverheid). Uit literatuuronderzoek hebben de onderzoekers een conceptueel kader afgeleid, dat vervolgens is getoetst met een multiactoronderzoek met ondernemers en stakeholders uit de praktijk. Duurzaam benutten en behoud van natuurlijk kapitaal vraagt om  meer diversiteit in de voedselsector. Dat is de hoofdboodschap die uit deze casestudie naar voren komt.

Ondernemersperspectief

Ondernemerschap en natuurlijk kapitaal versterken elkaar vooral bij ondernemers die meervoudige waarde creëren met natuurlijk kapitaal (door sommige ondernemers natuurlijke  duurzaamheid genoemd). Het gaat daarbij om het benutten van natuurlijke oplossingen voor specifieke productkwaliteitsaspecten, zoals smaak, onderscheidende ingrediënten, werken met ambachtelijke productiemethoden of het maken van producten met een specifieke geografische herkomst. Wanneer de productie van dit type voedsel samengaat met maatschappelijke waardecreatie – zoals het behoud van streek of landschap, het verbeteren en benutten van de functionele agrobiodiversiteit, het houden van speciale veerassen of gewassen, instandhouding van culturele tradities en identiteit –, heeft dit voor consumenten extra betekenis. Vanwege de genoemde productaspecten en de maatschappelijke waarde zijn klanten bereid deze producten te kopen en er een hogere prijs voor te betalen. De betekenis van het product ontstaat door het verhaal van de producent, het vertrouwen in zijn werkwijze en de korte afstand tussen consument en producent, waardoor consumenten diegenen kunnen aanspreken die hun voedsel produceren. Directe verkoopkanalen, zonder tussenkomst van retail, helpen de producent zijn verhaal te vertellen, beleving te creëren en zijn kennis met de klant te delen. De ondernemers uit de casestudie maken andere strategische keuzes dan de bedrijven die werken vanuit de in de sector gangbare kostprijsconcurrentiestrategie. Voorbeelden van die strategische keuzes op ondernemersniveau zijn: werken met natuurlijke oplossingen in het agrarische systeem, agrariërs niet onder de kostprijs betalen, lokaal inkopen om kringlopen te verkleinen, samenwerken in voedselgemeenschappen en het verwerken van biologische of streekgebonden ingrediënten en producten. Door deze strategische keuzes is de kostenstructuur van deze ondernemers vaak anders (de kostprijs is gemiddeld hoger als gevolg van arbeid of de kleine schaal), waardoor ze op andere aspecten van hun bedrijf moeten innoveren om een levensvatbaar verdienmodel te hebben. Er ontstaan vernieuwende bedrijfselementen zoals pachtconstructies met stapelfinanciering, coöperaties tussen klanten en producenten, directe verkoopkanalen, verticale ketenintegratie en duurzame voedselnetwerken op regionaal niveau. De bijdrage van deze ondernemers aan het natuurlijk kapitaal kan zowel direct als indirect zijn. De directe bijdrage kan bestaan uit positieve effecten op de bodemvruchtbaarheid, het sluiten van lokale kringlopen en het gebruiken en verhogen van de agrobiodiversiteit. De indirecte bijdrage van deze ondernemers aan het natuurlijk kapitaal ligt op systeemniveau en bestaat onder meer uit het vergroten van de diversiteit in voedselgewassen en veerassen, het behoud van culturele en identiteitsaspecten verbonden aan voedsel, het behoud van streek en landschap, een bijdrage aan een gevarieerd eetpatroon en het behoud van ecologische processen en functies door de benutting ervan. De bijdrage van duurzaam ondernemen aan het natuurlijk kapitaal heeft dus meerdere dimensies.

Systeemperspectief

De voorbeelden uit deze casus laten zien dat in de huidige maatschappij ondernemen met meervoudige waardecreatie steeds meer voet aan de grond krijgt en dat deze ondernemers hun klanten producten met betekenis kunnen bieden. Hier hebben grote bedrijven meer moeite mee. Door de ingewikkelde samenstelling van producten, globalisering van  productketens en de veelheid van keurmerken hebben consumenten niet altijd voldoende vertrouwen in de keurmerken en de producten. Om natuurlijk kapitaal te behouden en te benutten is de rol van de innovatieve ondernemers van belang. Innovatieve ondernemers dagen grote bedrijven uit te innoveren en te verduurzamen. Hun aanwezigheid en de  marktdynamiek die ontstaat tussen deze uitdagers en de marktleiders van het voedselsysteem, zorgt voor een noodzakelijke tegenblik in de voedselsector, die zonder deze kracht  minder snel zal veranderen. Wanneer ondernemers samenwerken met retailers, ontstaat prijsdruk, kannibalisme of uitsluiting en neemt de diversiteit in het systeem weer af. Als diversiteit – een belangrijk aspect van natuurlijk kapitaal – ook in het bredere maatschappelijk-economische systeem een plek krijgt, zal dit de relatie tussen het voedselsysteem en het natuurlijk kapitaal in Nederland ten goede komen. Hierbij benadrukken we dat ook de innovatieve ondernemers met natuurlijk kapitaal niet beschikken over een toverformule om het voedselsysteem te verduurzamen. Ook zij zullen zich verder moeten ontwikkelen en kunnen op hun beurt weer leren en profiteren van de ervaringen en de positie van de bedrijven in het grote voedselsysteem, bijvoorbeeld bij het bereiken van een grotere doelgroep.

Beleidsperspectief

De overheid heeft de taak om de verschillende maatschappelijke belangen tegen elkaar af te wegen. Ondanks de meerwaarde van natuurlijk kapitaal is het echter niet vanzelfsprekend dat zij de innovatieve ondernemers stimuleert. De vraag is wat het meest effectief is: de innovatieve ondernemers stimuleren of het grote systeem veranderen via wet- en regelgeving op het gebied van milieu. Daarbij speelt op de achtergrond de vraag of de ondernemersmodellen uit deze casus op te schalen zijn en wat het stimuleren van deze richting voor effect heeft op de economische groei. Wanneer de overheid besluit de richting van duurzaam ondernemen met natuurlijk kapitaal in het voedselbeleid te stimuleren, dan is het op basis van de resultaten uit deze studie waarschijnlijk dat het natuurlijk kapitaal erop vooruit zal gaan. Maar deze manier van ondernemen is niet de enige weg naar een duurzamer voedselsysteem.

De studie besluit met drie aanbevelingen voor beleid. Kort samengevat luiden die:

  1. Creëer kansen voor natuurlijk kapitaal via het voedselbeleid;
  2. Koppel natuurlijk kapitaal aan innovatie en ondernemerschap;
  3. Stuur meer op voedselkwaliteit.

Voorbeelden van beleidsinstrumenten die kunnen worden ingezet om de vernieuwende structuren vorm te geven, zijn:

  • vernieuwende samenwerkingsverbanden tussen lokale overheden en bedrijven (concrete voorbeelden hiervan zijn het Groen Ontwikkelfonds Brabant en het Veluwefonds);
  • vergoedingen voor preventie: sommige verzekeraars hebben aanvullende pakketten voor klanten met een gezonde leefstijl. Iets vergelijkbaars kan worden ontwikkeld voor ondernemers in de voedselsector die met hun verdienmodellen toekomstige maatschappelijke kosten voorkomen;
  • btw-verlaging op biologische producten of nieuwe duurzame producten: consumenten die deze producten kopen, betalen al voor de maatschappelijke meerwaarde via de hogere prijs van het duurzame product. Dat kan worden beloond met een btw-verlaging. Dit is ook gunstig voor de ondernemer. Voor de overheid betekent dit op korte termijn een vermindering van de btw-inkomsten, maar op de lange termijn levert dit geld op (voorkomen toekomstige kosten); 
  • Garantstelling Marktintroductie Innovaties (GMI): hiermee stelt de overheid zich garant voor ondernemers, zodat zij een lening kunnen krijgen bij banken; 
  • Regeling groenprojecten: De Regeling groenprojecten is een voorbeeld van publiek-private samenwerking waarmee particulier geld effectief wordt ingezet voor verduurzaming. De overheid biedt spaarders en beleggers een belastingvoordeel, waardoor de banken het geld voor een lager tarief kunnen uitlenen aan ‘groene’ projecten; 
  • vereveningsfonds: zorg voor verevening tussen de bedrijven die negatieve impact hebben op natuurlijk kapitaal en de innovatieve koplopers. Deze suggestie heeft ook de WRR gedaan (WRR, Naar een voedselbeleid, 2014). Daarbij werd gerefereerd aan het succes van het vereveningsfonds dat Winsemius in 1989 introduceerde voor loodhoudende benzine.

Auteurs: Frederiek van Lienen, Petra van Egmond en Christi Veldhuis (allen PBL). Contact: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Klik hier om de PBL-studie 'Ondernemen met natuurlijk kapitaal in de voedselsector - Innovatieve ondernemers als inspiratiebron' te downloaden. 

Ga direct naar alle artikelen over:

nME icon overheid groot 3d4

Overheid

nME icon bedrijfsleven2 groot

Bedrijfsleven

nME icon onderzoek groot

Onderzoek

nME icon opinie2 groot

Opinie en debat