Over de inrichting van het nationale klimaatbeleid van het volgende kabinet hebben velen zich de laatste maanden uitgesproken, vaak in de vorm van pleidooien voor nieuwe instituties, instrumenten en functionarissen. Daarbij lopen niet zelden het wat en het hoe door elkaar heen. SER en WRR pleiten voor een functionele benadering om vanuit ambities vorm te geven aan een effectief klimaatbeleid.

Ambities, randvoorwaarden en functionele eisen

In deze functionele benadering onderscheiden we duurzaamheidsambities, randvoorwaarden en functionele eisen (zie tabel 1). Duurzaamheidsambities geven uitdrukking aan politiek en/of maatschappelijk gewenste toekomstperspectieven. Hierin komen de ecologische, economische en sociale dimensie samen in een begrip van brede welvaart, aangevuld met het belang van goed bestuur. De randvoorwaarden benoemen het gemeenschappelijk kader voor het nationale klimaatbeleid: een hoge ambitie, een langetermijnperspectief, bestendigheid, en samenhang van beleid tussen schaalniveaus, thema’s en beleidsdossiers. Functionele eisen beschrijven de gewenste werking van instituties en arrangementen, met het oog op een resultaatgericht klimaatbeleid.

 Tabel 1: Elementen van een functionele benadering in klimaatbeleid

Duurzaamheidsambities Ecologisch: gericht op 20C-doel (of lager)
Economisch: kansen en groene groei
Sociaal: eerlijke verdeling van kosten, baten en risico’s
Bestuurlijk: Samenwerking, betrokkenheid en gedeelde verantwoordelijkheid van overheden, sociale partners en andere stakeholders
Randvoorwaarden Hoge ambitie voor de lange termijn
Langetermijnperspectief dat richting geeft aan beleid
Juridische zelfbinding gericht op een bestendig beleid
Samenhangend beleid
Functionele eisen Adaptief vermogen, signalering en evaluatie
Coördinatie en consistentie: tussen niveaus, domeinen en spelers
Borgingsmechanisme voor uitvoering
Instituties en arrangementen voor maatschappelijke binding
Ruimte voor vernieuwing
Financieringsarrangementen voor vernieuwing en transitie
Een sterke kennisinfrastructuur

  

Deze functionele insteek helpt om ordening te brengen in de vele verschillende aspecten waarmee bij de vormgeving van het klimaatbeleid rekening gehouden moet worden. Zo biedt hij bijvoorbeeld houvast bij de actuele discussie over een Klimaatwet. Zo’n wet zou consistentie van beleid borgen door het langetermijnperspectief juridisch te verankeren, zodat het richting geeft aan nationaal beleid over kabinetsperiodes heen. In zo’n wet kunnen duurzaamheidsambities voor de lange termijn worden vastgelegd, waarbij tevens ruimte gelaten zou moeten worden voor flexibiliteit en adaptief vermogen in de uitvoering. Daarbij is duidelijk dat een Klimaatwet alléén ontoereikend is. Zo’n wet biedt hooguit een kader voor de uitvoering van beleid waarin, naast overheden, sociale partners en maatschappelijke stakeholders nodig zijn om tot resultaten te komen.

Actieve inbreng van een veelheid aan actoren

Op 17 februari 2017 organiseerden WRR en SER een high level meeting, om aan de hand van deze functionele benadering verder uitwerking te geven aan de vormgeving van het nationale klimaatbeleid. Hier is onder meer gesproken over het belang van een verbinding tussen enerzijds planvorming en kaderstelling (top down) en anderzijds uitvoering in de praktijk (bottom up). Dat betekent, in concreto, dat klimaatbeleid zodanig wordt vormgegeven dat het ruimte biedt voor een actieve inbreng van burgers, werkenden, bedrijven, kennisinstellingen, vakbeweging en maatschappelijke organisaties, decentrale overheden en het rijk. Ieder vanuit eigen rol en mogelijkheden. Deze verbinding is belangrijk omdat de verantwoordelijkheid voor het klimaatbeleid niet alleen bij de overheid ligt. De verbinding is ook van belang voor de legitimiteit van beleid. De energietransitie is immers een maatschappelijke verandering die doorwerkt in het dagelijks leven van eenieder.

SER-briefadvies met vier bouwstenen

Op basis van deze functionele benadering en de high level meeting in februari heeft de SER op 28 maart 2017 een briefadvies uitgebracht aan informateur Schippers. Het briefadvies beoogt versnelling van de energietransitie door een resultaatgerichte uitvoering. Het advies formuleert daarvoor een viertal bouwstenen. Ten eerste een consistent beleidskader ten behoeve van een goede beleidscoördinatie en een adequate verankering van het langetermijnperspectief. Ten tweede een samenhangende uitvoeringsagenda, die nodig is om synergie en coördinatie te brengen tussen betrokken partijen en tussen de verschillende bestuurslagen. Deze uitvoeringsagenda kan worden vastgelegd in een maatschappelijk akkoord. De derde bouwsteen is gericht op monitoring en borging van de uitvoering, om de voortgang van beleid te kunnen volgen en bijsturen. Deze bouwsteen verbindt het beleidskader met de uitvoeringsagenda. De vierde bouwsteen omvat het faciliterend beleid, gericht op kapitaal, arbeidsmarkt en innovatie.


De publicaties van dit traject zijn beschikbaar:

  • Klik hier voor het SER briefadvies Governance van het energie- en klimaatbeleid, 28 maart 2017.
  • Klik hier voor het Verslag high level meeting klimaatgovernance, SER en WRR, 17 februari 2017.
  • Klik hier voor de WRR policy brief Klimaatbeleid voor de lange termijn, van vrijblijvend naar verankerd, 13 maart 2016.

Meer informatie: Rob Weterings, SER (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.) 

Ga direct naar alle artikelen over:

nME icon overheid groot 3d4

Overheid

nME icon bedrijfsleven2 groot

Bedrijfsleven

nME icon onderzoek groot

Onderzoek

nME icon opinie2 groot

Opinie en debat