In zijn dissertatie waarop hij op 17 oktober j.l. gepromoveerd is, schetst M. Henckens een plan voor de internationale aanpak van het naar de mening van de auteur onduurzame gebruik van schaarse mineralen. Gesteld wordt dat uitputting voor een aantal mineralen over tussen de 30 en 200 jaar ons te wachten staat.

Daarbij maakt de auteur gebruik van cijfers over bekende en geschatte economisch winbare voorraden in de aardkorst, zoals door de US Geological Survey (USGS) onderzocht en becijferd, aangevuld met nog een aantal publicaties uit andere bron. Om het jaar van uitputting van een grondstof te berekenen wordt de totale geschatte winbare voorraad geconfronteerd met een gebruiksscenario dat een bepaalde economische groei en technologieontwikkeling, waaronder substitutie van niet-essentiële toepassingen van mineralen, veronderstelt. Als uitputting binnen minder dan 1000 jaar optreedt wordt dit onduurzaam geacht. Die 1000 jaar wordt 'onderbouwd' op p. 35 met de opmerking dat gegeven de huidige snelheid van technologieontwikkeling 100 jaar te kort en 10.000 jaar onnodig lang zou zijn. Naar mijn mening echter vertelt de technologieontwikkeling dat 100 jaar vooruit kijken al onzinnig is. De geschiedenis van van de winning van metalen in de twintigste eeuw laat zien dat geleidelijk de ertsen steeds armer worden, maar de kosten voor winning van veel metalen in reële termen afnemen (v.d. Voet, 2013, p. 90) en de bekende voorraden met de omvang van de economie meegroeien.

Zowel de mijnbouw- als de productietechnologieën en consumptie zullen over een periode van een millennium zo veranderen dat het voldoen aan de behoeften van toekomstige generaties en minder bedeelde delen van de wereldbevolking in termen van gelijke toegang per capita tot elk afzonderlijk mineraal een onnodig detaillistisch gespecificeerd doel is. De mens heeft geen behoefte aan specifieke mineralen, afgezien van fosfor, maar aan voedingsmiddelen, beschutting, gezondheid en comfort, intellectuele ontwikkeling, ontspanning etc.

De door Henckens gebruikte methodiek om de winbare voorraden verschillende materialen te berekenen is afkomstig uit een UNEP workingpaper (Graedel e.a., 2011) die bol staat van de waarschuwingen over het speculatieve en voorlopige karakter van de de methode en berekende uitkomsten. Als het gaat om de diepte waarop mijnbouw waarschijnlijk realiseerbaar is stelt de paper dat voor de voorzienbare toekomst (‘50 jaar plus’) met maximaal 1000 meter gerekend moet worden. Henckens gebruikt die diepte voor de komende 1000 jaar. Voor de berekening van de totale winbare voorraad wordt gebruik gemaakt van schattingen van de zogenaamde reserve base zoals die door USGS tot 2009 gemaakt werden voor een beperkt aantal materialen. Voor sommige materialen zijn elders dergelijke schattingen gemaakt. Het feit dat USGS gestopt is met het publiceren van deze schattingen geeft al te denken over de zin van deze getallen. Als je vergelijkingen gaat maken tussen de schaarste van verschillende materialen dan is het gebruik van schattingen van verschillende auteurs helemaal dubieus. Tenzij je de onzekerheid duidelijk aangeeft, wat de UNEP paper uitgebreid doet, terwijl Henckens suggereert dat we kunnen beginnen met het aanpakken van het meest schaarse materialen.

In diverse publicaties is aangegeven dat het idee dat uit gegevens over beschikbare voorraden berekend kan worden over hoeveel jaar een bepaalde grondstofvoorraad uitgeput is niet correct, respectievelijk onvoldoende geoperationaliseerd is:

"Het idee dat voorraadcijfers ons vertellen over hoeveel jaren een natuurlijke hulpbron is uitgeput, moet afgewezen worden" (Jane Hammarstrom, Co-Chief, Global Mineral Resource Assessment Project, USGS geciteerd in Drielsma e.a. 2016)

"… het maken van consistente beste schattingen van economisch winbare reserves van elementen van het periodiek systeem is nog in ontwikkeling, in ieder geval op de korte tot middellange termijn en vanwege het ontbreken van uitgebreid onderzoek en exploratie" (Graedel e.a. 2011, p. 29)

Als gevolg van de grote onzekerheid in de kennis over de winbare voorraden van grondstoffen en de beperkte kans op schade wanneer een bepaalde grondstof op zou blijken, lijkt het onwaarschijnlijk dat een mondiaal verdrag tot beperking van de consumptie, compensatie van grondstoffenlanden en toegang tot grondstoffen door donorlanden als geschetst door Henckens tot stand zullen komen.


Contact: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., tel. 030-2712723.


Referenties

Drielsma, J.A., e.a. (2016), Abiotic Raw-Materials in Life Cycle Impact Assessments: An Emerging Consensus across Disciplines. Resources 2016, 5, 12; doi:10.3390/resources5010012.

Graedel, T.E., e.a. (2011), Estimating Long-Run Geological Stocks of Metals, Working Paper, UNEP.

Henckens, M.L.C.M. (2016), Managing raw materials scarcity: safeguarding the availability of geologically scarce mineral resources for future generations, Proefschrift Universiteit Utrecht.

Voet, E. v.d., e.a. (2013), Environmental Risks and Challenges of Anthropogenic Metals Flows and Cycles, UNEP.

 

Ga direct naar alle artikelen over:

nME icon overheid groot 3d4

Overheid

nME icon bedrijfsleven2 groot

Bedrijfsleven

nME icon onderzoek groot

Onderzoek

nME icon opinie2 groot

Opinie en debat