Theo Henckens reageert op de kritiek van Marcel Bovy ten aanzien van zijn proefschrift over schaarse delfstoffen.

 

Schatting winbare voorraad delfstoffen

Voor wat betreft de hoeveelheid winbare grondstoffen ben ik niet uitgegaan van USGS-cijfers met betrekking tot de zogeheten reserve base, maar ik heb een benadering gevolgd die leidt tot veel optimistischer schattingen van de winbare voorraad delfstoffen. Ik volg het uitgangspunt dat de winbare voorraad van een delfstof evenredig is met de totale hoeveelheid van een delfstof in de aardkorst. Hoe meer er van een element aanwezig is, des te hoger zal gemiddeld ook de winbare voorraad zijn. W.J. Rankin toont de plausibiliteit van deze benadering goed aan in zijn boek “Minerals, Metals and Sustainability”, uitgegeven door CSIRO in 2011. Het UNEP International Resource Panel volgt dezelfde benadering in zijn rapport “Estimating long run geological stocks of metals”uit 2011. Gemiddeld leidt dit tot substantieel hogere hoeveelheden winbare delfstoffen dan de meest recente USGS reserve base cijfers. Mijn schatting van de winbare voorraad delfstoffen is dus heel optimistisch. Uiteraard is de onzekerheidsmarge van mijn cijfers zeer groot. Maar ik laat zien dat zelfs met optimistische aannamen binnen een afzienbare periode geologische schaarste is te verwachten voor een aantal delfstoffen. Een gevoeligheidsanalyse maakt duidelijk dat mijn conclusies niet wezenlijk veranderen, zelfs al veronderstel je de aanwezigheid van een nog tien maal grotere hoeveelheid winbare delfstoffen dan de door mij reeds optimistisch aangenomen hoeveelheid. Mijn onderzoek geeft reliëf aan het begrip “grondstoffenschaarste”. Vele grondstoffen zijn niet schaars, enkele wèl.

Groei

Vervolgens ben ik er van uitgegaan dat de groei van het delfstoffengebruik voorlopig doorgaat met gemiddeld 3 % per jaar. Dat is al een eeuw lang zo, maar zal ongetwijfeld niet altijd doorgaan. Daarom ben ik er van uitgegaan dat de groei stopt in 2050 en dan nul procent wordt. Dit is – opnieuw -  een optimistisch uitgangspunt.

Duurzaamheidsperiode

Ik heb me de vraag gesteld wanneer je het gebruik van delfstoffen duurzaam kunt noemen. Hoe kun je het begrip 'duurzaamheid' operationaliseren voor delfstoffengebruik? De Verenigde Naties nemen het standpunt in dat we uitputting van grondstoffen moeten voorkomen en dat we rekening moeten houden met toekomstige generaties. Ik heb geprobeerd om handen en voeten te geven aan het officiële beleid van voorkoming van uitputting en zorg voor toekomstige generaties.  Je ontkomt dan niet aan de vraag hoe lang de voorraad in de aardkorst moet kunnen strekken. Honderd jaar is mijns inziens een te korte periode. Dan zou je het goed vinden dat onze kleinkinderen niet meer over bepaalde delfstoffen beschikken. Daarom heb ik een orde van grootte hoger genomen, namelijk duizend jaar. In een gevoeligheidsanalyse laat ik zien dat mijn conclusies niet wezenlijk veranderen als je bijvoorbeeld 200 jaar neemt als duurzaamheidsperiode in plaats van 1000 jaar.

Technologieontwikkeling

De technologieontwikkeling zal ongetwijfeld doorzetten. In de toekomst zal het mogelijk zijn om grondstoffen met lagere concentraties op grotere diepte te winnen voor dezelfde prijs. Van veel elementen is de concentratie in delfstoffen in de afgelopen eeuw al een factor tien of zo gedaald. Maar de vraag is of je deze ontwikkeling kunt extrapoleren naar de lange termijn. Voor diepere winning van lagere concentraties zullen steeds meer energie en materialen nodig zijn.

Voorzorgsbeginsel

Er bestaat onzekerheid over de winbare hoeveelheden delfstoffen en onwetendheid over de toekomstige technologische ontwikkeling. Maar leidt dit tot de conclusie dat grondstoffenbeleid dus niet zinnig is en dat we gods water over gods akker kunnen laten vloeien? Volgens het 'voorzorgsprincipe' moeten we ook rekening houden met toekomstige generaties. Liever het zekere voor het onzekere nemen. Omdat schaarste slechts een beperkt aantal delfstoffen betreft volgens mijn onderzoek, is het ook feitelijk mogelijk om concreet invulling te geven aan het voorzorgsbeginsel voor wat betreft de uitputting van schaarse delfstoffen. Ik heb dit uitgewerkt voor vier schaarse grondstoffen: antimoon, molybdeen, zink en borium. Het is technisch en economisch nu nog goed te doen om het gebruik van deze delfstoffen te verminderen tot een zodanig niveau dat we er duizend jaar mee vooruit kunnen. Hoe langer we wachten met maatregelen, hoe lastiger het wordt. Als het toch blijkt mee te zitten, kan de teugel worden gevierd. Dat is zorgvuldig beleid.

Prioriteiten en doelen stellen

De resultaten van mijn onderzoek leiden niet tot een doom scenario. Ze laten zien dat vele delfstoffen niet erg schaars zijn, in tegenstelling tot het ingeburgerd spraakgebruik over 'schaarse grondstoffen', alsof alle grondstoffen schaars zijn. Maar een paar delfstoffen zijn wèl behoorlijk schaars. De meest schaarse zijn antimoon, molybdeen, zink en goud. De conclusie van mijn onderzoek is dat er een actief beleid moet komen, dat er toe leidt dat het gebruik van de meest schaarse delfstoffen wordt beperkt om deze stoffen beschikbaar te houden voor toekomstige generaties. Mensen hebben (inderdaad) behoefte aan voedsel, beschutting, gezondheid, etc. en niet aan chemische elementen op zich zelf. Niettemin is de moderne ontwikkeling van onze maatschappij  juist gebaseerd op de grootschalige winning van delfstoffen. Het lijkt me daarom niet te verantwoorden om er voor wat betreft internationaal grondstoffenbeleid voetstoots vanuit te gaan dat alles wel op zijn pootjes terecht zal komen dank zij technologische ontwikkelingen, die we nu nog niet kennen. Toekomstige generaties kunnen ons dan terecht roekeloosheid en roofzucht verwijten.

Marktwerking

Uit mijn onderzoek blijkt dat de markt geologische schaarste (nog) niet reflecteert. De prijsontwikkeling van schaarse grondstoffen is niet wezenlijk anders dan de prijsontwikkeling van niet schaarse grondstoffen. Mijn verklaring is dat de tijdshorizon van de markt daarvoor te kort is. Als het over schaarste van delfstoffen gaat, moeten we generaties vooruit kijken en dat doet de markt niet. De conclusie is dat het niet zeker is dat het prijsmechanisme van de vrije markt tijdig en in voldoende mate het gebruik van schaarse delfstoffen zal doen afnemen in het belang van toekomstige generaties.


Contact: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Ga direct naar alle artikelen over:

nME icon overheid groot 3d4

Overheid

nME icon bedrijfsleven2 groot

Bedrijfsleven

nME icon onderzoek groot

Onderzoek

nME icon opinie2 groot

Opinie en debat