Ecorys heeft onderzocht of een aanpassing van de marktregels op lange termijn nodig is zodat voldoende investeringen in een volledig duurzame elektriciteitsmarkt tot stand komen. Het blijkt dat de huidige ‘energy-only markt’ dit kan bieden. De werking kan wel verder geoptimaliseerd worden zodat de marktregels minder beperkend zijn voor marktpartijen.


In Nederland en andere Europese landen worden nauwelijks meer conventionele energiecentrales gebouwd maar maken wind- en zonne-energie een snelle groei door. Deze groei is een gevolg van de subsidies die deze bronnen krijgen. Op de korte termijn is het effect van het toevoegen van capaciteit dat de elektriciteitsprijs daalt. Het paradoxale effect hiervan is dat er (als de kostprijs van duurzame energie niet zou dalen) meer subsidie nodig is voor verdere capaciteitsuitbreidingen.

Dit roept de vraag op welke investeringsprikkels er zijn in een toekomstige elektriciteitsmarkt met alleen maar duurzame energie. Komen investeringen in een dergelijke markt zonder subsidies van de overheid tot stand? In een door TenneT gefinancierd onderzoek heeft Ecorys onderzocht of een aanpassing van de marktregels nodig is.

We gaan daarbij uit van een markt met alleen maar duurzame energie waarvan de productie grotendeels afhankelijk is van weersomstandigheden. In het onderzoek is niet ingegaan op de technische uitdagingen op de weg daarnaar toe.

Onderscheid tussen marktmodel of marktontwerp en het verdienmodel van bedrijven

Het rapport maakt onderscheid tussen verdienmodellen voor bedrijven en centrale regels die het markontwerp of marktmodel vormen. Binnen een marktmodel hebben bedrijven de vrijheid om hun eigen verdienmodel te ontwikkelen. Op basis van economische theorie is er geen argument waarom in een markt met lage marginale kosten geen evenwicht tussen vraag en aanbod kan ontstaan. Voorbeelden uit andere markten laten zien dat in een markt met lage marginale kosten hele verschillende verdienmodellen kunnen ontstaan.

Energy-only model biedt voordelen ten opzichte van alternatieven

Hoofdvraag van het onderzoek is of in het scenario met alleen maar duurzame energie een aanpassing van het marktmodel noodzakelijk is. De volgende alternatieven zijn afgezet tegen het 'energy-only' model.

  1. Een model op basis van centrale planning en controle.
  2. Een marktmodel met regels over de prijsvorming. Een maatregel waarbij producenten een vergoeding ontvangen voor het beschikbaar stellen van capaciteit (in plaats van energie, zoals op dit moment) is daar een van. 
  3. Een marktmodel waarbij producenten, leveranciers en afnemers de vrijheid hebben om de prijsstructuur van hun voorkeur te gebruiken. Dit is feitelijk een verbeterd ‘energy-only model’ dat de Nederlandse markt nu ook kent.

Het eerste model is in een volledige duurzame markt moeilijk hanteerbaar. Een centrale planner zou de productie door duizenden decentrale eenheden moeten afstemmen met de afnemers waarvan de vraag fluctueert. Model 1 mist de coördinatie die het prijsmechanisme biedt en de prikkels om elektriciteit aan te bieden tegen de laagste kosten op de momenten dat de vraag het hoogst is.

Binnen model 2 zijn diverse varianten denkbaar. Over capaciteitsmechanismen is al veel geschreven. Er zijn exotische voorstellen zoals die van Malcolm Keay voor het opsplitsen van de markt in een duurdere markt voor ononderbroken stroomlevering (voor afnemers die kiezen voor zekerheid) en een goedkopere markt voor stroomlevering die afhankelijk is van beschikbaarheid. Deze modellen kunnen bijdragen aan de leveringszekerheid maar dat gaat gepaard met minder efficiëntie, minder flexibiliteit en minder prikkels om te investeren.

Model 3 kent deze nadelen niet omdat producenten, leveranciers en afnemers de vrijheid hebben om de prijsstructuur van hun voorkeur te gebruiken. Dit model is een doorontwikkeling van het huidige model en geen revolutionaire verandering. In het rapport worden maatregelen genoemd die de werking van de elektriciteitsmarkt kunnen verbeteren. Deze komen er allemaal op neer dat de prijs op elk tijdstip en elke locatie zoveel mogelijk de werkelijke schaarste moet kunnen weerspiegelen.

De conclusies ten aanzien van model 3 zijn niet alleen van toepassing in het ‘extreme’ scenario met alleen maar duurzame energie maar ook in de transitie ernaartoe. Tijdens de transitie is er echter reguleringsonzekerheid over de interventies van overheden in de markt, bijvoorbeeld over subsidies voor duurzame productie. Deze onzekerheid kan marktpartijen ervan weerhouden om te investeren in elektriciteitscentrales, opslag of vraagrespons. Om die reden zijn argumenten voor overheidsinterventie in bijvoorbeeld de vorm van een capaciteitsmechanisme of strategische reserve gedurende de transitie sterker dan in het scenario met alleen maar duurzame energie. In het onderzoek zijn kosten en baten van dergelijke maatregelen niet onderzocht. Wel kan de conclusie worden getrokken dat als de baten van dergelijke maatregelen gedurende de transitie de kosten niet overstijgen dat in een volledig duurzame markt naar verwachting ook niet het geval zal zijn.


Het rapport van Ecorys (2017), ‘Investments in a renewables only market -  market model in a future electricity market without fossil fuels’ is hier te vinden. Nadere informatie: Harry van Til (Ecorys), Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..


 

 

Ga direct naar alle artikelen over:

nME icon overheid groot 3d4

Overheid

nME icon bedrijfsleven2 groot

Bedrijfsleven

nME icon onderzoek groot

Onderzoek

nME icon opinie2 groot

Opinie en debat