Deze website gebruikt analytische cookies om inzicht te krijgen in de populariteit van de aangeboden artikelen (webstatistieken). Persoonlijke gegevens van bezoekers worden niet vastgelegd.

De aanplant van populieren in combinatie met het toevoegen van bacteriën bleek succesvol om een grondwaterverontreiniging op een Vlaamse site aan te pakken. Uitgaande van deze casestudie wordt de kosteneffectiviteit van fytoremediatie vergeleken met die van andere, meer conventionele saneringstechnieken.

Op een Vlaamse site werd fytoremediatie toegepast om te voorkomen dat een verontreiniging door oplosmiddelen (BTEX) zich nog verder zou kunnen verspreiden. De verontreiniging bestond uit een kern en twee pluimen van ca. 500 meter. Door het aanplanten van populieren en het toevoegen van bacteriën werden de BTEX - pluimen teruggedrongen. Aan de hand van een kosteneffectiviteitsanalyse is nagegaan hoe kosteneffectief fytoremediatie was op deze site ten opzichte van andere, meer conventionele saneringsstrategieën: bestaat er een alternatief dat de sanering vlugger terugdringt aan een vergelijkbare kost of is er een goedkopere optie die even effectief is? Er werden twee alternatieven bekeken: ‘Pump & Treat’ (P&T) en natuurlijke attenuatie (NA, vermindering van verontreiniging zonder menselijke interventie).

Methode

Een kosteneffectiviteitsanalyse kan zowel gemiddeld als incrementeel uitgevoerd worden. De gemiddelde kosteneffectiviteitsratio (GKER) bepaalt de gemiddelde kost per effect (K/E) en geeft informatie betreffende de algemene effectiviteit van een techniek. Het alternatief met de kleinste GKER zal de voorkeur krijgen. De incrementele kosteneffectiviteitsratio (IKER) bepaalt de verhouding tussen het verschil in kosten en het verschil in effect (ΔK/ΔE). Dit kan gevisualiseerd worden in een kosteneffectiviteitsveld (Fig. 9.1A).

Figuur 9.1: Kosteneffectiviteitsveld

Als een alternatief zich in kwadrant II of IV situeert, dan zal men respectievelijk de alternatieve saneringstechniek of de referentietechniek toepassen. Wanneer alternatieve saneringstechnieken zich in kwadrant I of III situeren dan kan er geen beslissing genomen worden en dient men over te gaan naar een kosten-batenanalyse. Een meerkost moet afgewogen worden tegen een toename in effect, of een goedkopere techniek moet afgewogen worden tegen een lagere effectiviteit. Om deze afweging te maken is het nodig een geldwaarde (λ) aan het verschil in effect te koppelen (Fig. 9.1B). Als bij toepassing van een alternatieve techniek de monetaire waarde van het extra effect groter is dan de extra kost, dan is de netto - baat van de alternatieve techniek positief en dient men hiervoor te opteren (IKER1). Indien dit niet het geval is, zal men de referentietechniek implementeren (IKER2). Vergelijking (1) toont de berekening van de netto – baat:

NB = λΔE - ΔK (1)

Een driedimensioneel hydrogeologisch model is toegepast om de effectiviteit van de saneringstechnieken te evalueren. Saneringsdoel is het bereiken van gemiddelde BTEX- concentraties lager dan 2 µg /l achter de grens van het terrein. Het effect is bepaald in tijd nodig om de vooropgestelde doelstelling te bereiken en in de massa verontreiniging verwijderd gedurende deze periode.

Resultaat

De kosteneffectiviteit is zowel gemiddeld als incrementeel bepaald. Tabel 9.1 geeft een overzicht van de effectiviteit (saneringsduur en massa verwijderd gedurende deze periode), de totale geactualiseerde kosten van elke saneringsoptie en de resultaten voor de gemiddelde kosteneffectiviteitsanalyse uitgedrukt in kost per kilogram verontreiniging verwijderd. Volgens deze analyse zou NA de geprefereerde strategie zijn: deze optie is even effectief als fytoremediatie én goedkoper. Er wordt echter geen rekening gehouden met het verschil in saneringsduur.

Tabel 9.1: Gemiddelde kosteneffectiviteitsanalyse

 

Fyto

P&T

NA

Kost (€)

96 .621

160 .727

54.611

Saneringsduur (jaren)

8

3

14

Massa verwijderd (kg)

2536

2578

2491

Resultaat gemiddelde kosteneffectiviteitsanalyse

K/E (€/kg)

38,09

62,35

21,92

De conclusie van de incrementele kosteneffectiviteitsanalyse is meer genuanceerd. Fytoremediatie wordt hierbij beschouwd als referentietechniek. Figuur 9.2A toont dat zowel voor P&T als NA men niet kan beslissen waardoor het nodig is een waarde (λ) aan het extra effect te koppelen (fig. 9.2B), λ is de maatschappelijke waarde van de site één jaar eerder gesaneerd te hebben.

Figuur 9.2: Toepassing incrementele kosteneffectiviteitsanalyse

Als λ kleiner is dan € 7002 per jaar (volle lijn: λ = € 5000 per jaar), dan situeert de IKER van NA zich onder deze lijn. Het kleinere effect wordt gecompenseerd door de lagere kost en men kiest voor NA. Indien λ groter is dan € 7002 per jaar (streepjeslijn: λ = €10.000 per jaar), dan wordt het kleinere effect van NA niet gecompenseerd door de lagere kost en wordt de extra kost van P&T evenmin gecompenseerd door de toename in effect. In dat geval opteert men voor fytoremediatie. Wanneer λ groter is dan €12.821 per jaar (puntstreeplijn), dan compenseert deze waarde de extra kost van P&T. Tabel 9.2 geeft de bepaling van de IKER en de netto - baat voor de verschillende waarden van λ.

Tabel 9.2: Bepaling IKER en netto – baat.

Alternatieve strategieën

ΔK (€)

ΔE (jaar)

IKER (€/jaar)

NB (λ = 5000)

NB (λ = 10.000)

NB (λ = 15.000)

P&T

64106

5.00

12821

-39106

-14106

10893

NA

-42010

-6.00

7002

12010

-17990

-47990

Deze studie heeft aangetoond dat een incrementele kosteneffectiviteitsanalyse een betere afweging maakt tussen kosten en effect dan een gemiddelde kosteneffectiviteitsanalyse. Bovendien wordt er een link gelegd met kosten–batenanalyse door een waarde λ aan het extra effect te koppelen. Merk op dat deze resultaten site­specifiek zijn en dat als de doelstelling verandert of als het effect anders uitgedrukt wordt, de resultaten zullen verschillen.

Inlichtingen: Tine Compernolle, e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., tel.: +32 11/26 87 48; Steven Van Passel. e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.; Theo Thewys, e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..