Bij besluitvorming over ingrijpende ruimtelijke investeringen worden maatschappelijke kosten-batenanalyses (MKBA's) gehanteerd. De inbreng van landschapsexpertise hierin kan op twee manieren verbeterd worden. Allereerst kan meer landschapsexpertise worden ingezet in de fase waarin plannen worden voorbereid. Daarnaast kunnen de opstellers van MKBA’s bij de bepaling van effecten vaker de bestaande landschapswaarderingsmodellen inzetten.

In maatschappelijke kosten-batenanalyses (MKBA) wordt tot op heden niet of nauwelijks aandacht besteed aan het onderwerp landschap. En dat terwijl projecten ingrijpende landschappelijke effecten kunnen hebben, die omwonenden en bezoekers als positief of negatief kunnen ervaren. Denk bijvoorbeeld aan de aanleg van de Markerwadden, de uitbreiding van vakantiewoningen aan de kust, de bouw van megastallen in het landelijk gebied en de aanleg van windparken en zonneweides. Dat landschap beperkt aandacht krijgt in MKBA’s betekent dat de landschappelijke consequenties van ingrepen in de leefomgeving in de besluitvorming over infrastructuur- en gebiedsontwikkelingsprojecten niet of nauwelijks worden meegewogen.

Landschap blijkt bij het opstellen van een MKBA een moeizaam te operationaliseren onderwerp te zijn. Een belangrijke verklaring hiervoor is dat er heel verschillende opvattingen bestaan over wat landschap is en hoe de maatschappij daarmee moet omgaan. Mede daarom zijn er nauwelijks harde kaders in nationaal, provinciaal en lokaal beleid voor landschappelijke waarden. Ook is de beschrijving en waardering van effecten van ingrepen op landschap vaak willekeurig en subjectief: wanneer is een verandering een verslechtering of verbetering. Daar komt bij dat het uiterst lastig is om de landschappelijke consequenties van ingrepen in de leefomgeving te kwantificeren en te monetariseren. Methoden om dat laatste te doen zijn niet voldoende ontwikkeld. In kosten-batenoverzichten van MKBA-rapportages is landschap daarom veelal een PM-post.

De rijksoverheid heeft aangegeven te streven naar verbetering van de inbreng van landschap in MKBA’s. PBL heeft in een recente studie onderzocht op welke wijze dat zou kunnen. Daarmee is dit rapport vergelijkbaar met eerdere PBL-publicaties waarin is onderzocht op welke wijze MKBA’s verbreed zouden kunnen worden op de domeinen natuur, gezondheid, en ruimte & verstedelijking.

Meer inzet van landschapsexpertise in de voorbereidende MKBA-fase

De inbreng van landschapsexpertise in de voorbereidende fase maakt het mogelijk om landschapseffecten in de volle breedte, samenhang en in de juiste, gebiedspecifieke, context mee te wegen. Met de inzet van expertkennis in de planvormingsfase, bijvoorbeeld in de vorm van een kwaliteitsteam, is al de nodige ervaring opgedaan, maar het is in MKBA’s zeker nog niet gebruikelijk. Een dergelijke aanpak kan versterkt worden door een leergemeenschap Landschap & MKBA te starten waarin alle betrokkenen bij het opstellen van MKBA’s hun ervaringen delen.

Benut bestaande landschapswaarderingsmodellen bij effectbepaling

Er zijn enkele goed gevalideerde modellen beschikbaar die tot nu toe nauwelijks gebruikt zijn bij MKBA’s. De effectbepaling is te versterken door modellen in te zetten die de uitgesproken landschapsvoorkeuren van bewoners en bezoekers voorspellen op basis van fysieke landschapskenmerken. Als het wenselijk is om landschapseffecten te monetariseren, dan zijn meer gebiedspecifieke studies noodzakelijk die ook de impactpopulatie betrouwbaar ramen.


Klik hier om de publicatie te downloaden.

Auteurs: Hans Farjon (PBL) en Frans Sijtsma (Rijksuniversiteit Groningen)

Informatie: Keimpe Wieringa, PBL, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. 

 

Ga direct naar alle artikelen over:

nME icon overheid groot 3d4

Overheid

nME icon bedrijfsleven2 groot

Bedrijfsleven

nME icon onderzoek groot

Onderzoek

nME icon opinie2 groot

Opinie en debat