Hoe goed scoort het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ten opzichte van andere Europese regio’s op het vlak van huishoudelijk afvalbeheer? Van welke regio’s kan men als beleidsmaker leren? Spelen achtergrondfactoren een rol? En zo ja, wat is hun effect? Een vergelijkende studie, uitgevoerd door de KU Leuven in samenwerking met de Université Libre de Bruxelles (ULB), biedt antwoord op deze vragen.


Het afvalbeheer van Europese regio’s wordt geëvalueerd op basis van hun afvalgeneratie, het percentage afval dat gecomposteerd, gerecycleerd en gedumpt wordt en in hoeverre de verbranding van afval gebeurt met energierecuperatie. De gebruikte data zijn afkomstig van NUTS2-data van Eurostat.

Dergelijke multi-dimensionele concepten worden vaak samengevat in een zogenaamde samengestelde indicator die berekend wordt als de som van de individuele indicatoren vermenigvuldigd met een weging waarbij aan de belangrijkste indicatoren een zwaarder gewicht toegekend wordt. Een belangrijk nadeel bij zulke samengestelde indicatoren, vooral gezien de Europese context, is het bepalen van deze gewichten. Elke regio zal, om hoger op de rangschikking te komen, meer gewicht willen geven aan hetgeen hij goed in is. Om dit probleem te verhelpen, werd er in deze studie gebruik gemaakt van het “voordeel-van-de-twijfel”-model. Hierbij wordt er voor elke regio op zoek gegaan naar de beste, meest rooskleurige weging onder bepaalde beperkingen zoals bijvoorbeeld een minimum weging voor elke individuele indicator. Op basis van dit model werd een rangschikking gemaakt waarbij het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op de 45ste (van de 176 regio’s) plaats terecht komt (zie figuur 1).

18 simon v2

Figuur 1: Overzicht methode en rangschikking

Ondanks het toekennen van het “voordeel-van-de-twijfel” bij de weging van de indicatoren blijven regio’s onderling soms moeilijk te vergelijken. In het bijzonder kunnen meerdere achtergrondfactoren een ongelijke impact hebben op het afvalbeheer en bijgevolg de relatieve rangschikkingen. Daarom werd een tweede, conditionele rangschikking becijfert die rekening houdt met populatiedichtheid, toerisme, het bruto binnenlands product, hoe groot de afvalsector is in de regio en wat een werknemer in deze sector gemiddeld verdient. Op deze aangepaste lijst scoort het Brussels Hoofdstedelijk Gewest het iets beter met een 42ste plaats.

Daarenboven werd het effect van de achtergrondkarakteristieken onderzocht waarbij toerisme wel degelijk overeenkomt met lagere afvalbeheerprestaties. Toerisme gaat gepaard met een uitgebreide aanwezigheid van horecazaken, wat vaak veel afval genereert. Bijkomend hebben toeristen vaak ook weinig kennis over wat op welke manier gesorteerd moet worden.

Een betekenis geven aan dergelijke scores wordt pas waardevol voor een regio wanneer het model ook aangeeft welke aspecten van het afgeleid kunnen aangepast worden en welke andere regio’s hierbij als voorbeeld kunnen dienen. De Brusselse achtergrondkarakteristieken in de gebruikte dataset zijn het meest gelijkaardig aan die van Duitse en Nederlandse regio’s en Luxemburg, waaronder Hamburg, Duitsland wat de meest vergelijkbare regio blijkt te zijn en de regio Freiburg, Duitsland die duidelijk beter presteert over het algemeen en dan vooral op vlak van recyclage en compostering. Er werd dan ook gekozen voor Freiburg im Breisgau en zijn Bundesland Baden-Württemberg, Hamburg en Luxemburg voor een diepgaande analyse.

Ook de Vlaamse en Waalse provincies werden opgenomen als regio’s in het onderzoek, waarbij, in dalende score, de provincie Limburg, Vlaams-Brabant, Namen, West-Vlaanderen en Antwerpen het beter doen dan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, hoewel deze cijfers genuanceerd geïnterpreteerd moeten worden gezien de hoge hoeveelheden gelijkgesteld afval (komende van kantoren, horeca, kleinere bedrijven met gelijkaardig afval, e.d.) opgenomen werden in de afvalgeneratiecijfers [1].

Deze studie kadert zich in het BRUCETRA (Brussels Circular Economy Transition) project, gefinancierd door innoviris.brussels met als doel het potentieel van de Brusselse afvalstromen te analyseren voor een transitie naar een circulaire economie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.


Voor een meer uitgebreide en gedetailleerde beschrijving van de studie refereren wij u graag naar Rogge, N., De Jaeger, S., & Lavigne, C. (2017). Waste performance of NUTS 2-regions in the EU: A conditional directional distance Benefit-of-the-Doubt model. Ecological Economics, 139, 19-32.


Noot

[1] Franklin, A. (2014). Brusselaars, Belgische afvalkampioenen? Focus 05 (Newsletter Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse), pp. 8.

Ga direct naar alle artikelen over:

nME icon overheid groot 3d4

Overheid

nME icon bedrijfsleven2 groot

Bedrijfsleven

nME icon onderzoek groot

Onderzoek

nME icon opinie2 groot

Opinie en debat