De kosten voor waterbeheer moeten eerlijker, duidelijker en duurzamer verdeeld worden over iedereen die belang heeft bij goed waterbeheer. Daarnaast is meer ruimte nodig voor regionaal maatwerk. Dat is het uitgangspunt van het voorstel voor een nieuw belastingstelsel dat het bestuur van de Unie van Waterschappen half juni aan haar leden heeft voorgelegd.

Aanleiding voorstel

Elke dag zorgen de waterschappen dat alle mensen in Nederland veilig kunnen wonen, werken en recreëren. Dat boeren, ondernemers en natuurbeheerders kunnen rekenen op schoon en voldoende oppervlaktewater. Waterschappen verrichten hun taken tegen zo laag mogelijke kosten. Via een eigen belastingstelsel levert iedereen die belang heeft bij hun werk een bijdrage.

In 2014 concludeerde de OESO in het rapport ‘Water Governance in the Netherlands: Fit for the Future?’ dat de organisatie en financiering van het waterbeheer in Nederland goed geregeld zijn. Maar om ook toekomstige uitdagingen het hoofd te kunnen bieden, kwam de OESO met de aanbeveling om bij de financiering van het waterbeheer economische prikkels te versterken en de vervuiler ook echt te laten betalen. De aanbevelingen van de OESO vormden daarmee de directe aanleiding voor het onderzoek. Een tweede aanleiding was dat de waterschappen tegen enkele grenzen van het belastingstelsel aanliepen. Het huidige belastingstelsel wordt veelal als inflexibel ervaren omdat het weinig ruimte biedt om in te spelen op regionale verschillen tussen waterschappen.

Het bestuur van de Unie heeft de Commissie Aanpassing Belastingstelsel in het leven geroepen om te onderzoeken of het belastingstelsel van de waterschappen verbetering behoeft. De commissie heeft haar taak grondig aangepakt en daarbij goed geluisterd naar de waterschappen en alle betrokken stakeholders. Die hebben in alle fases van het onderzoek input kunnen leveren.

Leidende principes

De waterschappen hebben drie belastingen: de watersysteemheffing, de zuiveringsheffing en de verontreinigingsheffing. Het voorstel stelt bij elk van die drie belastingen een leidend principe centraal:
- Voor de watersysteemheffing het profijtbeginsel: wie baat heeft bij het beheer van het watersysteem of extra diensten afneemt, draagt bij aan de kosten;
- Voor de zuiveringsheffing het kostenveroorzakingsbeginsel: de veroorzaker van de kosten betaalt voor het zuiveren van zijn afvalwater en werkt mee aan een duurzame samenleving ;
- Voor de verontreinigingsheffing het beginsel de vervuiler betaalt: wie oppervlaktewater vervuilt met lozingen, krijgt hiervoor een rekening.

Veranderingen

Het advies van het Uniebestuur kent voor alle drie heffingen een aantal verbetervoorstellen. Voor de watersysteemheffing komt het Uniebestuur met het voorstel om de kosten van de watersysteemtaak anders toe te delen. Binnen de huidige kostentoedeling zijn er niet of nauwelijks mogelijkheden om het profijtbeginsel toe te passen en is weinig ruimte om in te spelen op regionale gebiedskenmerken. Het voorgestelde Gebiedsmodel moet dit ondervangen. De kenmerken van een gebied en het voorzieningenniveau dat het waterschap aan een bepaalde categorie belastingbetalers biedt, bepalen straks in belangrijke mate wat elke groep bijdraagt aan de kosten van het watersysteembeheer. Met het Gebiedsmodel krijgen waterschappen bovendien meer (bestuurlijke) ruimte om in te spelen op regionale specifieke omstandigheden.

Een andere verandering is aanpassing van het woonruimteforfait bij de zuiveringsheffing. Het huidige woonruimteforfait wordt als slecht uitlegbaar en oneerlijk ervaren. Vooral het feit dat 2 persoonshuishoudens een rekening krijgen voor 3 vervuilingseenheden wordt niet begrepen. Het Uniebestuur stelt voor om in het woonruimteforfait meer te differentiëren naar gezinsomvang. Het nieuwe woonruimteforfait kent straks vier categorieën: 1- persoonshuishoudens, 2-persoonshuishoudens, 3- persoonshuishoudens en 4- en meer persoonshuishoudens.

Het Uniebestuur stelt voor om het beginsel ‘de vervuiler betaalt’ consequenter toe te passen in de verontreinigingsheffing door het belasten van effluentlozingen van waterschappen op eigen water en van riooloverstorten van gemengde stelsels. Deze lozingen zijn thans vrijgesteld.

Toekomstige uitdagingen

De komende jaren staan de waterschappen voor veel grote, nieuwe uitdagingen. Er worden meer hoosbuien voorspeld en langdurige droogte, wat veel schade zal veroorzaken als we niets doen. Ook willen de waterschappen duurzamer werken en schone energie opwekken. De waterschappen moeten voldoende ruimte en slagkracht krijgen om deze uitdagingen op te pakken.

Het voorstel van de Unie van Waterschappen zal de komende maanden besproken worden door de besturen van alle waterschappen. In de ledenvergadering van oktober 2018 wordt besloten over het aanbieden van het advies aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Voor de invoering van de voorstellen is namelijk wetswijziging vereist.


Meer informatie, zie https://cab.uvw.nl/. Contact: Herman Havekes: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Ga direct naar alle artikelen over:

nME icon overheid groot 3d4

Overheid

nME icon bedrijfsleven2 groot

Bedrijfsleven

nME icon onderzoek groot

Onderzoek

nME icon opinie2 groot

Opinie en debat