Een team van Nederlandse en Duitse onderzoekers heeft een nieuw hulpmiddel ontwikkeld bij de sociaal-economische beoordeling van persistente stoffen in het kader van de Europese chemicaliënregelgeving REACH. Daarin wordt rekening gehouden met de verspreiding en ophoping van deze stoffen in het milieu.

Het gaat om stoffen die persistent, bioaccumulerend en toxisch (‘PBT’) of zeer persistent en zeer bioaccumulerend (‘vPvB’) zijn. In het kader van de EU-chemicaliënverordening (REACH) worden zulke stoffen als ‘zeer zorgwekkend’ aangemerkt en kunnen ze aan restricties of autorisaties worden onderworpen. Bij de besluitvorming daarover worden ook de kosten en baten van de overwogen maatregel in overweging genomen.

Voor PBT- en vPvB-stoffen is het uiterst moeilijk om te bepalen wat de nadelige effecten precies zullen zijn als ze vrijkomen in het milieu, omdat ze zich verspreiden en ophopen in diverse milieucompartimenten en organismen en omdat de effecten zich soms pas op (zeer) lange termijn zullen voordoen. Een gewone kosten-batenanalyse is dan niet zinvol. Wel is het mogelijk om met behulp van dynamische modellen de lotgevallen van deze stoffen zo goed mogelijk te simuleren. Zo kan een beeld worden gegeven van het verloop van de te verwachten concentraties in tijd en ruimte. Hieraan kan, als er voldoende gegevens zijn, ook een stap worden toegevoegd waarin de effecten van deze concentraties op bijvoorbeeld gezondheid en/of biodiversiteit worden geschat.

Door de uitkomsten van deze berekeningen te relateren aan de kosten van het voorkomen van de emissie is het mogelijk om een indicator te krijgen van de kosteneffectiviteit van de beoogde maatregel (restrictie of autorisatie). Deze indicator kan vervolgens worden gerelateerd aan een benchmark, bijvoorbeeld aan de kosten die gemoeid zijn met sanering of andere niet-preventieve maatregelen.

De voorgestelde benadering is ter illustratie toegepast op een aantal voorbeeldstoffen. Doordat daarbij verschillende emissiereductiescenario’s werden gehanteerd kon bijvoorbeeld worden aangetoond dat het in het geval van D4 (een stof die ondermeer in persoonlijke verzorgingsproducten zoals shampoo wordt gebruikt) kosteneffectiever is om direct te stoppen met het gebruik dan om dat geleidelijk of gefaseerd te doen (ook al zijn de kosten van direct stoppen hoger).

Hoewel de methode op bepaalde punten nog voor verbetering vatbaar is, kan ze in principe nu al worden toegepast bij de evaluatie van autorisaties en restricties voor PBT- en vPvB-stoffen. Het rapport bevat daarvoor een handleiding.


Het rapport ‘Approach for evaluation of PBTs subject to authorisation and restriction procedures in context of socio-economic analysis’  is hier te vinden. Inlichtingen: Frans Oosterhuis (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.) of Silke Gabbert (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.).

 

Ga direct naar alle artikelen over:

nME icon overheid groot 3d4

Overheid

nME icon bedrijfsleven2 groot

Bedrijfsleven

nME icon onderzoek groot

Onderzoek

nME icon opinie2 groot

Opinie en debat