Deze website gebruikt analytische cookies om inzicht te krijgen in de populariteit van de aangeboden artikelen (webstatistieken). Persoonlijke gegevens van bezoekers worden niet vastgelegd.

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) adviseert het kabinet om kansen en risico's voor de leefomgeving mee te nemen bij de vormgeving van het herstelbeleid. Dit in navolging van de EU en andere Europese landen zoals Frankrijk en Duitsland. Het PBL brengt de kansen van die aanpak onder de aandacht. Met het versnellen van de verandering richting duurzaamheid kan de overheid tegelijkertijd hardnekkige leefomgevingsproblemen aanpakken en financiële risico’s reduceren.

Op de korte termijn leidt de coronacrisis tot een verminderde druk op natuur en milieu, een schonere lucht en een stillere leefomgeving – maar dit effect is tijdelijk. Bij het herstelbeleid mogen de kwaliteit van onze leefomgeving en de doelen van het klimaat- en energiebeleid, het biodiversiteitsbeleid en de Duurzame Ontwikkelingsdoelen niet verder uit beeld raken, anders raakt Nederland nog verder achterop. Zo stelt het PBL in zijn policybrief 'Van coronacrisis naar duurzaam herstel'. En: onder de juiste randvoorwaarden biedt dit herstelbeleid ook kansen om veranderingen richting duurzaamheid in gang te zetten en te versnellen. PBL draagt suggesties en voorbeelden aan om met het herstelbeleid hardnekkige problemen met gevolgen voor de kwaliteit van de leefomgeving (zoals de uitstoot van broeikasgassen, het verlies aan biodiversiteit en verspillend grondstoffengebruik) aan te pakken. Ook kan het herstelbeleid bijdragen aan de verduurzaming van de woningmarkt en het aanpakken van mobiliteitsproblemen, waar de komende jaren veel in geïnvesteerd gaat worden.

Synergiekansen benutten en korte en lange termijn verbinden

De aandacht van beleidsmakers en politici in Nederland is op dit moment nog vooral gericht op crisisbeleid op de korte termijn en niet of nauwelijks op herstelbeleid op de middellange en langere termijn. Daarin verschilt Nederland van de Europese Unie en omringende Europese lidstaten, waar de aandacht inmiddels wel al is verlegd van crisis- naar economisch herstelbeleid. Binnen Nederland wordt de roep vanuit kennisinstellingen, de financiële sector, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties richting het kabinet steeds luider om een duurzaam herstelbeleid uit te werken (onder andere vanuit de Sociaal-Economische Raad (SER), De Nederlandsche Bank en de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli)). 
 
Ook contateert PBL dat de leefomgevingsopgaven nog niet vanzelfsprekend in de beleidsafwegingen worden betrokken bij het vormgeven van herstelmaatregelen door kabinet en parlement. Hierdoor worden kansen gemist om met het economische herstel de reeds voorgenomen langeretermijndoelen op het gebied van de fysieke leefomgeving sneller te realiseren. En bestaat het risico dat herstelmaatregelen voor de korte termijn ertoe leiden dat langetermijndoelstellingen op het gebied van klimaat, natuur en circulaire economie verder uit beeld raken en economische ontwikkeling verderop hinderen.

Duurzaam investeren stimuleren

De overheid kan duurzaam investeren stimuleren door kortetermijninvesteringen te koppelen aan langetermijndoelen en consistent duurzaam beleid te voeren. Hierdoor kunnen synergiekansen tussen economische herstelprogramma’s en leefomgevingsaspecten worden benut, investeringen naar voren gehaald worden, investeringen in duurzame technieken en toekomstbestendige en duurzame ruimtelijke inrichting bevorderd worden. Om dit te realiseren is intensieve samenwerking met strategische partners nodig: met de financiële sector, bedrijven, burgers en met maatschappelijke organisaties in binnen- en buitenland.

Navolging Europees groen herstelbeleid coronacrisis

Andere landen zijn al verder, zo laat de analyse van het PBL zien. De EU en grote landen zoals Duitsland en Frankrijk zetten in hun plannen en herstelprogramma’s nadrukkelijk in op versnelling richting duurzaamheid. Het zwaartepunt ligt daarbij op de samenhang met de transitie naar klimaatneutraliteit in 2050. Duitsland en Frankrijk richten zich op energierenovatie van bestaande bouw, energie-efficiënte nieuwbouw met duurzame warmtebronnen, het stimuleren van elektrisch personenvervoer en de aanleg van oplaadinfrastructuur. Investeringen hierin geven op korte termijn gunstige werkgelegenheidseffecten en dragen tevens bij aan verduurzaming. Ook de plannen van de Europese Commissie richten zich op de ontwikkeling van toekomsttechnologieën, zoals waterstofsystemen, accu’s, schone auto’s, klimaatvriendelijk staal en schonere vliegtuigen. Op deze manier wil de Commissie investeren in het toekomstig verdienvermogen en in een wereldwijd toonaangevende positie. Juist omwille van het behouden en versterken van de internationale positie van Nederland lijkt het zaak om bij de vormgeving van herstelbeleid bij deze bredere inzet op duurzaamheid aan te sluiten.

De financiële sector als samenwerkingspartner

De financiële sector is een interessante samenwerkingspartner voor overheden om investeringen in duurzaam herstel te bevorderen.Toezichthouders en banken kunnen de bewustwording van bedrijven vergroten over de financiële risico’s van bijvoorbeeld klimaatverandering en biodiversiteitsverlies. Ook kunnen zij bestaande belemmeringen voor duurzaam ondernemen wegnemen en duurzame bedrijfsvoering stimuleren, bijvoorbeeld via kredietverstrekking onder duurzaamheidsvoorwaarden. Door samen op te trekken met toezichthouders en banken kunnen overheden ervoor zorgen dat internationaal consistent duurzaam herstelbeleid wordt ontwikkeld.

Beprijzen aantasting milieu en natuur

De overheid heeft een belangrijke rol bij het versterken van de randvoorwaarden die duurzame investeringen stimuleren of de markt voor duurzame producten structureel verbeteren. Diverse studies (nationaal en internationaal) laten zien dat de aantasting van het milieu en de natuur door de productie en consumptie van goederen en diensten onvoldoende is meegenomen in de prijzen van deze goederen en diensten. In de afgelopen jaren zijn niet alleen in het Nederlandse maar ook het Europese beleid stappen gezet om hierin verandering aan te brengen. Denk aan de vergroening van het belastingstelsel, de energie-investeringsaftrek, het Europese emissiehandelssysteem en de huidige discussies over CO2-beprijzing. Een voorbeeld van een beleidsinstrument voor het bevorderen van duurzaam gedrag door bedrijven is de Europese Transparantierichtlijn niet-financiële rapportages. Deze beleidsinterventies dragen er in belangrijke mate aan bij dat het gedrag van burgers en bedrijven/investeerders in duurzame richting wordt omgebogen.

Brede welvaart als integrerend kader

Al eerder (mei 2020) brachten de gezamenlijke planbureaus met het RIVM een advies aan het kabinet uit om brede welvaart als uitgangspunt nemen voor het herstelbeleid. "Gezondheid en economie zijn belangrijk, maar gaat het ook om andere zaken die mensen belangrijk vinden: onderwijs, veiligheid, de toegankelijkheid van voorzieningen, de kwaliteit van onze leefomgeving en sociale gelijkheid". De planbureaus stellen dat het belangrijk is juist nu vanuit het oogpunt van brede welvaart over oplossingen na te denken om te voorkomen dat economische sectoren, bevolkingsgroepen of de realisatie van gestelde klimaatdoelen op achterstand raken. 


Klik hier om de PBL-policybrief 'Van coronacrisis naar duurzaam herstel' te downloaden. 

Klik hier om de brief van de gezamenlijke planbureaus te downloaden.

Inlichtingen: Olav-Jan van Gerwen, PBL, 06 5252 4546, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..