Onderzoekers van de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) onderzochten in een recent gepubliceerde studie hoe reparatiesubsidies het formele én informele reparatielandschap beïnvloeden. De analyse richt zich op het herstel van huishoudtoestellen in Vlaanderen, en besteedt ook aandacht aan de gevolgen voor vaardighedenontwikkeling en de bevordering van een rechtvaardige transitie.


Reparatie in de formele en informele circulaire economie

Reparatie staat centraal in veel visies op een circulaire economie, waarin het verlengen van productlevenscycli leidt tot minder materiaalgebruik, minder afval en meer arbeidskansen. Toch blijkt de praktijk weerbarstig. Professionele reparatie is vaak te duur of slecht bereikbaar, terwijl informeel herstel – zoals zelfreparatie, hulp van een buur of een bezoek aan een repair café – buiten het blikveld van beleidsmakers blijft. De onderzoekers combineren een berekenbaar algemeen evenwichtsmodel (Computable General Equilibrium, of CGE-model) met surveydata van 795 huishoudens om de effecten van een reparatiesubsidie te meten – niet alleen op formele bestedingen en werkgelegenheid, maar ook op informeel gedrag en vaardigheden.

De impact op bestedingen en werkgelegenheid

De CGE-analyse laat zien dat een reparatiesubsidie een positief effect heeft op formele bestedingen en werkgelegenheid. Een subsidie van 10% leidt tot een stijging van 23% in bestedingen aan professionele reparatie van huishoudtoestellen, en tot een groei van het aantal formele arbeidsplaatsen met 19%. Tegelijk relativeert de studie deze impact ook meteen: de formele reparatiesector voor huishoudtoestellen is zeer klein, waardoor de impact van een dergelijke subsidie wellicht niet meer dan 100 bijkomende betaalde arbeidsplaatsen oplevert. 

Betekent meer formeel ook minder informeel?

Een centrale vraag voor deze studie is hoe formele en informele reparaties zich tot elkaar verhouden. De auteurs vinden geen verdringing, maar eerder een zwakke complementariteit: wie meer uitgeeft aan formele reparatie, besteedt gemiddeld ook iets meer aan betaalde informele reparatie (bv. door een klusjesman in het zwart). Het lijkt erop dat huishoudens met een “reparatie-attitude” – zoals eerder geïdentificeerd in de literatuur – geneigd zijn om verschillende kanalen te benutten. Toch is de relatie genuanceerd. Zelfreparatie en community repair blijken dan weer eerder substituten van formele reparatie. Een subsidie kan dus wel degelijk onbedoeld leiden tot minder doe-het-zelfgedrag, zeker bij prijsgevoelige groepen.

Wat met vaardigheden en leergedrag?

Het onderzoek spitst zich ook toe op vaardigheden. De enquête toont dat huishoudens die formele reparatie verkiezen, weinig interesse tonen in het aanleren van reparatievaardigheden. Daarentegen zijn zelfherstellers of bezoekers van repair cafés vaker bereid om nieuwe vaardigheden te leren. Tegelijk blijken financiële motieven en prijsgevoeligheid geen sterke voorspellers van deze leermotivatie. De “vaardigheidskloof” is dus eerder cultureel dan economisch bepaald. 

De plaats van informeel werk in een rechtvaardige circulaire economie

De studie wijst er expliciet op dat informeel werk in de circulaire economie vaak onderbelicht blijft. Door het informele werk als volwaardig onderdeel van de circulaire economie te erkennen, wordt het mogelijk om ook sociale beleidsdoelen, zoals inclusie en activering, te integreren in circulaire strategieën. Concreet stellen de auteurs voor om informele arbeid gedeeltelijk te formaliseren, via de sociale economie of micro-ondernemerschap, en via samenwerking tussen repair cafés en professionele herstelbedrijven. Werkervaringsprojecten of coöperatieve modellen kunnen hier waardevol zijn. 

Deze studie toont hoe economische instrumenten – zoals subsidies – complexe gedragsketens activeren in zowel formele als informele sferen. Milieueconomen die circulaire beleidsinterventies evalueren, doen er goed aan verder te kijken dan directe marktreacties. Pas wanneer de brede maatschappelijke, culturele en gedragsmatige context wordt meegenomen, komt het potentieel van de circulaire economie echt in zicht.


Meer lezen: 

Van Opstal, W. & Borms, L. (2025), Subsidizing repair: implications for the formal and informal circular economy. Journal of Cleaner Production 518. 145898 https://doi.org/10.1016/j.jclepro.2025.145898

Aanmelden nieuwsbrief

Wil je regelmatig op de hoogte worden gehouden van nieuwe artikelen op deze website?

Meld je dan hier aan voor de Nieuwsbrief!

aanmelden knop

Ga direct naar alle artikelen over:

nME icon overheid groot 3d4

Overheid

nME icon bedrijfsleven2 groot

Bedrijfsleven

nME icon onderzoek groot

Onderzoek

nME icon opinie2 groot

Opinie en debat