Deze website gebruikt analytische cookies om inzicht te krijgen in de populariteit van de aangeboden artikelen (webstatistieken). Persoonlijke gegevens van bezoekers worden niet vastgelegd.

'Agent based' modellen om klimaatbeleidsinstrumenten te vergelijken

Op 6 september 2022 promoveerde Joël Foramitti aan de Vrije Universiteit Amsterdam op het proefschrift 'Agent-based modeling of climate policy'. Hierin laat hij zien hoe verschillende beleidsinstrumenten voor het reduceren van CO2-emissies uitwerken, rekening houdend met (aanpassings)gedrag van burgers en bedrijven. In deze vergelijking worden zowel emissiehandel en koolstofbelastingen als verschillende vormen van regulering betrokken.


Belang milieusector in Nederlandse economie verder toegenomen

De toegevoegde waarde van de milieusector bedroeg 22,3 miljard euro in 2021, ongeveer 2,6 procent van het bruto binnenlands product (bbp). In 2001 was dit nog 1,7 procent. De werkgelegenheid in hernieuwbare energie is in tien jaar tijd bijna verdubbeld. Dat blijkt uit cijfers van het CBS.


Zonder versnelling van de grondstoffentransitie worden klimaatdoelen niet gehaald

De manier waarop we nu omgaan met energie, grondstoffen en materialen leidt tot klimaatverandering, verlies van biodiversiteit en milieuproblemen. Om deze grote duurzaamheidsopgaven op te lossen moeten de energietransitie en de grondstoffentransitie samen worden aangepakt. Dat gebeurt nu nog onvoldoende. De Sociaal-Economische Raad (SER) schrijft dat in de verkenning 'Evenwichtig sturen op de grondstoffentransitie en de energietransitie voor brede welvaart'.


Methoden om de effectiviteit van 'zero-deforestation commitments' te meten

Op 3 oktober 2022 promoveerde Floris Leijten aan de Vrije Universiteit Amterdam op het proefschrift 'Assessing the effectiveness of zero-deforestation commitments'. Daarin vergelijkt hij drie methoden om de effectiviteit te meten van toezeggingen die bedrijven doen om hun bijdrage aan de ontbossing tot nul te reduceren. De conclusie is dat elk van deze methoden voordelen en beperkingen heeft en dat ze in hoge mate complementair zijn.


Monitor Nationale Omgevingsvisie 2022

Op 8 september j.l. heeft het PBL - in samenwerking met CBS, KiM, RCE, RIVM en WOt/WUR - de Monitor Nationale Omgevingsvisie 2022 uitgebracht. In deze tweejaarlijkse Monitor volgt het PBL hoe het is gesteld met de leefomgeving in Nederland. De Monitor laat zien in hoeverre de doelen die het kabinet in de Nationale Omgevingsvisie voor de leefomgeving heeft geformuleerd, binnen bereik komen. De Monitor 2022 is de eerste vervolgmeting; de nulmeting dateert van 2020. 


Methodeontwikkeling kosteneffectiviteit natuurbeleid

Onlangs is onder redactie van Froiukje Boonstra (WUR/WOt) en Rob Folkert (PBL) een publicatie uitgebracht met als titel 'Methode-ontwikkeling kosteneffectiviteit natuurbeleid; Lessen voor de Lerende Evaluatie Natuurpact'. De publicatie doet verslag van drie methodische experimenten voor het bepalen van de kosteneffectiviteit van het natuurbeleid. De experimenten richten zich op het beleid voor agrarisch natuurbeheer, herstelbeheer in het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en de realisatie van het NNN. Een belangrijke les uit de experimenten is dat het in een lerende evaluatie noodzakelijk is veel aandacht te besteden aan de methodische stappen ‘in kaart brengen beleidsissue’ en ‘in kaart brengen beleidsaanpak’.


Bijmengverplichting groen gas

De inzet van groen gas is een kosteneffectieve manier om moeilijk te verduurzamen woningen fossielvrij te maken. Omdat de productie en invoeding van groen gas nog langzaam op stoom komt, heeft het kabinet in het Coalitieakkoord een bijmengverplichting voor groen gas aangekondigd. De bijmengverplichting verplicht gasleveranciers om jaarlijks een bepaald percentage groen gas te leveren aan hun klanten in de gebouwde omgeving, dat oploopt tot 20% van de gasleveringen in 2030. In een recente studie heeft CE Delft de haalbaarheid en wenselijkheid van verschillende ontwerpopties onderzocht. Om het gestelde bijmengpercentage te halen zou de markt snel moeten reageren op de introductie van de verplichting. Hiervoor dienen vergunningstrajecten te worden verkort, en zouden innovatieve vergassingstechnieken extra gestimuleerd kunnen worden. De verplichting lijkt nipt haalbaar met in Nederland beschikbare biogrondstoffen.


Alternatieven voor dieselvoertuigen: opties en externe kosten

Luchtvervuiling is wereldwijd een belangrijke veroorzaker van volksgezondheidsproblemen. Wegtransport is een belangrijke bron van luchtvervuiling. In een eerdere studie voor de European Public Health Alliance (EPHA) evalueerde CE Delft de totale kosten van luchtvervuiling als gevolg van het wegverkeer in de EU28. In een nieuwe studie worden de gevolgen voor de gezondheid en de samenleving verder geanalyseerd door te kijken welke aanvullende mogelijkheden er zijn om de dieselemissie van het wegtransport te verminderen.


Maatschappelijke kosten en baten van snelweguitbreidingen in het post-coronatijdperk

Zijn er aanwijzingen dat geplande snelweguitbreidingen minder (maatschappelijk) rendabel zijn omdat het mobiliteitsgedrag niet terugkeert naar de situatie van vóór corona, waardoor de filedruk langdurig/permanent lager blijft? Omdat een afname van het aantal autokilometers leidt tot een verhoudingsgewijs veel grotere daling van de files (het aantal voertuigverliesuren), ligt het aantal voertuigverliesuren post-corona naar schatting 2 tot 20% lager dan pre-corona. Een maatschappelijke kostenbatenanalyse (MKBA) die voor een weguitbreidingslocatie wordt uitgevoerd, zal door de daling van het aantal voertuigverliesuren post-corona ook lagere reistijdwinsten (en baten) opleveren dan pre-corona. Bij projecten waarvan de kostenbatenratio dicht bij 1 ligt, kan er aanleiding zijn om deze MKBA’s te herijken, zodra meer zicht is op de structurele mobiliteitsveranderingen na het coronatijdperk. Dat blijkt uit een studie van CE Delft.


Arbeidsvraag in de energietransitie

Er is behoefte aan een nauwkeurige arbeidsvraagprognose voor windenergie op zee en land, zonne-energie, biomassa, waterstof, energiebesparingstechnieken en netverzwaring. Een vernieuwd model brengt de hoeveelheid en de aard van de directe vraag naar arbeid in kaart die nodig is om de Nederlandse energietransitie uit te voeren. Zo wordt voor sectoren duidelijk over welk type arbeid zij moeten beschikken om tekorten in de arbeidsmarkt te voorkomen. In een rapport van CE Delft wordt het vernieuwde model toegepast bij een casus op het gebied van waterstof, namelijk het Groenvermogen II project.

Ga direct naar alle artikelen over:

nME icon overheid groot 3d4

Overheid

nME icon bedrijfsleven2 groot

Bedrijfsleven

nME icon onderzoek groot

Onderzoek

nME icon opinie2 groot

Opinie en debat